Videorecept kroketten maken

1000 kroketten en garnalen!

Sinds ik een tijdje geleden op een rommelmarkt een “MilleCroquettes” machine (hoe heet zo’n ding, een krokettenpers?) kocht voor 3 euro smeekte de heimwee hartstochtelijk om nog eens op ambachtelijke wijze kroketjes te maken. Net zoals in mijn jonge jeugd rond de kerstperiode, als ik mijn moeder hielp met de voorbereidingen.

Nooit te beroerd om mijn medemens te helpen heb ik er ook maar meteen een timelapse-videootje bijgemaakt, tot meerder kennis en glorieus bereiden van deze feestelijke lekkernij:

Professor Zegellak

professor zegellak en zijn koekoek...

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!

De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.

Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.

In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

jeroen en de zilveren sleutel

Bij Moors magazine lees ik ook nog:

Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.

Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.

Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

professor zegellak's eiland

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.

Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Daan Zonderland - Professor Zegellak en zijn koekoek pagain 1

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!

En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:

Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.

Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.

Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !

Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.

Robert Van Bethune

Vanochtend even snel een boek van Sanderus opengeslagen. (Antoon Sanders, heftig bestrijder van het anabaptisme in Vlaanderen en Vlaams historicus, theoloog en filosoof). Zijn levenswerk was zijn Flandria Illustrata (1641), in 1725 vertaald in Nederduytsch. Met andere woorden: een waar leesfestijn voor liefhebbers van oubollig Nederlands als ikzelf. Uit de vertaling het volgende korte stukje over Robert de Derde, bijgenaamd Van Bethune:

ROBERT DE III.
Bygenaamt VAN BETHUNE
Robert wierd by het Leven van zynen Vader, na het Erfgoed van zyne Moeder, en na zyne Geboorte-plaats, bygenaamt van Bethune, welken Naam hy naderhand altoos behouden heeft.
Hy wier nevens Willem zynen Broeder, en vyftig Edelen, die hem getrouw gebleeven waren, door de Françoisen met bedrog gevangen genoomen, en, in weerwil van het vergelyk het welk hy met den Koning van Vrankryk getroffen had, niet ontslagen, als na dat hy Ryssel, Douay, en Orchies zoo wel als de Kasselryen daar onder behoorende, voor twintig duizend Dalers ’s jaars, aan Philips den IV. Koning van Vrankryk, bygenaamt den Schoonen, tot onderpand gegeven had.

Behalve natuurlijk de oude spelling (de uit het gotische schrift stammende op f-en lijkens s-en kan ik hier geeneens reproduceren op mijn toetfenbord), vielen me nog enkele dingen op. Wellicht denkende aan het vierde gebod zijn zelfstandige naamwoorden als Vader en Moeder met hoofdletter geschreven. Geen wonder ook dat ik, in deze communautair gevoelige periode, een willekeurig werk op een willekeurige pagina opensla en dat er een Vlaming door de Françoisen bedrieglijk wordt bedrogen. En dat Rijssel zo Lille gaat worden (ik ga er als rasechte West-Vlaming nog steeds shoppen in de Auchan en Ikea), en Dowaai ook Douai wordt en zo. En de Kasselrijen. Dat vind je precies niet meer op de landkaarten van vandaag. (Als ik het goed voorheb zijn kasselrijen burggraafschappen – van het Latijnse “Castellatura” waar het woord Kasteel in doorklinkt, in onze contreien dus vaak burchten en vandaar burggraafschap).
En Vrankryk: in Kortrijk hoor ik dat nog wel eens zo gebruikt. Zelf gebruik ik dat wel eens voor het plezier. Dat we op congé geweest zijn in Vrankrik. Al snap ik nog altijd niet zo goed waar die V uitkomt in verhouding tot de Franken en zo. Maar soit, altoos een plezier om te lezen, die oude rommel!

De wereld volgens Dale

Dale Carnegie
Ooit gekocht tijdens een uitverkoop van de Kortrijkse Stadsbibliotheek: “Zo maakt u vrienden en goede relaties – de kunst om met mensen om te gaan” van Dale Carnegie (ISBN 90 6057 408 7). Dat zag er zo’n smakelijk boek uit voor een fan van vergane glorie als ik, dat ik het niet kon laten liggen. Binnenkort post is eens de huwelijksregels die ik daarin vond: seksistische humor van de bovenste plank zeg ik je. Maar als opwarmertje een kleine alinea uit het eerste hoofdstuk waar mijn oog op viel. (Ik ga toegeven: ik ben het boek gewoon aan het uitlezen, omdat ik zo verknocht ben aan dergelijke tijdsdocumenten…).

“Wij zorgen ervoor dat de lichamen van onze kinderen, vrienden en employés worden gevoed, maar hoe zelden voeden wij hun geest. Wij geven hun brood, vlees, aardappelen en groenten om er energie uit op te nemen, maar wij vergeten ze de woorden van aanmoediging toe te voegen, die nog jarenlang in hun hersenen blijven hangen nadat zij de heerlijkste maaltijd vergeten zijn”

Nu vraag ik je, waar zou je nog geschreven vinden: “om er energie uit op te nemen”? Zo plechtig en al. Alsof onze kinderen dan met een rituele beweging hun handen voorzichtig op de voedingswaren leggen en er zo de energie uit opzuigen, zonder hun mond te bevuilen aan het eten zelf. En “aanmoediging toe te voegen”. Ik voeg u dit toe: niemand schrijft zo nog en misschien is dat wel een beetje jammer. Ik moet daar altijd meteen bij denken aan de klank van oude brtn-reporters, die zouden zo’n zaken nog gezegd hebben tussen de twee oorlogen in…

Gremdaat

Aan het lezen in de verzamelde beste preken van Dominee Eppe Gremdaat kwam ik op dit leuke tekstje:
De kennis die de maatschappij in je hoofd wil stoppen is niet de kennis waar je eigen hoofd naar vraagt en naar verlangt. Het is de kennis die de maatschappij nodig heeft. De maatschappij parasiteert in de hoofden van de burgers.

Het enige dat ik weet is dat ik zo min mogelijk wil weten. Ik het er wel eens over gedacht om een vereniging op te richten. Mensen die bewust niet willen weten. Daar zou je vanaf de lagere school al lid van moeten kunnen worden. Ik denk dat de maatschappij er heel anders uit gaat zien.
Nu wordt er gesuggereerd dat als je meer weet, je ook meer kan en daardoor ook gelukkiger wordt. Maar ik vind dat de hedendaagse mens als geestlijke vuilnisbak wordt gebruikt. Steeds meer wordt er in al die hoofden gekieperd, steeds vuilere informatie. Teveel kennis brengt de ondergang dichterbij.

Het is goed om je hoofd af en toe te cleanen. En je vooral niet op te laten jagen door een maatschappij die volkomen over haar toeren is.

Jehovah

Genesis 19, vers 34: “En het geschiedde des anderen daags, dat de eerstgeborene zeide tot de jongste: Zie, ik heb gisteren nacht bij mijn vader gelegen; laat ons ook dezen nacht hem wijn te drinken geven; ga dan in, lig bij hem, opdat wij van onzen vader zaad in het leven behouden.”. Eigenlijk is de Bijbel best een inspirerende bron voor mensen die wat verloren lopen in deze warrige tijden. Ik begin te begrijpen waarom die getuigen van J. sommige passages zo goed uit het hoofd kennen.

Ter opwarming van alle dit weekend volledig ingeslapen geesten: enige fijne gedachtenspelingen van de oude Chinese Sofisten Hoei Shih en Koen-Soen Ling:
“Een bruin paard en een donkere os zijn samen drie”
“Een wit paard is geen paard”
“De schaduw van een vliegende vogel beweegt zich niet”

Voorwaar gratis wijsheid van 3000 jaar oud! Verdraagt wel enige overpeinzing in alle ernst om goed gesmaakt te worden, maar dat moet toch nog wel lukken, nietwaar?