4 Years. Go.

Ik liep laatst tegen het initiatief van “4 Years. Go” aan. Op hun site starten ze een campagne om de wereld binnen 4 jaar te veranderen. Niet vanuit geweldig lobbywerk, maar vanuit de overtuiging dat we al alle kennis en kunde hebben om de wereld tot een mooiere plek te maken, maar dat het ons gewoon tekortschiet aan de collectieve wil om er ook iets aan te doen. Niet wachten op iets of iemand om het voor ons te veranderen, maar er zelf meteen aan beginnen werken. Hoe kleinschalig ook. Om zo een positief kantelpunt te scheppen om de collectieve ambitie van de mensheid aan te wakkeren.

Er is geen groots plan. Wel een grootse gedachte. En een centraal punt dat onderzoekt hoe je als individu of organisatie het beste  je steentje kan bijdragen. Ik vind het mooi. Zonder teveel wijzende vingertjes. Bekijk alvast hun video:

 

Schreef ik de dagen mijn God die ik moest zijn

Op 25 april kan je naar de voorstelling van “Schreef ik de dagen, mijn God die ik moest zijn”. Een lange titel, die nogal goed het onderwerp kadert: het leven, de liefdes en het lijden van PAC-man Peter Arthur Caesens. Proper versneden in scènes, shots, dagboekdelen, hoofdstukken , fragmenten en handige overzichtslijstjes.

pac

Peter Artur Caesens is iets als een levende legende. In een ver verleden leerde ik hem kennen als bibliothecaris. In welke hoedanigheid hij me als 14-jarige die de jeugdboeken van het wijkfiliaal had uitgelezen maar doorverwees naar Dostojewski, Kundera en Nietzsche. Gelukkig is de blijvende psychologische schade beperkt gebleven.

Later bleef hij op de radar met zijn waanzinnige “eco-cynisme projecten” als “Kras Kras. Plas Plas”, de salons van de ondergrondse cultuurregimenten en de verkeersbevrijding van de grote markt van Kortrijk vanuit het ongerijmde. Er ging ook een groot politiek denker aan hem verloren na onderlinge partijstrijd. Misschien niet meteen een denker die je graag in je studiebureau of je living houdt als huisdier, maar eerder een socratische luis-in-de-pels met onvermoede oprispingen en node prikkels. 

Hedentendage leidt hij een uitgebreid project dat het bibliotheekwezen wil afhelpen van zijn snobistisch jasje dat enkel “goede literatuur” wil bijhouden. Zijn ABIB groeit rapper dan voor mogelijk gehouden en hij kan niet snel genoeg panden bijkopen om de van vernieling gespaarde literatuur te stockeren.

Maar bovenal is hij ook een getormenteerde ziel met een missie. Vertwijfeling sloeg op een gestructureerde manier gaten in zijn bestaan en meermaals keek hij met scherpe blik en harde analyse naar de vernieling die hij zelf in gang zette. Ter lering van het nageslacht (en vooral zichzelf) noteerde hij plichtsbewust zijn cynische overpeinzingen, nachtelijk gekanker en misogyne galspuwingen. Want de vrouw is een curieus dier in de zoo van Caesens hoofd. Een erotisch curiosum dat hij met verafgoding voedert, zelfs als het al gemeen hard in zijn hand bijt.

De dagboeken werden gebundeld en ongeredigeerd uitgegeven door 3-werf. En leidden zo tot onderzoeksvoorwerp van Michaël Janart. Andragogisch vorser met theaterplannen. Die nu, als afstudeerproject aan het Stedelijk Conservatorium van Kortrijk, een toonmoment inlast van zijn stuk over Caesens. Met begeleiding van Cathérine Vansteenkiste en met coaching van Jos Verbist van Theater Antigone.

Zondag 25 april om 17u in muziekcentrum Track (Conservatorium) in Kortrijk.

Gaat dat zien!   (blote vrouwen inbegrepen)

27 februari 1993, zaterdag. De lijst met alle mogelijke redenen om mij af te wijzen is opgemaakt in het klad op een oude envelop. ze bevat voorlopig 6 fysieke argumenten en 13 aspecten aan mijn taalgebruik en levenshouding…”

Citroensapkuur

Een mens doet al eens wat tot meerder eer en glorie van zichzelf. Een citroensapkuur bijvoorbeeld. De citroensapkuur is een vorm van vasten, iets wat vrijwel alle culturen en religies kennen als een manier om het inwendige te reinigen, in balans te komen, weerstand tegen ziekten te verhogen en discipline te bouwen. Wanneer dieren zich fysiek niet in orde voelen, stoppen ze met eten. Ook bij kleine kinderen is dat instinct nog aanwezig. Het is een natuurlijk verschijnsel; door de spijsverteringsorganen te laten rusten, kan het lichaam alle energie richten op de bestrijding van ziektes.

Het recept:

2 liter water

200 ml pure ahornsiroop C+ (ivm hoge mineraalgehalte)

200 ml vers geperst citroensap

mespuntje cayennepeper

 

10 dagen elke dag deze twee liter opdrinken aangevuld met water of kruidenthee (en niets anders natuurlijk)

Citroenen persen

Je krijgt dus elke dag nog zo’n 600 calorieën binnen (voornamelijk uit de ahornsiroop). Wat een stuk minder is dan de 1800 of wat die ik normaal zou eten, maar vreemd genoeg heb je niet echt veel honger tijdens deze kuur. Zin om iets lekkers te eten dan weer wel. Hoewel de sterkte ook wel is dat je enkel dat sap mag drinken. De drempel is dan veel groter om toch nog een extra boterhammetje, een stuk kaas of wat chips te eten. Niets is niets – dat is vrij duidelijk. En eenmaal begonnen wil je dan ook liefst doorzetten.

Citroensap

De citroensapkuur werd ontwikkeld door Stanley Burroughs uit Hawaï. Reinigen met de Citroensapkuur is niet alleen eenvoudig, maar ook verrassend effectief: in een zeer korte periode wordt je hele lichaam grondig gereinigd. Dit alles lees ik toch op het internet en ik hoop er het beste van. Ik leer ook dat je de citroensapkuur niet mag doen als je een citrusallergie hebt: welwel, kijk eens aan!

 Waarom zo’n kuur doen? Ook hier brengt het internet raad en uitleg:

Na de reiniging zult u merken dat uw lichaam vraagt om een gezonde, zuivere levenswijze. U zult beter aan kunnen voelen wat goed voor u is en wat niet. Uw zintuigen zijn verfijnd en beter ontwikkeld. Uw algehele conditie is sterk verbeterd. Uiterlijk ziet u dat vooral aan huid en haren. Daarnaast ervaart u een gevoel van positiviteit en fitheid.

 Citroensapdieet

Naast het leveren van een serieuze lading vitamine C stimuleert citroensap ook de omzetting van proteïnen, vetten en koolhydraten hetgeen resulteert in een versnelde reductie van overbodige vetafzettingen. Vandaar ook de uitstekende resultaten van de citroensapkuur als vermageringsmethode en het feit dat mensen zich vooral na de kuur zo prettig en energiek voelen. Een fijne bijwerking van deze kuur (al heeft dit dieet me de vorige twee keer dat ik ze volgde niet echt veel vermagerd – hoewel ik zeker genoeg lichaamsvet op voorraad heb).

Zelf volg ik de kuur omdat ik wel geloof in een tijdje vasten nu en dan.” Crap in crap out” wordt wel gezegd, en af en toe doe ik daar mijn deel in. Een weekje sapvasten kan dan geen kwaad. Al na een dag of twee voel je je een stuk frisser. Het is trouwens altijd fijn om te merken dat je veel scherper bent in je zijn als je af en toe wat honger hebt. Veel zin heeft een mens daar niet in, maar het kan wel een fijn gevoel zijn als het toch zover is.

Ik voel het zelf sterk in wat de traditionele oosterese geneeskunst als” leveruitingen” zou noemen. Wat verdraagzamer naar mensen, minder snel geïrriteerd, wat gezonde dynamiek in mijn lijf. En een kilootje minder is ook steeds welkom natuurlijk!

 

Groene klei

 Uitgebreide(NL)  informatie kan je hier vinden.

Mobistar en Iphones

apple-iphone

Door zeer fijne wendingen van het lot bevond ik me enige dagen gelden in de Mobistarshop in Kuurne Ringshopping. Vraag me niet hoe ik daar terechtkwam, wel wat ik er ging doen. Informeren naar een Iphone met name. Ooit had ik een Mobistar postpaid abonnement, maar heden ben ik al enige jaren tevreden klant van Base. Niet naar de zin van de Mobistarmannen (en vrouw).

Ik weet ook niet precies hoe dat komt, maar in die telefoonshops kan je maar moeilijk ontsnappen aan van die gladde Ronnies als verkoper. Zo een beetje een kruising tussen een onverkwikkelijk glimlachende malafide tweedehandsautoverkoper en een opgeschoten ingeneursstudent met babyface en melksnor. Een dodelijke cocktail van grenzenloze eigendunk en gladjanuspraat met een moeilijk serieus te nemen uiterlijk. Vaak ook met een van vader geleend kostuumjasje dat triestig over hun schriele lijfje is gedrapeerd en een lelijke das die “SLA MIJ!” schreeuwt.

Ik heb best al veel fijne en te vertrouwen telefoonverkopers gesproken die me ook goed geholpen hebben, maar zoals je kan raden was er in de shopping mall zo’n meewarige paling aan het werk. Nadat zo een gastje mijn moeder bijna een 70-euro-per-maand telecomabonnement kon laten tekenen terwijl ze enkel 7 euro wilde bijvullen op haar prepaid kaart (ook bij Mobistar trouwens), ware het niet dat ik in de achtergrond rondscharrelde in de winkel en het enigszins verdacht vond dat ze plots een overeenkomst moest handtekenen om 7 euro op haar tegoed te plaatsen ben ik dus extra op mijn hoede. Ik geef ook toe dat ik er wellicht wat verneukbaar uitzag met mijn niet geschoren vermoeide gezicht en vooral mijn muzikale das -aandenken aan kerstmis en een vreugde voor de kinders- om de hals. Maar daarom moeten ze het nog niet proberen.

Om een lang wordend verhaal enigszins in te korten: volgens die pipo moest en zou ik een Mobistar-abonnement nemen bij een Iphone.  Anders zou de telefoon 1) niet werken, 2) niet geactiveerd kunnen worden, 3) gegarandeerd problemen geven en 4) me jaarlijks honderden euro’s extra kosten bezorgen, want de Iphone zou met zijn eigen willetje alles saboteren. Tenzij ik minimaal 30 euro per maand ophoestte voor hun Iphone-bundels.

Tegen mijn beter weten in begon ik daar toch een beetje te zweten. Gedorie, misschien had ik het allemaal wel verkeerd opgezocht, of waren de regels veranderd. Ik ga wat in disussie en zeg dat ik meerdere mensen ken die een Iphone hebben zonder Mobistar. En dat hun telefoon wél werkt, zonder extra kosten. Kon niet zijn, dan hadden ze zeker een extra abonnenment dat nog veel duurder was en logen ze tegen mij. Ook mijn argument dat ik de 3G-diensten in eerste instantie niet ging gebruiken, maar de Iphone als (nogal dure) telefoon ging gebruiken met fantasische mogelijkheden over mijn wifi-netwerk thuis en kantoor en niet noodzakelijk in de auto wilde internetten stuitte op onbegrip. Want (dixit PJ van de Mobistarshop van Kuurne Shopping center) enkel grote onnozelaars kochten een Iphone om er mee te telefoneren. Kwam waarschijnlijk net terug van een cursus “omgaan met klanten, de basis“. Werken over wireless netwerken zonder 3G-abonnement zou onmogelijk zijn.  Het toestel zou toch, achter mijn rug, elke 5 minuten contact maken met een 3G-netwerk en me zo dus honderden euro per jaar kosten aan extra’s.

Het kereltje begon me zo mateloos te irriteren dat ik de winkel schielijk verliet. Meteen een paar mensen opgebeld die dus wel een Iphone hebben zonder 3G-pack van Mobistar (noch van Proximus/Base). Geen vuiltje aan de lucht. De Iphone zal wel proberen om te connecteren met netwerken (bijvoorbeeld een hotspot van een bibliotheek of café of je netwerk thuis) wat me logisch en zelfs wenselijk lijkt want daartoe is het toestel ontwikkeld, maar als je 3G niet activeert gaat het ding ook niet uit zichzelf op 3G-netwerken. (Ik dacht trouwens dat Base geeneens een 3G-netwerk heeft, dus ik zou niet weten waar het ding zou connecteren). Voor de zekerheid ook nog even geconsulteerd met een verkoper van een andere winkel en mijn vermoeden bleek juist: de gladjanus van de Mobistarwinkel probeerde mij er dubbel en dik op te leggen (en ze hadden daar al meerdere weggelopen klanten over de vloer gekregen). Niet alleen mist hij daardoor een verkoop van een duur toestel (ik vermoed dat ze daar ook targets voor verkoop opgelegd krijgen), maar pist hij me ook serieus tegen de benen. En ik houd niet van urine op mijn benen, en al helemaal niet die van iemand anders.

Ik ben dus nog even terug geweest naar het jonk (helaas voor hem was hij net aan de praat met klanten die ook vragen hadden over de Iphone) verteld dat ik niet gediend was van zijn leugens noch zijn ik-weet-het-toch-wel-beter-zeker techno attitude (één van zijn argumenten was trouwens: ik werk hier in de winkel, dus ik zal het wel beter weten zeker? -*ahem*). Toen hij gebaarde dat hij me niet zag heb ik gevraagd of hij zijn volgende klanten ook in hun gezicht ging voorliegen. Ongemakkelijk om zich heen kijkend zei hij tenslotte: ik ben efkes bezig hier.

Ik had niet veel zin (of tijd) om er verder veel energie aan te besteden, maar als u binnenkort (die mannetjes blijven in mijn ondervinding nooit echt lang ter plaatse) nog naar de Mobistarshop in Kuurne moet: blijf alert!
(voor degelijker advies kan u trouwens steeds terecht bij het ook in dat winkelcentrum gelegen PhoneHouse)

Beste wensen voor 2010

Nieuwjaar_2010_light

Johnny Thys heeft het gezegd!

 Laatst kregen we een pakje uit Amerika. Of toch bijna, de post kwam langs tijdens de werkuren en stopte een briefje in de bus dat er een pakje bij hen te vinden was. Het was zo’n schielijk dun velletje dat het, eens in onze drukke garage gevallen, even aan onze aandacht ontsnapte. Toen we het wel onder ogen kregen, zagen we dat we nog een week hadden om het op te halen. Ruim voldoende zou je zo zeggen, maar helaas paste dat niet zo goed in onze agenda. Zefls hun vrij lange openingsuren tot 18u zijn niet altijd haalbaar voor ons. Die week konden noch Leen noch ik zo even over en weer naar de Post voor het pakje.

Geen probleem denk je dan, we bellen gewoon even naar het postkantoor in Kortrijk en vragen om het nog wat langer bij te houden, of het bij onze ouders af te leveren. Helaas pindakaas! Je kan niet rechtstreeks bellen naar postkantoren. Je kan enkel spreken met de helpdesk in Brussel die je niet willen doorverbinden met Kortrijk, en die vanuit Brussel ook je probleem niet kunnen/willen oplossen. Oeps…

Als ik dan 1 dag te laat toch speciaal vroeger vertrek van mijn bureau en zo reeds om 17u25 in het aangegeven postkantoor ben wacht me nog meer tandengeknars. Om te beginnen staat er een groep wachtenden voor mij waar de Boomerang in Bellewaerde zelfs op een topdag in volle zomer jaloers op kan zijn. Ik trek een ticketje, want de snelbalie voor afhalen is niet open. Na een dikke twintig minuten wachten (na een kwartier besluiten ze toch hun avondonderonsje te onderbreken en nog een tweede balie te openen), stap ik vol verwachting naar het loket. Volg even mee:

“Ah moa ja, menjirre, dat is wel moa tot histern é!”
“ja maar toen kon ik hier niet zijn, en misschien is er nog niets gebeurd en is het pakje hier nog”
“Tzit verzekers in ergens in de kast, maor der staat ip tot histern, dus ist tot histern”
“uhm,  kan je niet kijken of het hier niet meer is?”
“nink, der stoat ip tot histeren, dus magta nie”
“Ja, wat ik wel jammervond is dat we jullie niet telefonisch konden bereiken om te vragen het nog 1 dagje langer te houden”.
“Ja, kweetet, moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist”.
“In Brussel”.
“Ja, Johnny Thys eit da zelve beslist. Wunder vindn da woak jammer moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist”.
“Maar het is wel niet zo handig…”
“Ja, kweetet menjirre, moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist. Ammewunder zelve willen belln noarn ander kantoor kumme da woak nie”.
“Ah, Johnny Thys”.
“Jaat, Johnny Thys”
“En wat gebeurt er nu met dat pakje?”
“Ze goan dat terugsturen naar den afzender”
“En kan dat niet gestopt worden en terug in circulatie komen”?
“Nint, me kunnn doa nietnt an doen. Da es in Brussel beslist”.
“Dus vertrekt het weer naar Amerika, terwijl het hier nog in de kast ligt, omdat het in Brussel beslist werd? Daar moeten toch uitzonderingen zijn als er op kosten kan bespaard worden”
“Nint, mèn doa niet in te zeggen. Da es in Brussel beslist”.

Een half uur verpild (plus transport) voor een bureaucratische show. Merkelijk gefrustreerd loop ik naar buiten. Correctie: probeer ik naar buiten te lopen. Want de deuren zijn gesloten. Terug naar de kassa (nog eens braaf aanschuiven zit er nu echt niet meer in).

“Ah, ja, me doen de deuren dicht, want anders kommn der hjèllentid nieuwe hastn binn!”
“Jullie zijn toch open tot 18u?”
“Jammaja, anders moetn me nog langer werkn”
“Zeg dan gewoon dat je open bent tot 17u45 en werk af tot 18u”
“”Tja, tis azzo. Da es in Brussel beslist, we kunn da niet an doen”.
“En mag ik dan alsjeblief naar buiten?”
“Ge goat een bitje moetn wachtn. We doen de deurn dicht en latn de mensn ma butn per tiene! ”
“Dat meen je niet!”
“jaja, ge goat moetn wachtn wi”
“AAARRRGGHHH!!”

Dus nog bijna tien minuten wachten tot we met 10 waren (want zo snel werken ze nu ook weer niet) eer we er uit mochten. Dat er in die wachtperiode 3 keer iemand van het personeel tot bij ons kwam om door de glazen deur naar buiten te roepen dat het gesloten was (ondanks de geafficheerde openingsuren) zonder de deuren voor ons te willen opendoen getuigt volgens mij van kwade wil. Of ongekende stompzinigheid. Weet ik veel, het zal wel weer in Brussel beslist zijn. Door Johnny Thys persoonlijk…

Dikwerf schaamte op de post!

Drab

Met lichte spijt in het hart zie ik elke dag de sneeuw een beetje verder wegsmelten. De onvermijdelijke vieze bruine drab neemt de plaats in van het witte poeder. Nu moet je als voetganger zo ver mogelijk van de straat wandelen als je geen geen vieze golf smurrie over je heen wil krijgen.

Hoewel veel mensen wel een sakkeren op sneeuw (glibberigheid!) houd ik er wel van. Voorzichtig met de fiets over gladde plekken glippen, met warme en stevige bergschoenen wandelen over de zachtjes knirpende sneeuw of met de auto vrolijk slippend naar het werk. OK, het duurt dubbel zo lang om er te raken als er maar 1 rijvak vrij is op de autostrade en iedereen plots maar 40 per uur meer rijdt alsof een onzichtbare hand hun gaspedaal tegenhoudt, maar je hebt wel het plezier om alle ietwat scherpere bochten (traag) met de handrem te nemen. Omdat je anders toch niet in die bocht raakt en je wielen gewoon snel doorslippend de andere kant opgaan.

Elk jaar als het begint te sneeuwen neem ik snel mijn auto om ‘s avonds in alle stilte, als iedereen voor de buis hangt, nog een klein toertje te maken in de stad. Op zoek naar door de zoutstrooiers vergeten punten en bochten. De ABS in gang laten schieten. Diverse uitwijkmanoeuvres uitproberen. Kijken hoe ik het snelst tot stilstand of het makkelijkst door een bocht geraak. Met in het achterhoofd de lessen van de rijvaardigheidsstages die ik volgde. Beter oefenen in een rustige gecontroleerde omgeving dan plots moeten remmen voor een obstakel en niet instictmatig weten wat je moet doen. Paniek is de slechtste chauffeur. Maar de meeste mensen verklaren me zot dat ik buitenkom op zo’n dagen. Je zou net moeten thuisblijven in je warme nest. Zodat je extra kan panikeren als er echt iets gebeurt.

Ondertussen in september

Veel zwemmen in het mooiste bad van West-Vlaanderen

Veel zwemmen in het mooiste bad van West-Vlaanderen België

Rein speelt Winnetou

Rein speelt Winnetou

Ilie verkent het Pajottenland per pony

Ilie verkent het Pajottenland per pony

Allerlei heerlijks consumeren bij KoffieQueen en SweetPrince

Allerlei heerlijks consumeren bij KoffieQueen en SweetPrince

Lange discussies voeren met dochter Ilie over de diepere semantische lagen in haar verder evoluerende kunstwerkjes

Lange discussies voeren met dochter Ilie over de diepere semantische lagen in haar verder evoluerende kunstwerkjes

Met dochter Ilie repeteren voor denkbeeldige circus-shows

vader en dochter repeteren voor denkbeeldige circus-shows

Reins truukjes met de diabolo worden steeds indrukwekkender

Ook Reins truukjes met de diabolo worden steeds indrukwekkender

wat opera meepikken (Aida in kasteel Ooidonk)

wat opera meepikken (Aida in kasteel Ooidonk)


Nog nooit zoveel plezier gehad met Ikea-kasten als in september (en er ook nog nooit zoveel ineengestoken)

Review – Dell’Anno

Samen met het korten van de zomerdagen vieren we elk jaar eind augustus onze huwelijksverjaardag. Elk jaar gebeurt dit in de traditionele trouwkledij (een extra reden om toch niet al te veel te verdikken tijdens het jaar) met de kerkelijke getuigen. Meestal zoeken we een fijn restaurantje uit en bespreken daar het voorbije jaar en het leven in het algemeen.

Dit jaar viel ons ook op (niet zo verwonderlijk gezien de titel van dit stukje) de nieuwe Kortrijkse Parel Dell’Anno. Hoewel Leen en ik niet zo erg veel volgen op tv, hebben we toch ongeveer alle afleveringen van “Mijn Restaurant” gezien. (meestal in uitgesteld relais via de DVD-recorder). En meteen fan van dat Knokse nijdig baaske met de gouden papillen en zijn bevallige gastdame.

dellanno

Na eerdere deerlijk mislukte pogingen om er te eten (reservaties en familieconnecties ten spijt) liep ik er tijdens het verlof eens binnen. Er waren wat aanpassingswerken aan de hand, en hoewel het restaurant gesloten was vond ik toch nog met enig geluk de man met de boekingsagenda. Na mijn vriendelijke smeekbede werd “volzet” een spatie naar beneden geschoven en konden er nog 4 gelukkige mensen bij.

De bewuste zondag verschenen we klokslag acht uur in trouwkledij (en zichtbaar zeer hongerig) aan de deuren van de oude dekenij te Kortrijk.

Aan de poorten van de hemel

Niet veel later zaten we gezellig aan een tafeltje voor vier, met een glaasje prosecco de kaart te bestuderen en te wachten op het wachthapje. Die studie viel geweldig mee, want je kon enkel het menu kiezen, met telkens 2 opties.

dellanno_02

Zelf ging ik voor de tonijn, de snoekbaars en de rossini. Met aangepaste wijnen.

Intussen bestudeerden we de ietwat ‘lekker fijn huiselijk CASA-achtige’ opstelling met olie en zo.

dellanno_03Ons verwonderend over het hoe en waarom van het frietzakje, kregen we tegen de tijd dat onze aperitief op was het verwachte hapje:

dellanno_05

Mijn jeugdig maar sterk door passages van Hegels rechtsfilosofie getormenteerd geheugen is hier wat vaag geworden. In het bekertje rechts zaten erg lekkere noordzeegarnaaltjes (ik schuif garnalen normaalgezien meteen opzij), met iets kruimeligs bij en een sorbetje van komkommer (yummie!). Links zult u het net als ik visueel moeten puzzelen: een koekje met een lekkere  carpaccio van mozarella met zongedrooge tomaat en basilicum. Vlot naar binnen allemaal; en de smaaknieuwsgierigheid gewekt!

Tijd voor het voorgerecht.

dellanno_06

Ik neem over uit het menu: Atlantische tonijn met langoustine ‘Guilvinec’ (appel / jonge spinazie / limoen / courgette / selder). Mannekens was dit lekker! De tonijn was prima met die spinzieblaadjes, maar de echte ster was die langoustinebereiding rechts. Begeleid met een fijn wit wijntje waarvan ik door afwezigheid van de fles op tafel geen foto heb, maar die me vrolijk verraste met  mij onbekende druivenrassen met een frissig en licht koppig keitjes-smaakje.

Intussen zijn we al een tijdje in de avond gevorderd. Net als indertijd in de serie is het eten uitmuntend, maar moet de hongerige vierder wel even kunnen wachten op het volgende hapje. Maar geen kwaad woord: we hadden immers alle tijd van de wereld en konden zo ongeremd filosoferen over het leven (behalve de rechtsfilosofie van Hegel, want daar ben ik toch flink wat van vergeten). Ondertussen schenkt de immer sympathiek lachende Brecht ons zonder veel terughoudendheid af en toe wijn bij. Moeten wachten op de keuken kan zo zijn voordelen hebben.

Wat verder zorgt een schijnbaar zatte vrouw voor wat hilariteit en afwisseling. Lallend en roepend zit ze op een barkruk aan het onthaal joviaal te doen en weigert het pand te verlaten, ook al heeft ze geen enkel plan om er iets te eten. Gaëlle, die speciaal voor ons haar examenvoorbereidingen met een avond onderbreekt, krijgt het zwaar te verduren. Sympathiek inspreken op de in opvallende kleuren gehulde licht-obese vrouw werkt niet echt als gehoopt. Zeker niet wanneer die laatste met een doffe plop op de grond kletst en daar snikkend blijft zitten. Haar man probeert de farce nog enkele keren te ontmijnen, maar zelfs als hij met hun twee kindjes binnenkomt om met een emotionele smeekbede haar naar buiten te lokken, krijgt hij zo te horen een leeg glas naar zijn hoofd. Ik houd wel van moeders die hun kinderen het goede voorbeeld geven wat betreft niet opgeven in het leven en gaan voor wat je wil. De scène eindigt een klein uurtje later met twee politieagenten met kogelvrij jasje die de dame willens nillens buitenwerken. Een zucht van verlichting gaat door het restaurant.

Dellanno_10

En zo zijn wij bij onze main course aanbeland: Snoekbaars ‘Ijsselmeer’ met dooierzwam, kappers, selder en risotto. (Twee tafelgenoten genoten van een kipje, maar daar is geen fotomateriaal van, enkel smakkende appreciatie).

dellanno_07

Ook hierbij kan ik niet anders dan een krachtige ovatie geven. Peter Goossens zou onder meer blij zijn met de perfecte cuisson, structuurcontrasten en smaakassociaties. Heerlijk hapje, alweer begeleid door een mij onbekende maar daarom absoluut niet onbeminde witte wijn. (De rechterbovenhoek van mijn bord ziet er op de foto een klein beetje uit alsof projectielspuwend lid van het keukenpersoneel het al eens had opgegeten, maar in het echt was die associatie een stuk minder present).

Zo gaan we langzaam door naar middernacht en ons dessert: ik nam de Rossini met peer, ravioli en raketsla. Niet meteen een zoetig afsluitertje, maar wat een smaakbom! Een Italiaanse blauwaderkaas met ook nog eens rucola, dat kon niet missen in een heftig smaakpalet. Jawadde…

dellanno_09

Sommige mensen waren niet voor zo’n spitante afsluiter te vinden en laafden zich aan de wijngaardperzik met amandelen en ander lekkers. Ook dat ging er (hier zelf letterlijk) zoetjes in.

dellanno_08

Tijd dus om mijn visakaart de schrik om het hart te jagen en onderweg naar de deur nog snel een fotootje te maken met radioster Michaël, tv-ster Brecht en liefdesster Leen.

img_9968

Niet zoveel later eindigde een fijne avond op de sympathieke Vlasmarkt met een straf warm brouwsel van Bar Oscar en een gezellige wandeling door de warme avond huiswaarts.

Dell’Anno: ge moet dat zeker eens proberen!

Ontmoeting op Paulusfeesten

Tijdens mijn omzwervingen aan de Vlaamse kust om mijn fijne Kite (Libre Vampyr 4.0) even lucht te geven en uren tegen de golven in te springen op een bijna verlaten strand stopte ik ook even op de Paulusfeesten in Oostende. De Paulusfeesten is makkelijk één van de fijnste festivalletjes in ons land. Volledig gratis met goede groepen en zonder veel pretensie. Woensdagavond na een grillworst en een kriek blijven hangen voor de ‘hellbilly’ country van Bob Wayne en zijn ‘Outlaw Carnies’ op het Boudewijnpleintje.

Zwaar gesmaakt! Ik ben steeds te vinden voor dit soort van mixes van country, rockabilly/bluegrass/motörhead/…
Doet me wat melancholisch terugdenken aan onze phychobilly minnende Han; ooit onze drummer bij The Specs. En wie zie ik daar plots vanuit de bar met een stel pinten naar de eerste rij afzakken? Han hemzelven. Even twijfel ik of het wel Han is. Maar zijn zwarte jas met op de achtergrond een grote foto van Elvis met daaronder “Elvis – World Tour 2007″ nemen alle twijfel weg. Dit is de kerel waar ik zoveel fijne momenten mee beleefde in zijn tot leefruimte/repetitiekot omgebouwde stacaravan in de tuin. Glorietijden waar ik eens wat meer over moet neerpennen, maar heden volstaat mijn vreugde hem te hebben teruggevonden!

Specs - met Han Verlinde op drums - ergens eind jaren 80

Specs - met Han Verlinde op drums - ergens eind jaren 80

China rookt crisis weg

Een van de dingen die me sterk opvielen toen ik in China was, was de gezellige attitude tegenover roken. Iedereen lijkt overal te roken. Sigaretten uitdelen is een vorm van beleefdheid. Zonder dat is het moeilijk contacten te leggen. De gewoonte viel me nog het meest op toen we daar een dokter bezochten. Het eerste wat de man deed was ons een sigaret aanbieden. Ik zie dat in Europa nog niet zo snel gebeuren.

Nu gaan ze daar -in het licht van de huidige economische malaise- nog een stapje verder in.Het district Gong’an in de Chinese provincie Hubei heeft zijn ambtenaren opgedragen jaarlijks 230.000 pakjes sigaretten op te roken die in de provincie zijn geproduceerd. Departementen die hun doelen niet halen, worden beboet. Zo willen ze de lokale economie door middel van verhoogde accijnsrechten weer wat opkrikken.

De maatregel is vorige maand ingesteld en stuit op veel kritiek. China heeft 350 miljoen rokers. Per jaar sterven er een miljoen inwoners aan de gevolgen van roken. Maar wat is een miljoen levens als je de economie van het land weer kan opkrikken?

Niets toch?

Toeristisch Kortrijk Onvindbaar

Vreemd stukje over het pijnlijke bezoek aan Kortrijk door een Londonse accountant. De man rijdt af en toe van London naar Brussel en terug. Als hij wat tijd vindt bezoekt hij iets in ons land (meestal gaat hij wafels met aarbeien in Brugge). Had toevallig iets op tv gezien over Henry VIII en het paleis dat die in Kortijk bouwde. Op basis van de getoonde foto van “Palace of Coutrai” wilde Paul wel eens dat paleis bezichtigen. Vorige week dus naar Kortrijk.

Kortrijkzanen kunnen al hun adem inhouden: de stad ligt al meer dan een jaar volledig open en van A naar B is vaak een helletocht langs putten en graafwerken. Daarbij komt ook dat er net Paasfoor was, waardoor alle (reeds vrij schaarse) mogelijke parkeerplaats verdwenen is. Het relaas is er dan ook naar: de man zoekt een uur lang naar de toeristische dienst (nu handig verstopt in het begijnhofpark bij het nieuwe 1302 museum). Daar vallen ze compleet uit de lucht rond dit paleis. En diep teleurgesteld en gefrustreerd vertrekt de man weer uit Kortrijk kom er nooit meer terug te keren. Jammer maar verstaanbaar. De wafelhandelaars in Brugge zien hun vertrouwde klant terug vanaf volgende week.

The extensive roadworks in the centre of Kortrijk, the absence of of any knowledge of a Tourist information Office by the locals, and a single, errant sign that sent me to the old market square, were not going to stop me from finding it. The mission was becoming “find the Tourist information Office” as opposed to “find the Palace of Courtrai“. I continued my search by car and found another couple of “Dienst Toerisme” signs which had been doctored to remove the arrow, because the route was currently barred by the town centre roadworks. Thus ensued the “driving around in circles” episode that we have all done from time to time.

Next time, I will go and have waffles and strawberries in Brugge. I will not be going back to Kortrijk. I have been to small towns in remote parts of Mexico which understand tourism better than Kortrijk. There are no tourists in Kortrijk, because Kortrijk has no idea what tourists are looking for – does your business know what your customers want?

Volgens mij bestaat dat “paleis van Kortrijk” niet meer, maar het blijft natuurlijk een nare ervaring voor de man. Misschien moet ik hem eens inviteren voor een kort bezoek.

Professor Zegellak

professor zegellak en zijn koekoek...

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!

De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.

Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.

In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

jeroen en de zilveren sleutel

Bij Moors magazine lees ik ook nog:

Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.

Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.

Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

professor zegellak's eiland

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.

Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Daan Zonderland - Professor Zegellak en zijn koekoek pagain 1

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!

En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:

Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.

Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.

Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !

Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.

Schrokkers

Ken je dat, zo van die beelden van hongerige mensen die zo snel mogelijk hun eten in hun mond proppen? Ik schets even het kader: we zitten halverwege een film en één of andere ongelukkige heeft honger. Veel honger, want na een schipbreuk / opsluiting / vervolging (schrap wat niet past) heeft hij/zij al een poosje niets te bikken gehad. Meestal zien we nu ook sfeerscheppende en karakteruitdiepende té dik aangebrachte laag schmink die ellende en verwaarlozing dik in de verf moeten zetten. Desgevallend aangevuld met lange rafelige fake baarden en verwilderd haar. Het is meestal ook een beetje donker. Misschien een flakkering kaarslicht of een flikkerende tl-lamp in een uitgewoond huis…

Hoera: de ongelukkige heeft eten gevonden/gekregen. Nu volgt altijd een variatie op volgende beeld. Om het gevoel van uithongering extra te benadrukken begint de persoon in kwestie nu zo snel mogelijk het voorradige eten in zijn mond te proppen en zonder veel kauwen in te slikken. Nogal vaak met de grauwe handen uit een geïmproviseerde houten kom. En met het nodige gemors en gesmak.

Ik word daar altijd ongemakkelijk van. Niet omdat ik geen hongerige mensen verdraag, of propere tafelmanier verwacht van mensen die ik niet ken. Vooral omdat ik dat een ridicuul beeld vind. Dat is volgens mij een soort ready-made beeldtaal voor honger, net zoals de slimme slechterik in B-films bijna altijd schaak speelt om te laten blijken hoe slim hij wel is en sigaren rookt (geknipt met protserige sigarenknipper) om cultivatie uit te stralen. Ik zie absoluut geen reden om zo snel mogelijk die kom uit te fretten. Stel dat die mens in die film achtervolgd wordt door een roedel flink uit de kluiten gewassen wolven in een Siberisch bos en met 8 seconden voorsprong een lekkere gebraden hindebout vindt aan een verlaten vuur, dan zou ik het nog geloven als hij zo snel mogelijk zijn mond en zakken volpropt alvorens schielijk zijn weg te vervolgen. Of als hij in een Zimbabwaanse gevangenis in een cel zit met 70 Afrikaanse bodybuildende gangsters, waar 1 trog voorzien is waar iedereen kan uit eten. OK, dan je je dan moet haasten om iets van de brokken mee te grissen, dan kan ik verstaan.

Maar wat zitten al die schipbreukelingen / opgeslotenen / vervolgden op hun eentje alleentje te schrokken alsof er een bende Zimbabwaanse wolven achter hen aan zit in een Siberische gevangenis? Zever zeg ik u. Niet alleen zouden ze hun maag kapothelpen met dat geschrok, er is geen enkele reden om zo snel te eten. Behalve een gehoopte extra miserabele dimensie voor de regisseur. Knippen die handel.

Normaal overdenk ik dit soort dingen enkel snel als ik weer eens zo’n film zie, en houd ik mijn mening voor mij (en mijn vrouw die er ook niet aan ontsnapt, gezien we meestal samen kijken). Maar vorige week las ik in De Standaard het artikel over “Gevangenissen als concentratiekampen”. In Zimbabwaanse gevangenissen inderdaad. (Zonder wolven).

Een man staan met ontbloot bovenlijf in de tuin van een gevangenis, zijn ribben zijn zo te tellen. Uitgemergelde gevangenen zitten in cellen die alleen uitgerust zijn met dunne matrassen en lakens. Het ‘menu’ is herleid tot een kom maïspap per dag, die de gevangenen traag opeten – alsof ze te uitgeput zijn om het voedsel naar hun mond te brengen.

Dat trekt er al meer op. Als je waarlijk uitgeteerd bent door de honger denk ik niet dat je je bekommert om de snelheid waarmee je je eten in je mond brengt (nog steeds abstractie makend van wolven en bodybuildende gangsters). Wellicht eerder om de efficiëntie. Geen spatter maïspap verloren laten gaan is dan de boodschap. Maar huur een film over een Zimbabwaanse gevangenis en je ziet gegarandeerd een eenzame gevangene die na een hele dag lusteloos wachten in zijn ondergekakte cel plots kwiek opveert als met een kom maïspap brengt en die als een spreekwoordelijke wolf rechtstreeks in zijn keelgat ramt zodat hij daarna weer lekker 24 uur lamlendig kan wachten op de volgende pot eten. Maar de documentaire in Zimbabwe is gefilmd door verborgen camera’s door de gevangenen zelf. Het leven zoals het is.

Zo, blij dat dit even gelucht is…

Twitterdementie

Vorige week las ik ergens dat Twitter je brein snel zou verouderen. Dat belooft voor onze maatschappij. Gezien de groeicijfers van Twitter (in maart alleen al 130% groei!) dan zitten we binnen een paar jaar met een bende senielen op het internet.

Het blijkt dat Twitter het brein van mensen versneld doet verouderen. Ons brein zou niet gebouwd zijn om vele korte informatieve berichten te verwerken. Het lezen van een serie tweets kost, onder andere door de samengeperste informatie, vele malen meer informatie en breinkracht dan het lezen van een boek met evenveel woorden. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Op mijn bureau ben ik ook liever bezig met 1 groot dossier dan, zoals meestal, 189 kleine dossiers waar je overal op moet reageren met nog beperkte informatie. De hele tijd op en neer springen veroudert mijn brein ook een beetje vrees ik.

Fervente Twitteraars zouden trouwens ook emotieloos worden. Er passeert van alles onder je neus, maar eigenlijk heb je geen tijd meer om er nog mee bezig te zijn. Dus ontstaat er een soort van emotionele onthecting. Mensen hebben tijd nodig om te reageren op tweets van anderen. Maar gezien de hoeveelheid informatie, en de verwachtte snelheid van antwoord kan dat eigenlijk niet meer. Korte knip uit een onderzoek van de University of Southern California:

For some kinds of thought, especially moral decision-making about other people’s social and psychological situations, we need to allow for adequate time and reflection. The study raises questions about the emotional cost–particularly for the developing brain–of heavy reliance on a rapid stream of news snippets obtained through television, online feeds or social networks such as Twitter… If things are happening too fast, you may not ever fully experience emotions about other people’s psychological states and that would have implications for your morality

Dat ziet er goed uit!

(natuurlijk heeft ook webzucth een twitterstream. Je kan mijn groeiende dementia volgen per www.twitter.com/webzucht)

7 dingen

Ondanks het feit dat ik nieuwsgierigheid niet zo’n schone deugd vind, volgen we alsnog het stokje van dominiek op: “vertel 7 dingen die men nog niet van je weet…”

1. ik heb een innige passie voor de poezie van de (reeds lang schielijk heengegane) Vlaamse dichter Karel van de Woestijne. Archaïsch als wat, maar dat vind ik er net zo heerlijk aan. Daardoor wellicht niet meer gelezen dezer tijden, maar kon die man werken met ritme en strakke beeldtaal!!! En melancholie vlotjes laten overlopen in stiekeme kinderporno.

 o Bralle broeiïng van het schroeiïg-heete haar
 dat ge als de kromme vlam van eene toortse torschte';
 uitdagend dreigement der driest-gedragen borsten; ...

in de modderen man voorafgegaan door:

Omnis quippe caro corruperat viam suam (Genesis 6)
Want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.

De verscholen (?) pedofilie zit eerder in het gedicht “o kind met bleek gelaat”:

 Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken
 geen liefde in mat gebaar noch in leede oogen ziet,
 maar in uw zedig kleed uw knieën weet te schikken
 zóo, dat me te elken male een laaie drift doorschiet: 

 gij zult het nimmer aan mijn vrome woorden weten
 hoe mijn begeeren om uw kleêren dolen dorst;
 maar ík draag in me-zelf de wonde, zelf-gereten,
 waarvan de koortse rilt en davert door mijn borst. 

 Want 'k heb de straffe zélf in 't lillend vleesch geslagen;
 ik heb een spijt'gen spot gehamerd in mijn brein...
 - Gij echter, ga voorbij, arm kind, en zónder vragen:
 ik haat u om dees geert', die 'k minne om deze pijn..

Ik vermoed dat men daarvoor al eens je naam op een pedofielensite gehost in Zuid-Amerika zou durven plaatsen dezer dagen. Maar de lijzig kijkende dichter uit st-martens latem trok zich daar allemaal niet teveel van aan. Fijn vind ik dat.

2. ik heb nog aan zijde-schilderen gedaan. Vraag me niet meer hoe dat zo kwam, maar het kwam zo. Afgesloten periode.

3. er zijn nog haiku’s van mijn hand gepubliceerd in een haiku-omnibusje. Ik zie daar uiteindelijk niet zo erg veel in, in die Japanse kortversjes, wellicht de ritmische beperking (zie 1.) die ik wel fijn vind in poezij. Ik houd heel hard van limericks ook trouwens, maar dat zullen sommige mensen wel al weten, dus daar maken we geen punt van.

4. ik heb een thesis geschreven over categoriënleer in de esthetische beleving op 3 weken tijd in mijn laatste jaar filosofie. Ik kreeg er dan ook zeer magere punten voor, maar we waren erdoor in eerste zit en dat was dat.

5. ik heb nog een konijn doodgeschoten met mijn boog vanuit een boom. Boogschieten als een indiaantje, daar was ik weg van in mijn jonge jaren. Dus in de vroege ochtendschemering kroop ik in een notelaar. Nooit bij stilgestaan dat ik het beest wel eens zou kunnen raken. En dat het niet meteen dood zou zijn. En dat ik dan niet goed zou weten wat te doen. Behalve met angstige oogjes vanuit de boom toekijken hoe het pluizige beestje een korte doodsstrijd voerde terwijl het in de grond gepind zat met een lange pijl. Sindsdien geen beestjes meer geschoten. (behalve bijna per accident een duif met mijn nieuwe yamaha recurve boog 2 jaar geleden – ik schoot voor het plezier recht omhoog (dom idee trouwens, want als je ver schiet dan zie je de pijl niet meer, en kan je die evengoed op je hoofd terugkrijgen) en toen passeerde plots zo’n vlucht duiven. Ik denk dat ik er ééntje in de veren heb geschoten, want het beest verloor even hoogte en koers, fladderde wat vreemd, maar vervolgde toen zijn weg met zijn kameraadjes…

6. soms vrees ik dat het nirvana mij gevonden heeft, zonder dat ik er erg hard naar zocht. Ik kan momenten van volledige stilte in mijn hoofd hebben, waarin ik me bijna niet bewust ben van mijn omgeving, geen gedachten heb en mij wat zwaar voel worden. Fijn kan dat zijn. Ik weet dat nogal wat mensen daarnaar zoeken. Maar soms heeft dat ongelegen bijwerkingen. Zoals steeds minder denken over gelijk wat in het leven, zelfs als dat even nodig blijkt.

7. ik heb nog (alweer in mijn feeërieke jeugdjaren) pompoenen ingespoten met vergif. Samen met mijn broer had ik die dingen geplant aan de straatkant, en als ze rijp waren kwam een onverlaat ze stelen. We hebben ze dan maar vergiftigd. We hadden ook in ons kinderlijk geschrift een bordje gemaakt in karton waarop stond: “deze pompoenen zijn vergiftigd, niet plukken a.u.b.”. Ik had een stil vermoeden dat er wel een volwassene zou denken dat we hem/haar daar niet mee zouden bedriegen. Zoals met verklikkerlichtjes in een auto zonder alarmsysteem. Twee dagen later waren er wat pompoenen weg. Niets meer van gehoord. Tsja…

Gaarne werp ik de stok over de haag van:

niggle

xtremels

karl

Hamburgermarges

Een beetje toevallig loop ik hier tegen een artikeltje van het nieuwsblad aan (op zoek naar die hamburgerbar in Gent – iemand een idee?). Daar zie ik dat de uitbater van een hamburgerkraam op de Gentse Feesten 42.000 euro betaalt om daar op de Korenmarkt te mogen staan met zijn burgers. Que? dat is dus 4.200 euro per dag of zo. Ge moet daar nogal wat hamburgers voor verkopen zou ik denken. Ik weet niet zo goed wat een burger mag kosten aan zo’n kraam. Een euro of 5? zou je daar dan 2 euro aan kunnen verdienen? Wie weet. Maar dan moet je nog 2.100 hamburgers verkopen om gewoon uit de kosten te raken. Maar om winst te maken moet je dan al bv 5.000 burgers verkopen. Uh? Als je dan van 11u tot 3u ‘s nachts braadt, dan moet je per uur nog 333 hamburgers verkopen; of 5 per minuut.
Hoe gaat dat eigenlijk?
Hmmm…

Homeopatische journalistiek

Fijne quote gelezen bij Sam Degraeve:

Ik had nog nooit een journalist ontmoet, noch bij ons, noch bij de concurrent, noch op een of andere persconferentie, die beweerde dat zijn of haar krant erop vooruit was gegaan, nog nooit. Als je ons moest geloven, dan was er sinds het begin der tijden een neerwaartse trend in de kwaliteitsjournalistiek en bleef er nu nog hooguit een homeopathische hoeveelheid aan degelijkheid over.

Toegeschreven aan David Van Reybrouck. Het heeft wel iets vind ik. Je hoort inderdaad vooral dat alles in moordtempo naar de verdoemenis gaat en het leuke en logische gevolg is inderdaad dat het met die kwaliteit dan toch zeer pover gesteld moet zijn. Terwijl de eigen communicatie toch altijd de term “kwaliteitskrant” naar voor schuift als kenmerk.

Zomeruur

Nooit naar het nieuws kijken op tv en kranten enkel professioneel op snelheid doorbladeren heeft 1 klein nadeel: je weet zelden dat de klok opschuift voor zomer- of winteruur. Ook dit weekend was weer een beetje van een verrassing. Omdat we in Brussel moesten zijn voor Afrika! Afrika! moesten de kindjes eerst naar hun tijdelijke oppas gebracht. Daar aangekomen blijkt de klok ons een uur te hebben ingehaald. Gelukkig waren we enigszins op tijd vertrokken of we waren hopeloos te laat geweest. Nu misten we enkel de brunch. Een brunch die we toch zouden gemist hebben door redelijk veel volk voor redelijk weinig eten.

Ik weet nooit goed wat ik moet denken van dat zomer- en winteruur. Als je de instellingsproblematiek zou kennen van de klokken op onze oven en microgolf (die tijdens ontbijt en ochtendritueel met de kindjes mijn voornaamste tijdsbakens zijn) dan zou je meteen begrip hebben. Het zal zeker nog een week duren eer ik weer uitgevogeld heb hoe ik die vermaledijde dingen moet instellen. Die ovens zaten in de keuken toen wij het huis kochten, maar handleidingen waren niet inbegrepen. Met het gebruik van een oven kan ik nog goed overweg, maar die klok, dat is een soort van multiknoppencombo dat ik altijd maar vind door dagenlang allerhande vreemde combinaties te drukken. Tot ik plots in het klokmenu ben. Gelukkig zijn gsm, wekkers en klokken vrij makkelijk te verzetten en maakt de dvd-recorder de sprong uit eigen initiatief. Net als de computers.

Nu nog hopen dat de kleine gabbers in huis ook vanzelf de sprong maken. Met vervroegen van de klok valt dat kennelijk nog mee. Nog een geluk, zo heb ik kunnen slapen tot 6u30, anders was het weer 5u30 geweest. Lang leve het zomeruur! (Deze winter zal ik anders piepen – nu maar hopen dat het mannetje tegen dan toch tot rond halfzeven slaapt van nature, ander kan ik rond vier uur opstaan – not!).

En het is natuurlijk lekker lang klaar ’s avonds, dat is ook wel genieten. Als zal ik weer eens de wilde wilg moeten terugsnoeien.

De kleine tv-ster

Maandag 2 maart: een grote dag voor Ilie. Net tweeëneenhalf geworden en dus mocht ze naar school. En gezien het meisje al een tijdje zindelijk is en mentaal klaar voor iets nieuws, zette ik haar gisterenochtend als trotse vader af aan de schoolpoort. Tot daar liep alles zeer vlot. Met haar grote boekentas op de rug beklom ze tetterend de trappen naar de poort. Maar toen ze daar binnentrad en een drietal wenende kindjes zag, bleef ze plots stilstaan. Uiteindelijk wilde ze enkel op mijn arm verder naar de speelplaats. Daar stond een klein onthaalcomité met koffie en een gids naar ons klasje. Kort introgesprekje met de juf. Ilie kijkt benieuwd rond. Maar als de vader haar een kusje geeft en vertrekt, plooit haar onderlipje zich plots in een trieste plooi en gaat ze wat huilen. Een vaderhart breekt een beetje als ik me toch omdraai en de speelplaats verlaat. Alles nieuw voor ons popje – hopelijk vindt ze snel haar draai op school.

Dinsdag 3 maart: bijgemutst eet Ilie haar havermoutpapje als ontbijt en gaat mee naar school. Ze stapt flink binnen, geeft haar vader nog een zoen en kijkt verwachtingsvol naar alle spelende kindjes op de koer. Ik denk dat het snel goedkomt.

En op maandagavond krijgen we bericht van de familie dat onze dochter op televisie is. WTV interviewt een kleuterklasje, hun juf en hun nieuwe stagiair-begeleidster die studeert voor kleuterjuf maar nu al praktijkervaring komt opdoen in haar eerste jaar. En wie kijkt daar ietwat terughoudend naar de interviewer met de grote micro, maar vertelt dan met een lief stemmetje dat ze het wel leuk vindt op school? De Kleine Ilie natuulijk. En zo zien we ze wat later ook nog eens zitten op een stoeltje tijdens een voorleesmoment en later als ze zelf een boekje leest. Op die manier krijgen we een klein fijn overzichtje over hoe ze daar als klein ukkie rondhangt in de klas…

De pagina van het regionieuws waar je via de tab “video” het filmpje kan bekijken vind je hier. (Ilie is het blonde meisje met een roze pulletje dat rond 1:10 in beeld komt)