Gedichtendag 2010

Dag begonnen met vanuit de auto per limerick een fijn old-school  metal-nummertje aan te vragen op Studio Brussel:

de grijsheid valt niet te verkroppen

dus springen bij mij alle stoppen

en slechts één lied

stopt dit verdriet:

metallica’s meester der poppen

 straks nog een haiku schrijven voor op Twitter…

Professor Zegellak

professor zegellak en zijn koekoek...

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!

De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.

Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.

In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

jeroen en de zilveren sleutel

Bij Moors magazine lees ik ook nog:

Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.

Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.

Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

professor zegellak's eiland

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.

Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Daan Zonderland - Professor Zegellak en zijn koekoek pagain 1

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!

En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:

Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.

Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.

Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !

Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.

Hou me vast 3

Vandaag even binnengesprongen bij Radio 2 West-Vlaanderen.  Met Charlotte Crul hadden Niko en ik een kort gesprekje over “Hou me vast”, het ontstaan daarvan en onze verdere muzikale ambities. Na een verwarmend chocomelkje in de wachtzetel kleefde mijn mond wel wat dicht, maar we hadden toch een fijn interview. Mochten we ooit nationaal raken, dan zal ik wel even moeten letten op mijn taalgebruik, want ik vermoed dat mijn articulatie niet altijd je dat was.

Morgen komen we dus in avondpost. Interview, ons liedje en de bedenkingen van Eric Melaerts daarop. En zoals het hoort kunnen jullie dan meteen stemmen op ons nummer. Het de welverdiende steun geven dat het verdient. Als we op één middag al zo’n fijn riedeltje kunnen maken, hoeveel mooier wordt het dan niet als we het professioneel kunnen herwerken?

Dus stemmen vanaf dinsdagmiddag 24/2 op de site van Radio 2!

Gedichtendag 2008

Wapperzacht hang ik te drogen
aan lijnen liefde in de tuin
honderd hongerige ogen
zijn mijn ongezien fortuin

En lispelende lippen lippen
woord na woord na woord
fluisterstil gaan letters wippen
wie mij leest heeft mij gehoord

Kort semi-nonsens gedichtje geschreven ter ere van gedichtendag 2008 op de school van vrouwlief. Daar hangen ze vandaag allemaal kleren aan waslijnen op de speelplaats, overdekte hallen en de tuin. Op die kleren (of toch kleervormige stukken textiel- staan gedichten gestencilled of gekalligrafeerd. Voor de lol heb ik uit een stukje oud hemd een mini t-shirtje geknipt (van een centimeter of 7) en daarop het gedichtje gehangen. Leen zal het dan tussen de grote stukken hangen aan de lijn in de tuin. En zo komt er nog een klein stukje barok gerijm (zoals de wederhelft het eerde noemde) tussen de strakke minimalistische poezij die daar hoogtij zal vieren.

Rellen in Parijs

9 november 2005
Een pyromaan crapuul uit Parijs
vond zijn woonblok een klein beetje grijs
dus als daad voor zijn land
stak hij auto’s in brand
want hij vond spelen met stekskes vree wijs!

Spreuk

Zag ik laatst ergens voorbijkomen:
Time flies like an arrow, fruit flies like a banana
hmmm…

XP Raymundo

Een zanger met een afkeer van de States,
spuwde gal als een verbitterde scheids
maar na zijn sermoen,
zag hij plots de poen,
en hoereert zich nu vrolijk voor Gates

Orkaan Rita

Een flatulent man uit Wichita
eet nooit van zijn leven nog pitta
want hij ging door het lint,
liet een knallende wind,
en iedereen noemt hem nu Rita

Exit Johannes Paulus II

Een kwakkelend kerkvorst uit Polen
Had zich voor d’ ouderdom verscholen
hij zei: ik doe voort,
met Mag’re Hein aan de poort,
Maar begon toen wel erg hard te tjolen.

Gedichtendag

Vandaag ben ik een vlinder
en eet mijn eigen vleugels op
zet zo mijn zoekend denken stop
en alles wat met hindert

Hier is geen twijfel meer, geen kilte
ik kan niets meer dat ik kon
rol me op in mijn cocon
en koester zacht de stilte.
(jt)

Verjaardagswensen

Vanavond las ik net de fijne verjaardagswensen van mijn ouders op een digitale postkaart. Morgen ben ik alweer 30 jaar oud en dat verdiende een gedichtje de elektronische snelweg. Ik plak het hier even op de telex, zodat ik het zelf snel kan vinden en niet moet inloggen op andere e-card-sites; en voornamelijk ook als voorbeeld voor de rest van jullie.

Wat gaat het leven toch een vaart:
reeds dertig kaarsjes op de taart!
Waar is nu de tijd dat ‘t ukkie klein
nog in zijn wiegje lag te schreien?
Of toen het onrust bracht te weeg
omdat ‘t van groenten plots een afkeer kreeg?
Of op school zijn vriendjes pestte
en koolstof strooide in hun vesten?
Of op universiteit en Kulak hier
volop genoot van studentikoos plezier?
Die vroeger tijd met zijn kwajongensstreken
is van lieverlede voor goed geweken,
en ook Cantab, Haarlem en ‘t verre Ede
zijn reeds lang vervlogen naar ‘t verleden.
Maar niet getreurd, er blijft te gaan
ruim drie vierden van je levensbaan.
En weet: wat komen zal is even mooi
en valt ook altoos in de juiste plooi;
zo veel geluk heb je in je leven nog te goed
dat, al is ‘t nog onbekend en onvermoed,
je immer deugd aan ‘t jeugdig hartje doet.
Althans dat wensen je metterdaad
twee oudertjes uit de Pater Davidstraat!
Geniet ook méér dan alleen maar even
van de langste jaardag van je leven,
want juist ook dertig uren telt de dag
van wanneer de zon voor ‘t feestgelag
uit de Chinese Zee ten hemel stijgt
tot wanneer ze rood ter kimme nijgt
hier in ‘t westen van ons vaderland.
Zo zie je maar, al trek je ver en snel,
je achterhalen doen onze wensen wel,
en al vloog je zelfs naar China toe
twee computer-analfabeten weten hoe
ze hunne wensen moeten expediëren
om je van harte en gemeend te feliciteren.
Dies -al worden door ‘t verblijf in ‘t verre oord
champagne en taart ons door de neus geboord-

Zeegedicht

In het notaboekje in mijn jas vond ik onlangs nog een gedichtje dat ik een goed jaar geleden schreef voor Michaël. Dat moest een of andere rol krijgen in een radio-uitzending over de zee en de invloed daarvan op filosofen en schrijvers of zo. In ieder geval vond ik mijn poging tot een zwaarmoedig archaïsch gedicht in een neo-Vandewoestijnestijl met extra christelijk doemdenken wel nog grappig genoeg om nog eens door te lezen. Daar komt ‘ie:

Zoals bij’t keerend tij d’ontstuimige golven breken
en walschend neerslaan op het immer dompe zand,
zoo is mijn ziel, met ‘t keeren van de jaren
in golven zware weemoed aanbeland

***
Maar als ik, overspoeld door donkr’e dromen
mij smachtend in den branding gooi
dan roept Gij mij, Gij zijt mijn Lichtend Baken,
slechts door Uw licht ontsnap ik aan mijn duist’re kooi.

Het tweede blad van mijn boekje waar de rest van het gedicht hoorde op te staan is jammergenoeg verdwenen geraakt.
Op de achterzijde van hetzelfde blad vond ik evenwel ook nog de start van wat de naïeve lichtvoetige versie van een zee- gedicht had moeten worden:

O zee, o zand, o zilte baren,
bij tijden woest, bij tijden zacht
bemind gewis, maar met gevaren
fonkelend in eeuwige pracht.

Wie houdt er niet van fijne schelpen,
verzameld door een kinderhand

En daar stopt het dan al, maar ik geniet nog terug als ik terugdenk aan het schrijven van deze gedichtjes, op weg van Kortrijk naar de Dilkom voor een avondlijke zwem.