Schreef ik de dagen mijn God die ik moest zijn

Op 25 april kan je naar de voorstelling van “Schreef ik de dagen, mijn God die ik moest zijn”. Een lange titel, die nogal goed het onderwerp kadert: het leven, de liefdes en het lijden van PAC-man Peter Arthur Caesens. Proper versneden in scènes, shots, dagboekdelen, hoofdstukken , fragmenten en handige overzichtslijstjes.

pac

Peter Artur Caesens is iets als een levende legende. In een ver verleden leerde ik hem kennen als bibliothecaris. In welke hoedanigheid hij me als 14-jarige die de jeugdboeken van het wijkfiliaal had uitgelezen maar doorverwees naar Dostojewski, Kundera en Nietzsche. Gelukkig is de blijvende psychologische schade beperkt gebleven.

Later bleef hij op de radar met zijn waanzinnige “eco-cynisme projecten” als “Kras Kras. Plas Plas”, de salons van de ondergrondse cultuurregimenten en de verkeersbevrijding van de grote markt van Kortrijk vanuit het ongerijmde. Er ging ook een groot politiek denker aan hem verloren na onderlinge partijstrijd. Misschien niet meteen een denker die je graag in je studiebureau of je living houdt als huisdier, maar eerder een socratische luis-in-de-pels met onvermoede oprispingen en node prikkels. 

Hedentendage leidt hij een uitgebreid project dat het bibliotheekwezen wil afhelpen van zijn snobistisch jasje dat enkel “goede literatuur” wil bijhouden. Zijn ABIB groeit rapper dan voor mogelijk gehouden en hij kan niet snel genoeg panden bijkopen om de van vernieling gespaarde literatuur te stockeren.

Maar bovenal is hij ook een getormenteerde ziel met een missie. Vertwijfeling sloeg op een gestructureerde manier gaten in zijn bestaan en meermaals keek hij met scherpe blik en harde analyse naar de vernieling die hij zelf in gang zette. Ter lering van het nageslacht (en vooral zichzelf) noteerde hij plichtsbewust zijn cynische overpeinzingen, nachtelijk gekanker en misogyne galspuwingen. Want de vrouw is een curieus dier in de zoo van Caesens hoofd. Een erotisch curiosum dat hij met verafgoding voedert, zelfs als het al gemeen hard in zijn hand bijt.

De dagboeken werden gebundeld en ongeredigeerd uitgegeven door 3-werf. En leidden zo tot onderzoeksvoorwerp van Michaël Janart. Andragogisch vorser met theaterplannen. Die nu, als afstudeerproject aan het Stedelijk Conservatorium van Kortrijk, een toonmoment inlast van zijn stuk over Caesens. Met begeleiding van Cathérine Vansteenkiste en met coaching van Jos Verbist van Theater Antigone.

Zondag 25 april om 17u in muziekcentrum Track (Conservatorium) in Kortrijk.

Gaat dat zien!   (blote vrouwen inbegrepen)

27 februari 1993, zaterdag. De lijst met alle mogelijke redenen om mij af te wijzen is opgemaakt in het klad op een oude envelop. ze bevat voorlopig 6 fysieke argumenten en 13 aspecten aan mijn taalgebruik en levenshouding…”

We seem to have misplaced our igloo – EP review (Science will bring us toghether)

Foto door Jaan Meert

Foto door Jaan Meert

Na  de EP-voorstelling van “We Seem To Have Misplaced Our Igloo” in de Kreun in Kortrijk, kocht ik die EP meteen van een gewillige groupie achter een tafeltje. Een paar dagen vergat ik de cd uit mijn jas te halen. Maar toen ik heb in de cd-speler gooide was ik meteen overtuigd.

Waar de live-voorstelling soms wat zompig klonk, getuigt de cd van een evenwichtige maar goed gemikte frisse kracht. Voor een debuut-EP is de mix sterk. De opener “Hearts” maakt me meteen blij (ik zou er misschien enkel de wiebeldewiebel electrodingesintro vanknippen). Stevig poppy nummer, met de op het optreden al gehoorde strakke staccato gitaarlijnen en punchy baslijnen. Mooie tweede stemmetjes en vocale afwisseling. En een prachtige lead-stem ook. Zeer internationaal en dragend waar ik wel meer van wil horen! Jammer dat dit precies niet tot op de radio raakt…

“Monsters” opent ook strak en kan plezieren. Wellicht sterkst om live te brengen op podium. In de koptelefoon klinkt het nogal ‘gevuld’, als dat al een term is die daarvoor gebruikt mag worden. (bedoeld wordt: minder afwisseling doorheen de song en intensiteitsverchillen + misschien een spoor of drie teveel gebruikt omdat ze beschikbaar waren). Maar zeker een krachtig, aansprekend nummer.

Track drie “Rubik’s Revenge” knalt verder met een strak ritme en wat Britpop aandoende stuwende  zanglijnen (ik denk aan bijvoorbeeld Arctic Monkeys en Bloc Party) en een fijne gedistortieerde bas die het geheel wat Goose-glimmer geeft. Na een aangebouwd zachter akkefietje gaat het over in “”Clap!Shake!Stun!”. Opnieuw een zeer feestelijk ritme waarbij je moeilijk kan blijven stilzitten. Een instant meezingertje. Opnieuw gelardeerd met coole rifjes en duwende bas. Strak! Misschien kan er nog een sterker refreintje bovenop? De strofes hebben precies de meeste kracht. Opnieuw sterk.

“Science will bring us together” kan me iets minder bekoren, wat ons bij het laatste nummer van de EP brengt: “Snow”. Een gezapig instrumentalleke dat rustig voortkabbelt als een bijna bevroren beekje in een dromerig  sneeuwlandschap. Wel leuke geluidseffecten.

Al bij al een sterk (semi)-debuut dat doet uitkijken naar verdere ontwikkelingen van de groep.

Hiroaki Umeda – Next Kortrijk

Hiroaki Umeda

In het kader van het Next Festival (Eurometropool Lille-Kortrijk) gaan kijken naar Hiroaki Umeda. Zonder erg veel verwachtingen binnengetreden in de schouwburg, maar vol enthousiasme weer buiten gekomen. De jonge Japanse danser speelt met een mix tussen dans en installatie. Hij danst solo op een verder volledig leeg podium. Op de achtergrond een videoprojectie van flitsende strepen licht, gesynchroniseerd met een geweldadige harde en industrieel aandoende soundtrack van voornamelijk ruis en geratel waarmee hij een eigen, lichtjes ongemakkelijk makend universum weet te scheppen met een eigen reliëf, ruimte en diepte.

Hiroaki Umeda is een compacte danser met een erg scherpe focus in zijn bewegingen. Daarmee gaat hij erg vlot over van subtiele stilte naar een compleet losbreken buiten zijn eigen grenzen. Zijn bewegingen hebben een virtuositeit die je als toeschouwer stil maakt. Hij mixt als een radicale deconstructivist een meer traditionele Japanse stijl met hedendaagse bewegingen uit breakdance en hiphop (popping). Waar ik in veel voorstellingen van moderne dans vaak een basis-arsenaal aan bewegingen zie terugkeren in andere volgorden of lichtjes aangepaste uitwerkingen, verrast Umeda mij met een radicaal uitgepuurd en bijzonder fris bewegingsarsenaal.

Ik wou dat ik een fractie van zijn lichaamsbeheersing en flexibiliteit had!  In twee stukken van elk een 20-tal minuten was ik volledig fan van deze danser. Wat een kracht in beheersing. De door zijn stuk uitgedragen sfeer was niet bepaald optimistich of opvrolijkend te noemen, maar dat kon mijn vrijdagavond niet meer stukmaken.

Een aanrader!

We seem to have misplaced our igloo – EP release @ De Kreun

Op een onheilspellende dag (vrijdag de 13e) stelde “We seem to have misplaced our igloo” hun EP voor in de nieuwe zaal  van de Kreun te Kortrijk. Een mens zou zich voor minder een oude zak beginnen voelen tussen al dat jong gepeupel dat hun muzikale helden kwam aanmoedigen, maar ik ben toch blij dat ik gegaan ben.

Zo zag ik nog eens de nieuwe  concertzaal (nogal klein en donker vond ik zo – maar wel perfect geïsoleerd) wat K-Town buddies en natuurlijk de inuit-gasten zelve. Een korte set (nog niet zoveel nummers vermoed ik) maar We seem To Have Misplaced Our Igloo stond er wel degelijk. Staccato britpop-achtige gitaarriffs, strakke en creatieve drumlijnen en retecool stampende lijnen op de basgitaar. Qua podiumpresence zit er nog wat nood aan groei in. In de nummers die ik persoonlijk best vond trok Kjelle wel vol enthousiasme vanop zijn bas het podium en de zaal in actie. Vanop de gitaren fijne beheerste melodiën maar een iets minder overtuigende presence. Rustiger nummers dreigden zo ook wat verloren te gaan in een net niet strak genoeg ingespeelde set. (Het geluid in de zaal stond ook een beetje zompig vond ik – en dat maakt alles moeilijk natuurlijk).

Laat ons hopen dat ze nog een paar van die flukse nummers bijeenschrijven voor een full-cd en aansluitende bestorming van de festivalpodia. Want het zit er zeker in! Go Go Igloo!

Kijk en geniet zeker zelf ook even van “Rubiks Revenge”, live in de Kreun (als je oplet kan je even mijn haar zien rechts op de video)

Dogwalker naar Top of the Pops

dogwalker2

Als sinds 2005 staat Dogwalker op diverse festivals en podia en dat met hun bijzonder melodieuze poprock-songs. Dogwalker speelde o.a. het voorprogramma van Sarah Bettens (K’s Choice) en De Kreuners. Dat zegt toch iets.

David Poltrock (ook aan het werk bij Tom Helsen, Lemon, Hooverphonic, …) zag Dogwalker optreden en trok met de band naar de befaamde Jet studio in Brussel voor het betere opnamewerk. Resultaat: de single “Summer has gone” die na een erg mooie zomer precies op tijd komt!

dogwalker

Frontman van Dogwalker is de onvolprezen Nikolaas Debusschere, schoolvriend en medemuzikant in illustere groepen uit het verleden. Een man met een prachtige stem en bezeten door muziek. Je ziet hem zelden in zijn vrije tijd zonder zijn Taylor-gitaar of bas om de nek, waar hij dan ook de fijnste riedeltjes uithaalt. Leuvense amigo Joris De Ceuster hanteert de gitaar en doet dat goed (en won daar meermaals prijzen en vermeldingen voor op rockrallies en wedstrijden). Hij blijkt ook een fijne stem te hebben en neemt daarmee de backingvocal honneurs waar. Egwin Ponette (en kerel met meer gitaren dan een doorsnee muziekhandel) vult verder snedige gitaarlijnen aan. Op keyboard/synth vinden we Tom Brusselmans (die ik persoonlijk wat minder ken, maar die ook uit straf muzikaal hout is gesneden) en de ritmische grooves worden verzorgd door de doorgewinterde drummer Gino Claeys.
(Persoonlijk mis ik natuurlijk Captain Flippezz; de man die desgewenst een metronoom kon verslaan in ritmes; maar dit terzijde. Pete Best heeft indertijd ook de kans gekregen…)

Hieronder een kort filmpje waar je ze aan het werk ziet tijdens de opnames. Zo zie je even de muzikanten en hoor je meteen ook het nummer “Summer Has Gone”:

Dogwalker heeft een fijne site, alsook een itunes-account. Gaar daarheen en doe ze een plezier!

Afrika! Afrika!

Dit weekend op uitnodiging van de onverantwoord interessante krant De Standaard gaan genieten van Afrika! Afrika!

Het waren daar meteen Afrikaanse temperaturen in die tent op Turn en Taxis. Gelukkig hadden we nog een berlijnse bol kunnen bemachtigen op het brunchbuffet, zodat we zonder al te grote honger de show konden bekijken.

En show werd gegeven. Tientallen zwarte medemensen gaven het beste van zichzelf voor een volle tent gegadigden. Gelukkig probeerde de organisatie niet al te politiek correct te zijn, zodat we zowel moderne breakdancende zwarte gangstertjes met basketbal als traditionele stamhoofden in strooien rok de revue passeerden. Heerlijke slangenmensen die de meest waanzinnige kronkelingen en onmogelijke stretches uitvoerden. Torens van acrobatische troepen, die soms vierhoog op elkaars schouders stonden zonder verdere steun. Ritmische dansen en straffe muziek. Het was daar goed in Afrikaans Brussel!

Gelukkig was het over de middag ingepland, anders had ik ’s avonds zeker niet kunnen slapen van die sexy kontschuddende negerinnetjes met een uithoudingsvermogen om u tegen te zeggen.

U.

Video voor zij die geen ticket hadden:

Trailer van de show:

En het kunstje met de tennisracket:

Hou me vast

Nog even op zondagmiddag besloten om een liedje te schrijven voor de “Schrijf er maar 1” wedstrijd van Radio 2. Een Nederlandstalig liefdesliedje zonder al te grote ambitie. Het moest allemaal een beetje snel gaan. Zeker ook de tekst. Maar het resultaat is zeker beluisterbaar. Ik heb het dus ook maar meteen op de webzucht servers gezet.

Beluister het fijne nummer “Hou me vast”

(kenners herkennen de warme stem van Nikolaas Debusschere, die het nummer met veel liefde inzong op zijn zolder).

Rigoletto

Begin deze week ben ik gaan zien naar Rigoletto, een opera van Verdi, door de “Compagnia d’opera Italiana di Milano” gebracht in de Kortrijkse schouwburg. Het stuk speelt zich af in het 16de eeuwse Italië waar een venijnige Hofnar (Rigoletto) geklemd zit tussen de wensen van zijn meester, de Hertog van Mantua en zijn liefde voor zijn mooie dochter (waarbij hij die laatste tegen de eerste moet beschermen want de brutale vlerk deinst werkelijk voor niets terug). Jammergenoeg lukt het dat niet zo goed, want de rijke heersers blijven ongestraft en kunnen vrolijk verder doen, ten koste van het arme gepeupel.

Wie er ook jammergenoeg niet helemaal slaagt in zijn opzet is de operacompagnie zelf. Op de hoofdzangers na vond ik het stuk qua presentatie en stem een mager beestje. Wat het decor betreft zal dat wel de bedoeling geweest zijn, maar veel indruk maakte het kale grijze staketsel niet. Het bleek daarenboven ook nog redelijk ongemakkelijk verplaatsbaar wat soms voor ongemakkelijk lange pauzes met gesloten gordijnen zorgde. Ondanks hun prachtige kostuums konden de achtergrondfiguren ook niet bekoren. Ze stonden erbij alsof ze dringend naar de wc moesten of zich afvroegen waar die bus nu ook weer precies stopte.

Wel prachtig waren de prestaties van de twee oosterlingen in het gezelschap, en in het bijzonder die van de vrouw die Gilda vertolkte (Kyung-Ran Kim). Zeer mooie stem en ook een voordracht die er best mocht zijn. Rigoletto zelf (Andrea Cortese) was —vooral in het eerste deel— een beetje genepen en ondermijnde zijn acte door zijn overdreven gespeeld gestrompel als bultenaar. Het tweede deel was in zijn totaliteit een stuk beter dan het eerste. Eindelijk wat samenzang, eindelijk wat passie!

Al met al een fijne vertoning, zonder evenwel te zorgen voor het betere kippenvelwerk.

Happy New Ears

Dit weekend was er in Kortrijk alweer een leuke aktie van Hapy New Ears. Gezien het mooie weer zondag reden Leen en ik per fiets het traject klinkende stad. In de vorm van een oor waren een twintigtal hokjes geplaatst op zeer diverse locaties in de stad (café, boogschuttersclub, station, kaartershuisje, oude caravan, …). Telkens je voor zo’n hok stond, hoorde je een telefoon rinkelen. Nam je die op dan hoorde je een geluid uit de geschiedenis van pakweg de laatste 100 jaar. Al die hokjes waren superleuk ingericht: in een douchecabine hoorde je verre gesprekken, in een stukje jungle hoorde je de roep van Tarzan, in een mistig donker kot hoorde je stoomfluiten, in een propvolle bibliotheek kon je luisteren naar Einstein die zijn relativiteitstheorie uitlegde… Erg geslaagd.

Terwijl we toch aan het rondcrossen waren bezochten we ook meteen wat van de installaties. Die waren wat ik zou noemen van een beduidend hoger arty-farty niveau. Een aantal flessen op de leie die geluid maakten dat me nog het meest deden denken aan een wc dat in de verte doorspoelt vond ik erg zwak. In de Limelight zaal waren de 1000-watt lampen die (soms versterkt) knetterden en zoemden. Dit gaf een mooi en bevreemdend effect. Ook mooi om al die lampen in de anders pikdonkere zaal te zien oplichten. In de Heilig-hart fabriek stond een soort van visuele soundtrackmaker waar je door behulp van een touch-screen zware beats en plings door de ruimte stuwde, vergezeld van een Mondriaaneske kleurenstructuur. Leek me wel wat voor een stevige party.

Cinderella Man

Cinderella Man is voornamelijk een film over een bokser, of toch over een man die via zijn bokskunsten tracht de armoe te overwinnen. De film begint alleszins niet met een flukse rechts maar traag met een ietwat grauwe karakterschets van Jim Bradock (de bokser) en zijn door de grauwe depressie noodlijdende kroost. Het zit allemaal wat tegen voor de vriendelijke man, voortreffelijk gespeeld door Russel Crowe (die naar verluidt in het echte leven niet altijd zo’n lieverd is). Als de film op dreef raakt voltrekt een redelijk voorspelbare plot zich strak volgens hollywoodiaanse regels. En toch heeft deze film mij vrolijk verrast.

Het mooie zit hem voor mij in de mooie fotografie van de film. Leuke belichting met warme kleuren die sterk contrasteren met de grauwe ellende van alledag. Ook de montage is niet ordinair zoals we nogal vaak geserveerd krijgen. En vooral dat maakt dat deze film een mooi stuk geworden is. Laat ditzelfde script verfilmen door, zeg maar iets, Stephen Sommers (van het ongemeen kloteslechte “The Mummy”) en je krijgt een draak van een saaie film. Ron Howard maakt er alsnog iets mooi van.
Jim Braddock; de ?chte!
Als na een stevige intro Braddocks klim van naar wereldfaam begint zit de spanning er meteen goed in. Door de goede karakterschetsen leef je mee op het ritme van de gong. De toch overzichtelijk blijvende close-up filmstijl van de gevechten houdt je dicht bij het gebeuren. En zelf al wordt er fel gespeeld met de wat clich?matige polarisering van goed en kwaad (arme bokser die geen vlieg zou kwaadoen tegen de met bont versierde macho die breed grijnslachend al twee man doodsloeg in de ring) kon ik er waarlijk van genieten, omdat het op een eerlijke wijze gebeurt. Dit zijn geen karikaturen die je meewarig doen lachen. En het wordt echt spannend. Zelfs als je weet dat de brave man het allemaal wel zal overleven (de film moet toch doorgaan?) blijf je angstig meeleven met zijn gevechten tegen zichzelf en de kwaaie Max Baer.

Zeker niet te mijden, zelfs voor mensen die het pugilisme niet in hun hart dragen.

Hij sliep op distels

BZY aan de Megafoon
Laatst gaan kijken naar “Hij sliep op distels“; een stuk jongerenmuziektheater in het arenatheater te Kortrijk.

Steeds een fijn idee voor een mooie avond: breng een groep liefhebbers van het gesproken woord samen. Laat ze een week lang samen leven en werken rond een vreemde titel tot daar een hapklare productie uitkomt. Lardeer die met repen frisse muziek van een bende ongeregelde muzikanten. Plaats iedereen in het gezellige arenatheater in Kortrijk en geef er een lap op.

Hoewel ik vond dat het woord-gedeelte nog verder had kunnen uitgepuurd en verbonden worden om zo veel dieper te gaan, was het een prachtige voorstelling. Zeer opfleurend was het enthousiasme op het podium. Niks geen sleet door lange tournees, maar een frisse performance met goede interactie tussen de spelers, die duidelijk met plezier op de planken stonden. Een stuk over “ergens” zijn, over thuis zijn, over jezelf zijn, maar vooral over de noodzaak om jezelf te kennen als je wil afstand nemen van jezelf of je wereld en op reis gaan naar ergens anders.

Het deed me (studiemisvorming) wat denken aan het verhaal van M. Heidegger over de man die fruit gaat kopen. In de winkel vraag hij vaagweg om “fruit”. De winkelier vraagt welk fruit: appels, peren, pruimen. Maar de man wil “fruit”, en keert uiteindelijk met lege handen naar huis. In het stuk weten de reizigers niet zo goed waar ze heen willen. Ze willen wel weg, maar weten niet zo goed waarheen. Resultaat is -zoals te verwachten- dat ze niet ver raken op hun trip. Af en toe moet je precies kunnen zijn in het leven, als je wil krijgen wat je wil, dat is.
Helene en Julie

Een eervolle vermelding voor de muzikanten. Naar ik hoor een bonte verzameling van jongeren, aangevuld en in richting gestuurd door de mannen van Troisseur. Echt knap werk! Van grillige lijnen uitgepuurd jammen over stomende rock naar een ingetogen lied. Soms speelden ze op de achtergrond sfeermuziek mee, maar vaak bepaalden ze de sfeer volledig, of speelden ze stampend een nummer als rockgroep, terwijl voor de rest de lichten doofden. Erg levende muziek die snel naar het gevoel greep. Mooi, mooi, mooi.

Ook de belichting droeg bij tot die heerlijke knusse arenatheatersfeer. Minimaal, maar intens sfeervol.
Een pluim voor Catherine Vansteenkiste (regie) die met deze productie alweer een geslaagde mix wist te brouwen.

Kunst voor Tsunami 12-12

Over het“Kunst voor Tsunami 12-12″ gebeuren in de Transfo in Zwevegem. Het was best wel fijn dat gebeuren. Ten eerste was ik positief benieuwd door de frisse aanpak. Niet gewoon wafels kopen voor acht keer de prijs, maar een gratis gebeuren waar de inkomst werd verzekerd door goede organisatie en sponsors allerhande plus de vrijwillige giften. Alleen al het vrijwillige karakter van de giften bij de deur deed me meer geven dan gelijk welke wafelverkoper ooit zou krijgen.

Eerst naar de veiling geweest. Die begon zeer geestig met de nogal tegenvallend verkoop van kunstboeken en catalogi. Die brachten dus absoluut niet de verwachte prijs op, maar wie biedt er nu ook op een kunstveiling op catalogi over kunstveilingen? Soit. Daarna kwam het wel op gang, met uitschieters als een haan van Koen Vanmechelen. Als mijn geheugen me niet de steek laat is daar voor meer dan 64.000 Euro van portefeuille gewisseld. Niet slecht dacht ik.

Dan naar beneden voor de optredens. Meteen Flip Kowlier als opener. Alleen met zijn gitaar, maar meer moest dat niet zijn. De koning van het West-Vlaamse lied deed dat meer dan behoorlijk. Hij heeft dan ook al een fijn palmares bijeengeschreven en was goed in form. Het juichende publiek lustte er serieus pap van.

Even later was het de beurt aan Lunascape, een heerlijke band die naar mijn mening zwaar ondergewaardeerd wordt door het Belgische publiek. Al enige jaren en twee full-CD’s aan de weg aan het timmeren maar nog niet echt doorgebroken. Nochtans de moeite. Zelfs Sinead O’Connor zong een cover in van Lunascape. Dat kan toch al iets betekenen.
Al moet gezegd dat ik liever luister dan kijk naar Lunascape. Kyoko is nogal fan van ongesynchroniseerde pastorale bewegingen als ik dat zo mag uitdrukken. En dat is niet altijd zo goed voor de appetijt van de kijker.

Na enkele uren rommelen verschenen uiteindelijk ook de mannen (en Sofie) van Galatasaray op het podium. Na mijn eigen Magik Magda verleden heb ik veel begrip voor de tijdrovende podium-opzet voor veelkoppige groepen, maar Galatasaray ging wel redelijk ver alweer. Ze hadden ongeveer evenveel tijd nodig om zich klaar te maken als Flip Kowlier en Lunascape samen van doen hadden om op te zetten, te spelen én af te breken. Het uitdeindelijke resultaat bleef evenwel wat te rommelig voor een publiek optreden. Medunkt dat de harde kern die streefde voor strakkere performances het onderspit heeft moeten delven. Ietwat jammer, want ik heb ze al heerlijk zien swampen in betere tijden.

Solo Soli en andere

Dit weekend weer wat mooie moderne dans gezien. In Kortrijk was er het fijne project “Solo Soli” waarin een heel weekend dans werd gebracht op diverse locaties in de stad.
Vrijdagavond zijn Leen en ik gaan zien naar een voorstelling van Opiyo Okach. Een zwarte man waar ik me de afkomst niet meer kan herinneren. Leuke setting op de scene van de stadsschouwburg (moest wellicht ook een beetje de kleine opkomst verhullen) en een mooi solo. Anders dan veel dans die ik totnogtoe zag. Met soepele slangbewegingen en een goed gebruik van de ruimte. Prachtig onderbelicht wat de sfeer zeer ten goede kwam.
Daarna zijn we meteen verhuisd naar de NMBS loodsen waar we werk zagen van Arco Renz, gebracht door een Chinees meisje waar ik dan weer de naam van vergeten ben (update: het was Su Wen-Chi). Heerlijke locatie in die zeer zeer grote industrieel aandoende loods. Halverwege een tribune en wat verder een klein podium. Strakke soundtrack met alweer industri?le geluiden en mix van allerlei achtergrondnoise. De danssolo smaakte ook heerlijk. Erg uitgepuurde bewegingen, een zeer sterke beheersing van de stilte en leegte en uitlopend op een fascinerende wiekslag met frisse accentverschuivingen. Fijn fijn fijn.

Zaterdag hadden we alweer veel te veel te doen (waaronder gezellig gaan wokken bij Frank en Fiene) dus werd zondag de volgende dansdag. Ondanks ook een drukke start in de agenda (een fijn feestmaal thuis omdat er alweer iemand een jaartje ouder werd en wijn gaan proeven tussen hautaine bourgeois van Kortijk) gingen we om zes uur naar Anne Teresa De Keersmaeker, ook weer in de schouwburg. Veel volk voor deze bekende naam, maar ondergetekende vond het allemaal wat flauwtjes en ondermaats. Een goede inname van het podium en een zeer gevoelige dialoog met de stilte en zichzelf, op de soundtrack van Joan Baez (op zich ook nog eens verkwikkelijk), maar de dans zelf vond ik zwak. Vrijblijvend gehuppel en allerlei insteekjes, gelardeerd met af en toe wat flauwere cabaretgrapjes. Zegt Anne zelf: “Bij een solo heb je geen contrapunt meer. Je moet op een andere manier spanning opbouwen“. Iets wat volgens mij schromelijk mislukte. Geen wonder lezen we in de pers “Once is een hartverwarmend tegengif tegen wanhoop. Een tedere bezwering van oorlog“. Lijkt me nergens over te gaan en zo was het ook.
Soit, het smaakte me gewoon niet. Maar het is een bekende naam dus komt er veel volk en durft niemand te lachen, want Anne Teresa De Keersmaeker heeft het gemaakt in de wereld van de dans en kan dus zelf de krijtlijnen uitzetten voor onze smaak. Al kon ik me niet van de indruk ontdoen dat ze achter de coulissen moet staan lachen hebben om de reacties van het publiek. ‘Sta ik hier wat verward te huppelen op wat liedjes die ik mooi vind, zing wat vals mee met momenten en spring wat rond in mijn blote borstjes . En hoor ze klappen en juichen! Ha ha.’

Des avonds trokken we we verder naar de NMBS-loods voor het spektakel GAMMA. 16 amateurdansers die hier een kans kregen om te tonen wat ze waard zijn, begeleid door ervaren choreografen. En er zat zeker wat van waarde in. Je voelde wel eens het tekort aan ervaring (een noodzakelijke voorwaarde om te mogen meedoen trouwens) en gemis van vormvastheid, maar de intentie en energie waarmee alles gebracht werd maakte veel goed. De setting ook trouwens. Zestien podia in die grote loods, een erg strakke soundtrack (Ansatz der Maschine) en een montage van licht en dansmomenten. Ik onthoud vooral de voorstellingen van Martine Deblauwe (met soort van emotiespiegelende video-achtergrond van zichzelf), de lichtjesman Bram Dujardin (omwille van de vrolijke noot en de benadrukking van beweging door de honderden kleine lichtjes aan zijn lichaam die in het donker lijnen trokken boven het podium), het meisje met de solo boven de vuile vloer (ik denk dat dit Gwendoline Hamerlynck moet zijn geweest; voor de strakheid en een nieuw soort omgaan met het podium met een afdruk van elk contact op haar lichaam), Isabelle Decanniere (bracht een doorleefd stuk waar goed naar te kijken viel) en tot slot het minimalistische stuk van (weer een gok ) Kristel Ornelis (of was het Margriet Dehaene ? – : prachtig op de steviger muziek en heerlijk overtuigd gebracht in zijn doorgetrokken eenvoud).

En allemaal heerlijk goedkoop (drie euro per voorstelling, behalve -slik- Anne Teresa die tien euro wou) wat de drempelvrees lekker omlaag helpt.

Een schoon initiatief, we kijken uit naar meer!

Troubadour

Vandaag vond ik in een doos nog 2 foto’s van ons optreden als troubadour vorig jaar. Daarvan zijn al foto’s gepost in de fotokluis, maar deze heb ik nu even ingescand. Je krijgt er alvast 1 te zien.

los cabrones de Belgica
Je ziet Mic en Mij in de adellijke setting van een fijn kasteel. We zijn net bezig in het wilde (voor de gelegenheid geschreven) drielettergrepenlied. Op de stoel in het deurgat stat een zekere Coeman (verkleed als zichzelf). Hij houdt bladen in de lucht waarop ieder eerder een woord of woorden van drie lettergrepen heeft geschreven. Het huidige woord is “pot javel”. Na een stormachtige aanloop naar het refrein zingt ieder in de kamer dan mee. Hier zie je hoe Michaël ambachtelijk het akkoord van do-groot laat uitgalmen terwijl een uitzinnige meute “POT JA-VEL” krijst.
Op de foto ontdek je ook nog admiraal Nelson (midden voor), intussen zonder zijn hoofddeksel en rechts achteraan een sexy superwoman.

Ondertussen in de Aalbeeksesteenweg

Ach, ware het niet van mijn steeds gigantischer wordend gebrek aan tijd, ik verhaalde u over mijn alweer zeer fijne weekend, waarin figureerden: een fijne barbecue alwaar ik ook nog eens kon voetballen en het spel “dood aan” leerde van de kleine mannen van Christophe en Patricia; en een hilarische avond bij de Rotaract van Kortrijk alwaar wij het pleizier hadden om Minnestreel te spelen. Gekleed in niet te schatten troubadourpakjes en gewapend met gitaar en poëzie trokken we ten strijde. Vooral “Het Grote Lalala-lied” was een groot succes. Nooit geweten dat drielettergrepige woorden zo’n feeststemming konden veroozaken. Eén dezer moet ik toch eens de teksten en de akkoorden van dat nummer op het net zetten.

En als alles meezit, dan zijn we morgen te gast bij de filosofen van Leuven om het welslagen van vader Herman te vieren!

Peter Artur Caessens

Ruimdenkenden aller landen verenigt u vrijdag voor de televisie. Om ongeveer 19u40 op vrijdag 20 juni, komt in het programma “Duizend zonnen en garnalen” de “Allesbehalve Ideale Bibliotheek” van Peter Artur Caessens aan bod. Deze bibliotheek is het nog steeds te weinig gekende meesterwerk van Peter, een Vlaamse cultuurideoloog en subversief herrieschopper.
PAC was laatst ook te beluisteren op Radio twee tijdens “Operatie Valentijn”, waar hij de rechten van de PONAM onder de aandacht van de brede bevolking bracht. (PONAM staat voor Permanent Onterecht Afgewezen Minnaar). Verder is PAC bekend van zijn in veel boekdelen gepubliceerd gedachtengoed; zijn onvolprezen onanistisch manifest, het intussen uiterst succesvol gebleken “Kras Kras – Plas Plas” project aan de Kortrijkse Leieboorden (later deels overgenomen door bOb Van Reeth) en de ondergrondse beweging voor heropvoeding van de massa.

Deze woeste denker is zeker de moeite om aan het werk te zien.