Gedichtendag 2010

Dag begonnen met vanuit de auto per limerick een fijn old-school  metal-nummertje aan te vragen op Studio Brussel:

de grijsheid valt niet te verkroppen

dus springen bij mij alle stoppen

en slechts één lied

stopt dit verdriet:

metallica’s meester der poppen

 straks nog een haiku schrijven voor op Twitter…

Professor Zegellak

professor zegellak en zijn koekoek...

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!

De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.

Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.

In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

jeroen en de zilveren sleutel

Bij Moors magazine lees ik ook nog:

Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.

Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.

Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

professor zegellak's eiland

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.

Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Daan Zonderland - Professor Zegellak en zijn koekoek pagain 1

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!

En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:

Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.

Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.

Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !

Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.

Freaky Age

foto joris van molle

Gisterenavond even snel over en weer geweest naar Demorock op ‘Hoge in Kortrijk. Daar was een battle van 3 plaatselijke bands voorzien, waarvan de winnaar 500 euro kreeg (vroeger placht dit een ticket te zijn richting opnamestudio – maar stijgende kosten schijnen daar anders over te denken). Die winnaar bleek Captain Compost.

Ik was deze keer voornamelijk afgezakt om even de jongens van Freaky Age te monsteren. Had ze ooit gevraagd om te komen spelen op De Manager van het Jaar, maar ze zagen dat toen niet helemaal zitten. Streetcred en zo…

In het PHTI kwamen ze blijkbaar wel met plezier langs. Er was eigenlijk zielig weinig volk voor zo’n -toch wel al grote- groep. Ik gok een man of honderd. Maar dat was het ergste niet. Diezelfde honderd man waren daar blijkbaar voor een mij verder onbekende reden die niet zoveel met muziek leek te maken te hebben. De helft stond met zijn rug naar het podium tijdens alle optredens. Beetje pinten drinken en wat praten met de buddies. Beetje receptiesfeer op een ontspoorde trouw waar iemand probeert te speechen en niemand luistert.

Maar daar lieten de mannen van Freaky Age zich allerminst door afschrikken. Vanaf de eerste seconde strak in het ritme, prachtig op elkaar ingespeeld en met vol enthousiasme alles gevend. Zo’n band, een mens zou daar heimelijk jaloers van worden. 18 jaar intussen, al een beetje overal gestaan waar een band kan staan in België. Nog een heel leven voor zicht. Muzikaal stevig in hun botten. Geen pretentie.

Strak viertal, echt waar!

Perfecte vertalingen

Laatst strandde ik op de site van Plurk.com. Web2.0 dinges met chronologische overzichten van tweetachtige berichten. Standaard springt dat op Nederlands als taal. Wellicht vertaald met een internetvertaalmachine (behalve de titel – die blijft gewoon in Engels staan).

Geniet even mee van dit het fantazzisch stukske er tekst waar vond mij op de hun site:

What is Plurk?

Naamwoord. plurk (plüer-kh)- Een naar waarheid snazzy locatie dat jullie staat naar de vitrine de evenementen toe dat uw leven grimeren in appetijtelijk verteerbare brokstukken. Laagte in het vet, 5 calorieën per het bedienen, echter klos vol met goedheid.

Precedent gebruik: ‘Gee-Navigatiesysteem golly, mijn kinderen zijn plurking alle etmaal lang, welk moet beginnen een moeder?’

Waarom hen maken, natuurlijk vast! Ja, Plurk is voor allemaal. Wij hebben genomen de tijd, de complexiteit, en het diepe zelfonderzoek hoefde buiten bloggend.

Deze is van niet Billy blog van Q. Poindexter, niet, niet. Ter vervanging, Plurk is een gemakkelijke weg naar de kroniek en delen de dingen jullie doen, de weg jullie voelen zich, en alle andere dingen hiertussen dat uw leven grimeren, met het volk dichtbij jullie. Het is direct gestreeld worden, directe zelve-bevrediging, moment grootheid, terstond JULLIE. Deel uw leven wapperen, levensecht uw leven!

Ik heb uiteindelijk de Engelse versie opgezocht om te weten waar dit over ging. (al moet je eigenlijk een voorbeeld zien om het echt door te hebben, maar soit). Waarlijke directe zelve-bevrediging voor de ziel. Maar dikke pleurk voor mijn taalpapillen!

Update: ik dacht, ik stuur ze een propere tekst, zodat ze niemand wegjagen. Daar zijn ze blij mee zegt het contactformulier:

Gekregen iets op uw geest? Wij lurve terugkoppeling van allemaal Plurkers, hetzij nakomeling of oud, klein of groot, of blauw of purper. Suggesties, commentaar, concerns, of nog iets op uw geest, geven ons een kreet!

Homeopatische journalistiek

Fijne quote gelezen bij Sam Degraeve:

Ik had nog nooit een journalist ontmoet, noch bij ons, noch bij de concurrent, noch op een of andere persconferentie, die beweerde dat zijn of haar krant erop vooruit was gegaan, nog nooit. Als je ons moest geloven, dan was er sinds het begin der tijden een neerwaartse trend in de kwaliteitsjournalistiek en bleef er nu nog hooguit een homeopathische hoeveelheid aan degelijkheid over.

Toegeschreven aan David Van Reybrouck. Het heeft wel iets vind ik. Je hoort inderdaad vooral dat alles in moordtempo naar de verdoemenis gaat en het leuke en logische gevolg is inderdaad dat het met die kwaliteit dan toch zeer pover gesteld moet zijn. Terwijl de eigen communicatie toch altijd de term “kwaliteitskrant” naar voor schuift als kenmerk.

Carmina Burana – misheard lyrics

Geweldig! Door de bijgeplaatste beelden en tekst kan je bijna niet anders dan die teksten horen.

Hou me vast 3

Vandaag even binnengesprongen bij Radio 2 West-Vlaanderen.  Met Charlotte Crul hadden Niko en ik een kort gesprekje over “Hou me vast”, het ontstaan daarvan en onze verdere muzikale ambities. Na een verwarmend chocomelkje in de wachtzetel kleefde mijn mond wel wat dicht, maar we hadden toch een fijn interview. Mochten we ooit nationaal raken, dan zal ik wel even moeten letten op mijn taalgebruik, want ik vermoed dat mijn articulatie niet altijd je dat was.

Morgen komen we dus in avondpost. Interview, ons liedje en de bedenkingen van Eric Melaerts daarop. En zoals het hoort kunnen jullie dan meteen stemmen op ons nummer. Het de welverdiende steun geven dat het verdient. Als we op één middag al zo’n fijn riedeltje kunnen maken, hoeveel mooier wordt het dan niet als we het professioneel kunnen herwerken?

Dus stemmen vanaf dinsdagmiddag 24/2 op de site van Radio 2!

Drink niet van mijn vaarwater!

Uit een oude taalmail van de vrolijke mannen van de vrt

Spreekwoorden. Ze geven vaak dat beetje schwung aan een tekst, maar het kan er ook grondig mis mee gaan. De meest poëtische uitdrukkingen, de meest welluidende vergelijkingen kunnen veranderen in nauwelijks herkenbare mutanten tegen de tijd dat ze hun publiek bereiken.

Een vrij onschuldige maar vaak voorkomende uitschuiver is nauw aan het hart liggen. We bedoelen ermee dat iemand of iets veel voor ons betekent, ons raakt in ons gemoed. Nauw aan het hart duikt zo frequent op dat velen er niet bij stilstaan dat de uitdrukking eigenlijk na aan het hart liggen is. Een andere hardnekkige is een handje weghebben van, een verhaspeling van een handje van iets hebben (de – vaak hinderlijke – gewoonte hebben iets te doen) en iets weg hebben van.

Maar het kan erger. Zo hoorde ik onlangs iemand spreken over klinkklare oplossingen. En die niet erg werklustige collega moest nu maar eens uit zijn kluiten schieten. En er is meer, veel meer: een touwtrekkersrol spelen, wij zijn de mazen die door het net zullen glippen, een vinger in de pap te brokkelen hebben, muggen op laag water zoeken, we zullen dat varkentje wel even pellen.

Smuk je taalgebruik gerust op met een stijlvol spreekwoord of leuk gezegde, maar haal ze niet door elkaar. Neem niet te veel hooi op je schouders, want voor je het weet is de koe door de kerk en dan sta je daar, met je broek vol tanden.

Vruchtbaar

Daarnet in de mailbox:

“Zoals deze middag besproken zijn wij geïnteresseerd om een elkaar bevruchtende samenwerking tot stand te brengen”

.
Jammergenoeg waren het geen blitse chickas die me dit voorstel deden maar wat gortdroge ingenieurs van een vereniging die we voor de integriteit even niet met naam vermelden.

Putten en dukken

Vannacht bij het inslapen was ik wat aan het mijmeren over het woord “dutten” en “tukken” als dat laatste al bestaat. Ik moest denken aan het vroegere anagram voor de PTT: “Putje delven, Tentje zetten, Tukje doen”. Wat me toen plots te binnen schoot: de laatste jaren zie ik nooit meer zo’n tentjes! In mijn herinnering zijn het van die vrolijk gestreepte oranje-achtige tentjes aan een aarden put, waar dan elektro-mannetjes onder werkten aan leidingen binnen de graafwerken. Maar waar zijn die tentjes gebleven?
Ik veronderstel dat het niet is omdat je op de Post of Belgacom geen grapjes meer kan maken over slapen of tenten zetten dat ze er niet meer zijn. En ik zie ook niet meteen een moderne versie. Bijvoorbeeld een aluminium bouwsel of een multifunctionele container die de werklieden warm en droog houdt.
En toch worden er nog putten gedolven. Meer dan ooit lijkt me zelfs. Hele straten moeten open voor de zoveelste leiding of kabel, enorme graafmachines scheuren elke pasgelegde straat na enkele dagen weer open, trucks met aarde denderen dagelijks donderend onder mijn ramen voorbij… Krijgen de werkers gewoon geen beschutting meer van de staat? Wordt er niet meer gewerkt buiten optimale omstandigheden met zon en warme lucht? Ben ik selectief blind geworden voor vrolijke gestreepte oranje tentjes? Kan alles nu in een voormiddag? Of slapen de ex-PTT’ers gewoon nooit meer?

Vertalingen

Nog nooit zo afgezien met een vertaling als vandaag. Sowieso ben ik geen gediplomeerd vertaler, en doe ik het ook niet zo veel. Gelukkig kan ik bogen op een redelijke portie taalgevoel, toch binnen de Germaanse talen, zodat vertalen van normale teksten weinig problemen oplevert. Vandaag werd ik evenwel geconfronteerd met een tekst die me in zweetdruppels deed uitbarsten. Ten eerste omdat de tekst nogal technisch was. Over detectiesystemen in geavanceerde software en zo. Uiteindelijk heb ik een aantal woorden weer in Engels gezet, omdat ik niet veel moois zag in vertalingen van termen als “radio detection finder”.

Wat echter veel erger was, was dat de oorspronkelijke tekst ook al zo stroef lag. Echt om door te ploeteren. Om daar dan nog een mooie vertaling van te maken, zonder de inhoud geweld aan te doen en zonder te ver af te wijken van de oorspronkelijke woorden (wettelijke verplichting) was geen lolletje. Navraag leerde me uiteindelijk dat de tekst oorspronkelijk uit Duitsland kwam. En gedorie, dacht ik, dat is er aan te merken. Net zoals ik ooit eens aan de KU Leuven les volgde in het Engels. De man was Amerikaan. Na een paar minuten wennen aan de uitspraak en af en toe eens twee keer peinzen over een woord was alles dik in orde. Tot de tweede helft van het jaar een Vlaamse prof les kwam geven in het Engels. Dat gaf dus tweemaal niets. Het Engels was al een soort van vertaald Engels (we zwijgen dan nog van de horribele uitspraak), maar die tussenslag van dubbele vertaling was een echte ramp.
Wat me weer doet denken aan de fijne presentaties die je soms hoort op conferenties.

De vertalingen zelf: hier, hier, en hier.

Vreemde herten

En kijk eens welk een fijn woord we vandaag vinden op het internet: “aarsgewei” wat slaat op een tribal tattoo op de onderrug.
Ha!

Attributen

Als ik hier nog een tijdje doorga met informatica te studeren, dan kan ik binnenkort wellicht ook flink GeekSpeak beginnen uitkramen. Hier vlak voor mij ligt nu een cursus rond objectgeoriënteerd programmeren. Daaruit deze zeer metafysisch aandoende quote:

Waar een class een abstractie is van een begrip, is een object een concretisering van dat begrip met concrete waarden voor de attributen van de class die het begrip beschrijft.

Het klopt wel allemaal, maar kwam me bij het vrolijk voorbijlezen even over als een metafysische omschrijving van de mens:

De mens is het zijnde in het totaalverband der zijnden, die het zijnde als zijnde geboren doet worden.

hmmmm.

Gedichtendag

Vandaag ben ik een vlinder
en eet mijn eigen vleugels op
zet zo mijn zoekend denken stop
en alles wat met hindert

Hier is geen twijfel meer, geen kilte
ik kan niets meer dat ik kon
rol me op in mijn cocon
en koester zacht de stilte.
(jt)

Journalistiek

‘t Is toch wat met die nieuwsmakers. Kom ik net thuis van een gezellige inkoopwandeling op de markt en hangt Radio2 aan de lijn. Gelukkig een vriendschappelijk gesprek, met de melding dat ik vermeld ben in “De Morgen” van vandaag met de site Webzucht. Zelf lees ik al een jaar of vijf geen kranten meer noch volg ik ooit nieuws op tv, dus ik zou het wellicht nooit geweten hebben.
Of ik wist hoe je die initiatiefnemer van de toekomstige Hypermegasuperblog van Vlaanderen kon vinden voor een interview. Gelukkig ken ik de betreffende journalist en kan je op de radio ook iets minder goed mensen woorden in de mond leggen dan in de krant, want wie weet wat Dominiek vanavond dan op de radio weer allemaal te zeggen zou gehad hebben.

De Morgen was er alvast in geslaagd om zowat elke bron die ze vermeldden volledig verkeerd te quoten, vanalles door elkaar te halen en daarbovenop nog eens de helft van het gesprek zelf uit te vinden. Maar je moet iets over hebben voor een fijn stukje in de krant, niet?
Ik herinner me nog levendig de dag dat ik ergens in 1993 tot preses van de KULAK was gekozen. Wat fotografen en reporters aan de deur en de telefoon. De volgende morgen kon ik niet geloven wat ik las in de krant. Ten hoogste hadden ze de woorden “het”, “de” en “en” overgenomen uit mijn relaas, de rest was er gewoon bijgefantaseerd. Het was de periode rond de film “Ad Fundum” en er waren wel wat polemieken rond dopen en studentenkringen, maar dat was nog geen reden om me zomaar vanalles in de mond te leggen.

Zo te zien is het nog steeds van dat in de media. Strookt het niet met je eigen fantasie als reporter, maar er iets moois van achter je toetsenbord.
Zie ook hier en hier.

Etiquette

Etiquette is for people who have no breeding, fashion is for those who have no taste

Eh?

De kunst van “vriendelijk bedankt-brieven” bij een sollicitatie bereikt stilaan nieuwe hoogtepunten. Meestal krijg je een eerder saai maar correct briefje dat je meldt dat je brief goed is ontvangen, maar dat je profiel niet zo goed aansloot bij de funtie of iets van dat slag. Met betrekkelijk weinig variaties in opstel.
Vorige week kreeg ik evenwel iets nieuws in de bus:

Geachte heer Thibaut,
Wij hebben uw kandidatuur voor de bovengenoemde functie goed ontvangen.
De huidige medewerkster bij xxxx, die bovenstaande functie uitoefent, heeft besloten het bedrijf niet te verlaten. Wij zetten dan ook een punt achter deze procedure / …

Tsja, wat moet je dàn gaan denken. Ik zou veronderstellen dat een bedrijf een dure zoektocht naar een nieuwe medewerker pas start als redelijk zeker is dat een werknemer definitief verdwijnt uit een job. En kwam die medewerkster dan plots na drie weken weer met hangende pootjes haar job terugvragen? Alstublieft mijnheer den directeur, je mag de kosten dan van mijn eerste loon aftrekken…ik zal het nooit meer doen. Maar mag ik alstenblieft weer beginnen hier?

Ik weet het niet. En zal het wellicht nooit weten. Het leven blijft een mysterie.

Q

Laatst quam me een verschriquelijk nieuws ter ore: bepaalde letters uit ons alfabet verdwijnen naar zwarte gaten in het heelal. Gelukkig is er tijdig aan de alarmbel getroquen.
to the res-Q
Het wordt tijd voor meer actie: steun de quizmaster en doe mee aan de queeste voor beschermde squone letters.

Jean-Baptiste – Wayn Traub

29 oktober 2004
Gisteren nog naar een leuk stukje podiumwerk gaan zien in de Vooruit in Gent. Daar speelde Jean-Baptiste van het Toneelhuis in een concept van Wayn Traub. Een immens standbeeld centraal op het podium met links en rechts twee schermen. Daarop spelen zich tegelijk twee zaken af: links is er een filmopname van een fabelvertelling opgeluisterd door het Vlaams Radio Orkest (muziek van Wim De Wilde); rechts is er een redelijk parano?de rechtszaak over een onthoofde priester. Op het podium zelf tenslotte zien we een soort van zeer manieristisch barok maskerspel. Dit spel volgt in grote lijnen de dierenfabel die intussen op het linkerscherm onder begeleiding van de muziek wordt ingesproken in de studio. Later blijkt de fabel ook steeds dichter te komen bij de vreemde ontwikkelingen in de rechszaal.

Jean-Baptiste
Hoewel ik in het begin van de voorstelling nog met wat angsten zat dat het misschien allemaal niet veel ging worden die avond, werd het beter en beter naar het einde. Om te beginnen ben ik altijd al een groot fan geweest van diverse verhaallijnen die dan naar het einde in elkaar verweven blijken te zitten. Het was ook leuk om nog eens zo’n fabel te horen, al was hier niet altijd duidelijk waar die fabel precies naartoe wilde en wat de pointe was. Maar hij werd wel zeer overtuigend gebracht door Marie Lecomte en Simonne Moesen. Erg geestig in de overdreven gebaartjes en pasjes die de teksten begeleidden. In een zeer mooi Frans, dat daarenboven ook nog eens voortreffelijk in rijm vertaald was naar het Nederlands in de ontertiteling op de schermen. (wat van de vertaling van de Harry Potterboeken geenszins kan gezegd worden, maar dit terzijde). Heel deze barokke fabel werd dan ook nog eens overgoten met de zang van de Belgische Farinelli: Jean-Baptiste. Deze Jean-Baptiste is niemand minder dan alweer Wayn Traub. Deze Wayn Traub is niemand minder dan Geert Bové, de man die eerst en klassieke dansopleiding volgde, daarna zichzelf omschoolde tot filmregisseur en daarna nog eens de licentie kunstwetenschappen behaalde aan de Sorbone. Bij de aanzet klinkt de muziek zeer dicht naar kitsch, maar overstijgt die dan wel weer met zeer innemende falsettoliederen, die een betoverende en zelfs bijna hypnotiserende invloed hebben op het publiek.

Prachtig is dat naar het einde ook steeds duidelijker wordt hoe alles uiteindelijk samenhangt (al bijft er steeds wel iets over waar je niet zo zeker van bent). De vos en de slang uit de fabel zijn ook in de rechtszaal te vinden als Lecomte en Moesen (die daar ook zitten als een vosje in de beklaagdenstoel en een heimelijke slang die tracht de rechtsgang in andere bochten te wringen door verbaal het proces te sturen in vreemde richtingen). De stier die de boom van de uil omduwt is wellicht het zwaard (dat trouwens ook Toureau heet) dat de priester onthoofd heeft en daarmee meteen de rede van die man zijn lichaam scheidde. En alles overgoten met een dikke lepel liefde, zowel in de fabel, in de rechtszaal als overkoepelend in de muziek van Jean-Baptiste: “mon amour, mon aimée, mon amante”!

King of Drop

Vandaag in de krant: “Moeder van 13 gooit baby uit flat“.
Meteen twee ferme aandachtstrekkers: een moeder gooit haar baby uit de flat, en ze is gedorie zwanger en nog maar 13! Dat laatste moet nog kunnen. Toch als ik de Vlaamse klassieker van Louis Paul Boon volg. Na mijn uitgebreide literaire studie van het boek “Mieke Maaikes obscene jeugd” onthield ik: Neen, meisjes van 12 neemt men niet, men wacht tot ze 13 zijn. Maar goed. Blijkbaar is een meisje van 13 uit Sint-Jans-Molenbeek erin geslaagd om haar pasgeboren baby van op de dertiende verdieping van een flatgebouw naar beneden te “laten vallen”. Geen wonder dat de media Michaël Jackson vriendelijk doch aanmanend waarschuwde voor het over de balustrade houden van kleine kinderen. In tegenstelling tot the King of Pop had het meisje de veranderingen in haar lichaam negen maanden lang voor iedereen verborgen gehouden. Dat moet wel zielig geweest zijn denk ik dan. De vader, een 16-jarige met een melksnor laat je in de steek en daar sta je dan met een groeiend wezentje in je buik. Het meisje beviel in de loop van de dag helemaal alleen van een jongetje en wist geen raad met haar baby. Dus kieperde ze die baby maar over de reling. Zou ze dan hebben staan kijken hoe haar kleine mannetje naar beneden gleed, snelheid haalde en uiteindelijk, na een lange val in slow motion op het voetpad met een doffe klap neerstortte?
Ik hoop van niet, want ik vraag me af of je dat ooit te boven komt. Radeloos zijn, met je verborgen zwangeschap. Niets durven zeggen omdat niemand nog iets weet. En dan in een vernietigende cirkel van angst en onmacht zo’n beslissing nemen. Die je de rest van je leven blijft achtervolgen.

Ik hoop dat ze rust kan vinden in haar leven en wat meer inzicht in de gang van zaken.