Accident

Vanochtend kwam bij ons plots de zwaargewonde radio2-vedette Michaël Janart binnenvallen. In een vlaag van ochtendverbijstering had hij staan jongleren met een porseleinen eierhoudertje en het dan “per abuis” met kracht op het aanrecht aan diggelen geslagen. Dat ware nog niet zo erg geweest als hij er ook niet nog eens met volle geweld zijn handpalm had ingeklopt. Met hevig bloedverlies naar de dokter voor een naai-ingreep. Slechts 6 hechtigen waren nodig om het bloeden te stelpen.
Door bloedverlies verzwakt kwam hij aanbellen aan de deur. Tot zijn grote sjanse stond er in de oven een heerlijke moussaka te wachten. Niets is zo goed voor aanmaken van rode bloedcellen dan een macrobiotische moussaka van Jeroen. (Al moet gezegd dat ik vandaag wat gezeurd heb met een beetje boter voor de saus).

(het was allemaal zo erg nog niet met die hand, maar gewoon moeten toegeven dat je je hand hebt gesneden aan een vallend eierdopje staat natuurlijk niet zo goed).

Spamstilte

Wat wel een beetje fijn is: omdat de comments en zo plat liggen, komt er nu even ook geen spam meer binnen.
Gaan!

Grmmbll

Zoals om de paar weken de laatse tijd: alweer geen internet thuis. Damnn, net tickets aan het boeken naar Chicago gisterenavond als de connectie weer plat op de buik gaat. Zoals nogal veel de laatste tijd: bellen naar de helpdesk (waar ik altijd al meteen kregel word door hun suggestie: als u problemen ondervindt bij het surfen, dan kan u terecht bij onze online hulpdienst. hahaha, hahghhrgaahrrgg, rrrggh. Daar krijg ik het dus van. Zoals ik zou zeggen: lukt het niet om comments te posten onder deze tekst: laat het weten in de comments!)
Ondertussen: wij helpen u zo dadelijk verder. Ik ga daar niet over janken, dat gebeurt al overal. Maar een goede 13 minuten later krijg ik een vriendelijke knaap aan de lijn die me meldt dat alles ok lijkt vanuit zijn positie. Waarom ik dan geen internet heb? Geen idee: er zijn er nog een paar in uw straat met hetzelfde probleem… Zijn er toevallig werken in de straat. Erh, ja, Kortijk ligt zo ongeveer helemaal opengegraven momenteel. Ik ken bijna geen rond punt of invalsweg, of ze liggen open zeg ik. Zie de site daarover.
Ah ja, dan zal het daaraan liggen, meneer. Daar kunnen wij niets aan doen. Pech voor u (letterlijk!)
Tsja, en wat doe je dan? (bezijdens de vriendelijke suggestie van de helpdeskmedewerker om wat verder in de straat te gaan tappen, want daar werkt het wel nog, hah!).
En sedus hebben we nog steeds geen tickets naar de US, en de prijzen zijn blijkbaar al een kleine 100 euro per ticket gestegen. 300 euro kwijt. Hoera.
En ik ben moe van al dat gezever.
Techniek maakt afhankelijke wezentjes van ons.

schoppertje

Een van de mooiste momenten van de laatste maanden:
Gezellig dicht in bed liggen met Leen en door haar buik heen in mijn rug geschopt worden door ons 6-maandig passievruchtje.

late shift 2

In zelfde genre: beginnen om 8u30, en doorwerken via lunchmeeting binnen bedrijf tot 22u40 en zo toch weer over de 14 uur op een dag doen, zonder pauzes.
Om dan naar huis te rijden, een yoghurtje te eten, en samen met de vrouw te gaan slapen om de dag er na fris en monter op te staan om 6u45 om te herbeginnen.
hmmm…

late shift

Wat ik me daarnet plots bedacht: als je ook in je bedrijf in het donker moeiteloos de weg vindt naar een bureau wat gangen verder, dan ben je wellicht niet zo goed bezig met je privéleven. Ik moest namelijk nog dringend een ontwerp voor een advertentie binnenbrengen bij ons ontwerpbureau. Gezien het al na tienen was, waren alle lichten uit. Omdat ik de knoppen niet weet zitten in de gang liep ik in het pikkedonker naar ginds. Toen viel het me op dat ik de weg in het donker hier al veel te goed ken. En ik ben hier pas 4 maanden. Dat kan niet goed zijn.

Dolfijnen kloppen beursanalisten

Toch weer even moeten lachen toen ik vandaag volgende las op de Trends-site:

Een groep dolfijnen uit het Dolfinarium van het Nederlandse Harderwijk heeft in 2007 betere “beurstips” gegeven dan vijf beursanalisten. Het ging om een experiment van het Nederlandse Financieele Dagblad, waarvan de resultaten donderdag gepubliceerd werden.

Zowel de dolfijnen als de analisten stelden een top vijf samen van bedrijven die in 2007 de grootste rendementen zouden halen. De dolfijnen kozen de vijf beursfondsen aan de hand van ballen. In een zwembad lagen 49 ballen, die symbool stonden voor de grote en middelgrote beursfondsen. Ze scoorden een rendement van 27 procent. Ze hadden onder meer ABN Amro en TomTom er uitgepikt.

De analisten werken onder meer bij ABN Amro, ING, Rabo en Robeco. Een van hen had een top vijf die 10 procent winst maakte, de top van de anderen maakte bijna 10 procent verlies.

Volgend jaar willen de analisten het opnieuw opnemen tegen de dolfijnen. Volgens hen is het “megarendement” van de dolfijnen toeval. De nieuwe top vijf wordt vrijdag in het Nederlandse Nova bekendgemaakt.

Ik vraag me dan af hoe je als analyst kijkt naar zo’n studie. En stel dat die dolfijnen volgend jaar (zelfs als ware het toevallig) nog eens beter scoren, dan sta je toch lelijk voor aap!
Ik wacht alvast de cijfers af…

Staande Wip

Laatst verloor ik op een beetje van een stomme wijze een tand. Voor een keer niet in een wild straatgevecht of in een uit de hand gelopen activiteit van de extreme sports club. Hoewel dat wel gekund had. We waren die laatste avond van oktober naar jaarlijkse gewoonte gaan boogschieten op de staande wip in de Willem Tell in Kortrijk. Gezien het nogal donkerbruine politieke gedachtegoed dat daar aangehangen wordt zien ze me daar anders nooit, maar voor Frakke en zijn schutters wil ik altijd wel een uitzondering maken. Temeer daar ik zelf eigenlijk wel fan ben van boogschieten. Al schiet ik meer stijl liggende wip (de katten van de buren) dan staande wip (de vogels uit de boom van de buren). Normaalgezien drink ik ook niet terwijl ik schiet. Dat was hier wel even anders. Maar laten we daar niet verder over uitweiden, al kan het misschien best in het achterhoofd gehouden worden om de rest van de gebeurtenissen beter te kunnen kaderen.

Terug naar de avond zelf. We schieten wat pluimen af (u raadt zelfs zonder deze retorische vraag wie de topschutter was) en drinken wat pinten. Daarna is er nog een kleine huldiging en viering van dit lustrum in een nabijgelegen café. De Willem Tell is ondertussen gesloten. Hongerig door al dat jagen met pijl en boog wordt besloten om nog een nachtelijke hap in ons hoofd te duwen.
En dan gebeurt het. Terwijl ik wegrijd op mijn fiets, word ik achtervolgd door een schutter die geen fiets meeheeft. Veel tijd om na te denken hoe hij hier dan geraakt is heb ik niet want reeds grijpt hij mijn bagagerek al lopend stevig vast. Mijn waarschuwende schreeuw om er niet op te springen sorteert niet het gewenste effect. In volle vaart en beneveld door drank springt de achtervolger achterop. Meteen kletsen we samen met een doffe smak op het asfalt. Mijn hoofd bonkt hard op de straat. Even blijf ik verdoofd liggen. Dan kruip ik recht en strompel naar de stoep om zittend bij te komen. Mijn hoofd bonkt en mijn gedachten lijken van erg ver te komen. Bewegende schaduwen. Frank vraagt of alles OK is. Hmmm… Welja, alles OK!

Wat later besluit ik de nachtelijke voedering over te slaan en rijd ik meteen door naar huis. Onderweg wordt langzaam de schade duidelijk. Mijn jas en pull zijn gescheurd en opengereten. Mijn jeansbroek heeft een gat. Mijn fiets heeft een hoop glans, metaal en rubber verloren in de valpartij en mijn lichaam doet zo’n beetje overal pijn. In de badkamer spuw ik een stuk tand uit (3/4e van de tand is afgekraakt van de klop op de grond). Mijn armen en benen hebben schaafwonden en plakken bloederig vast in mijn kleren. Mijn een pijnlijke grimas trek ik textiel uit het geronnen bloed. De volgende dagen zullen blauwbruine plekken over heel mijn lichaam duidelijk maken hoeveel lichaamsoppervlak je zowat gebruikt bij een gemiddelde val van je fiets. In de auto kruipen en gaan zitten op stoelen en wc is een weekje redelijk lastig.
Vandaag had ik het grootste deel van de dag een erg idiote grijns op het gezicht. Veel collega’s keken me vreemd aan als ik met ze sprak. Tot ik ze uitleg dat mijn mond verdoofd is. Vanochtend naar de tandarts geweest. Er was teveel tand verdwenen om gewoon op te vullen met een of ander amalgaam. Niet genoeg resterend materiaal om iets aan vast te hechten. Dus werd de tand ontzenuwd, draaide de tandarts er een stevige schroef in en bevestigde daaraan een plombering. Nu de verdoving uitgewerkt is wordt het al wat pijnlijker. Gelukkig moet ik nu de komende dagen niet meer de hele dag met mijn tong langs scherpe stukken afgebroken tand glijden, met een rauwe en licht gerafelde tong tot gevolg. En ik kan weer eten langs twee kanten!

bloederinge tand

Het zal wel een duur avondje schieten geweest zijn. Een windjas van The Northface, een dikke gevoerde winterpull, een beschadigde Gazelle-fiets, 172 euro waard aan tandheelkundige ingrepen (en schroeven, die wellicht niet van den brico komen), geschraapte Trippen en een pols waar ik nog eens naar moet laten kijken. Naar mijn gevoel is daar een stukje bot van gebroken onder mijn duimmuis. Maar voor de eer en glorie van topschutter van het jaar moet je wat overhebben natuurlijk.

Changement de decor

Veranderen van werk, dat wordt steeds eenvoudiger. Bij mijn laatste transitie kon ik dat nog aan den lijve ondervinden. Ik herinner me een ver verleden waar ik in Amsterdam Zuid-Oost een bureau kreeg toegewezen, een telefoon en een lijst in Excel. En ik kon beginnen. Zo simpel was dat. Dus toen ik een jaar of wat later naar Brussel verhuisde bij een nieuwe werkgever was er wel wat verandering. Geen vast bureau meer, een looptelefoon, een uitgebreide introductiemap en een klets introductie- en opleidingsdagen. En het duurde wel even eer ik daar ingewerkt was. Vandaar misschien dat ik er wat langer bleef hangen. Toen het een fusie later niet meer zo fijn was daar in Brussel, verhuisde ik helemaal naar West-Vlaanderen. Werk overnemen van andere mensen (zeker tijdelijk) is enorm gebonden aan hoe die mensen hun werk deden. Je verliest daar dus wel wat tijd met de wijze van denken te doorgronden en de jarenlange organische gegroeide classificatiejungle. Een interne mutatie naar een divisie was een stuk simpeler: je kent al een hoop mensen en dat werkt wel wat vlotter. Daaraan dus niet zoveel toe te voegen. En toen ik laatst na een korte tussenpauze in Heverlee verhuisde naar Roeselare vielen me enkele dingen op.

Om te beginnen het feit dat –als je al eens meer verandert van werk zoals ik dat de laatste jaren eerder toevallig deed– je geest daar een zekere flexibiliteit in verwerft. Je voelt je al niet meer zo ongemakkelijk als nieuwkomer. Je vreest niet meer dat het nooit goed komt als je een waanzinnige hoop rommel onder je armen geschoven krijgt zonder duidelijke klassementen, met deadlines om u tegen te zeggen. U. Je pikt al sneller in op het informele circuit van informatie dat zoveel belangrijker is dan de dingen die je bereiken tijdens officiële gesprekken en via je inbox. En zo nog wel wat zaken.

Daarnaast viel me op dat een hoop dingen (eerder toevallig) gelijklopend waren: Zelfde GSM, zelfde laptop, zelfde wagen, bijna zelfde loon en voorwaarden. Anders zijn: het gebouw waar ik werk (geen verbetering jammer genoeg), mijn bureau (idem dito), de refter (er is hier geeneens een bedrijfsrestaurant, zelfs geen microgolf om iets op te warmen), de collega’s (we gaan hier nog wat over zwijgen of de kermis begint), en de afstand tot het werk (driewerf een luidkeels hoera: HOERA! HOERA! HOERA’). Dat laatste niet te verwarren met kreten op Dranouterse weiden tijdens het festivalseizoen, maar wel een enorme dagelijkse vreugde: 20 minuten rijden in plaats van iets tussen minimum 1 uur 20 minuten en maximum 4 uur en 10 minuten. Er blijft toch al eens wat meer tijd over om te leven (of toch om rustig te kunnen overwerken, wat eerlijk toegegeven eerder de realiteit is). Dat is ook wel weer wat anders bij vorige job. Op de mij toegemeten dagelijkse 8 uur krijg ik absoluut mijn werk niet klaar. Nogal vaak zijn het er 12 (met een half uurtje middagpauze, dat wel!). De bedoeling is om dat nog wat terug te dringen, maar het ziet er bijzonder heftig uit momenteel. En ik raak nog aan geen kanten klaar. Enfin, alles wordt beter.
Ooit.
Hoop ik…

MBA in een dag

MBA Ben Tiggelaar

Gisteren op invitatie van het fijne blad “Bizz Magazine” naar Ben Tiggelaars “MBA in een Dag” geweest in het Casino Kursaal in Oostende. Zelf ging ik er wellicht niet meteen de vereiste 500 Euro voor ophoesten, maar het was meer dan fijn daar aan zee. Om te beginnen het idee alleen al: organiseer een marathonsessie waarop je alle grote managementdenkers van de voorbije decennia in turbotempo door de zaal jaagt. 8 uur presentatie door Ben Tiggelaar (die eerder al een serie serieus sterk verkopende boeken heeft geschreven). Voor wie twijfelt of daar een publiek voor is: er zat daar ongeveer 1300 man aandachtig te zijn.

Je kan Tiggelaar niet verwijten dat hij vergeet om er wat show in te steken. Een stevige soundtrack die ik me herinner van The Matrix, zonder terughoudendheid knalhard door de boxen, melo-videootjes met Paul Potts, interventies door CEO’s (Van Thillo; Sickinghe, Van Eetvelt, een live connectie met Philip Kotler uit Chicago, aluminiumreepjeskanonnen, en nog meer moois. Maar het moet gezegd: ik was daar van 8u30 tot 19u30 en ik heb me geen seconde in een dip gevoeld. En daar heb ik wel respect voor. Ik kan legio voorbeelden geven van professors van de KU Leuven of de UFSIA die al na tien minuten managementles mijn aanwezigheid volledig hadden herleid tot een schamel hoopje ongeïnteresseerde ellende. Maar niet hier: uren aan een stuk op serieus tempo doorgaan. Ik kan er nog veel van leren voor eigen presentaties wat betreft podiumgebruik, aandachtstrekkers, humor, intonatie en afwisseling.

Ook de inkadering was af. Peter Hoogland levert mooi werk in zijn Kursaal. Zeer attente opvang, parking, catering,… Als ik hier nog eens iets groots moet organiseren denk ik nog wel eens aan Oostende. Zeer tevreden van mijn dag daar dus zoals je hoort, al had ik wel stiekem gehoopt om tijdens de receptie nog een praatje te kunnen doen met Steven Feys. Ik had hem al gemist op de Marketeer van het Jaar in Zellik eerder deze maand en hoopte dat hier goed te maken. Mocht niet zijn.

Sauna

Even verdergaand op vorige post. Toen ik hier vanochtend binnenkwam was het weer gezellig warm. Héél gezellig warm. ‘s Morgens valt dat meestal nog mee, en ‘s middags wordt het een échte sauna. Enfin, toevallig kwamen hier mensen binnen rond extra dossierkasten. Die gasten natuurlijk ook zweten als buffels. Ik zweet mij al kapot als ik stil zit aan mijn computer. Laat staan dat ik met zware objecten sleur. Na enige opmerkingen daarond is hier iemand langsgekomen met een speciaal apparaatje voor temperatuurmetingen. Is het verwonderlijk dat, met de deur naar de frisse gang al een uur open, de temperatuur hier nog steeds 27 graden celsius was. 27 graden! Zeg dan nog dat ik overdrijf…
Ik ben er nu redelijk zeker van dat het kot hier na de middag makkelijk 30 graden haalt. Makkelijk! En dat terwijl het buiten bijna vriest.
Is het gek dat ik me soms wat loom voel?

pipsjes 3

Kan jammer genoeg niet zeggen dat alles al weer goed gaat met mij. Maar ik moet dringend een thermometer meebrengen naar het werk. Maat, wárm dat het daar is. Ik heb weer mijn schoenen uitgetrokken onder mijn bureau (hilariteit verzekerd bij toevallige oplettende passanten) en mijn kousen zijn dus letterlijk nat van het zweet dat me hier over heel mijn lijf uitbreekt. Ik heb al aangenamer momenten beleefd in een sauna, dedjuu! Ik heel de zomer verlangen naar een heerlijk frisse winter op kantoor en dan zetten ze hier de stoof vollen bak. Niet serieus.

pipsjes 2

Als je om negen uur ‘s morgens al voor de zesde keer met een wilde diarree op het toilet zit, dan is er iets niet in orde. Maar ik zit hier weer met mijn broek op mij knieën. Als je al een drietal weken na elkaar je dag zo verdeelt tussen je bureau en de pot, dan begint het zelfs te wennen. Maar ik word er wel een beetje moe van. ‘s Avonds op tijd in bed maar ‘s morgens niet uit je dons geraken omdat je van binnenuit uitgehold wordt. Omdat je letterlijk leegloopt. Met wallen onder je doffe ogen naar je spiegelbeeld staren en je afvragen hoe lang je het nog gaat trekken. Als je terugwandelt van een vergadering jezelf beginnen afvragen waarover het nu eigenlijk ging en geen enkele zin meer kunnen herinneren. Dat is niet zo goed denk ik. Laat staan in zo’n suffe stemming creatieve tekstjes schrijven voor radio en televisie, of frisse wedstrijdconcepten bedenken voor een nieuwe site.

Ik ben over de middag even gaan zwemmen om mijn hoofd wat op te frissen. Zwemmen is wellicht de enige activiteit waarbij ik niet kan denken. Zelfs als ik zou willen. Er is enkel mezelf en het water. En op erg goede dagen het aantal gezwommen lengtes. Meestal zwem ik reeksjes van 250 meter of zo, zodat ik maar tot vier of zes moet tellen. En dan nog. Gelukkig was het bad maar 15′ meer open (de kassier keek me weer ongelovig aan toen ik toch nog een kaartje wilde). 10 minuten in het water was meer dan genoeg. Een halve kilometer gezwommen en mijn armen waren als gepijnigde pannenkoeken, mijn adem deed schuurde aan mijn ontstoken keel en mijn conditie leek schielijk ondergedoken in Tora-Bora.

Maar ik ben er wel wat van opgeknapt. Tot ik het bureau binnenwandel. Het is hier makkelijk dubbel zo warm als ik de kabinetjes van het zwembad. En dat wil wat zeggen. Ik heb mijn thermometertje nog niet meegebracht, maar mijn goed ontwikkelde temperatuurgevoel vermoedt een 24-25 graden Celsius. Mag ik er even de nadruk op leggend dat er zelfs bij die ronduit tropische temperaturen nog steeds mensen zijn die zeggen dat ze koud hebben? Ik snap dat niet zo goed. Ik veronderstel dat mijn semi-Spartaanse opvoeding in een huis waar 19 graden werd gezien als een goede kamertemperatuur, en 20 graden als behaaglijk voor lang stilzitten met een boek daar voor veel tussenzit. Het feit dat er geen centrale verwarming was (koude gangen) en geen verwarming boven zal me verder gesterkt hebben. Ik heb er nog steeds geen probleem mee om in putje winter met de ramen open in de slaapkamer mijn pyjama aan te doen en fluks in bed te springen zonder af te zien. Dit in tegenstelling tot andere in ons huis verblijvende personen. Het doet me ook denken aan ons nichtje dat in de zomer op vakantie komt en op een zonnige dag in augustus vraagt of we alsjeblief de verwarming willen opzetten. Terwijl het binnen nog 23 graden is, met een lekker zonnetje door de ramen. Maar opgroeien in een constant verwarmd huis kweekt kasplantjes zeg ik dan.

Affijn, wil ik maar zeggen: ik word daar nog mottiger van, van zo’n warm bureau. In slaap sukkel ik daarvan. Het was ook mijn enige bemerking bij mijn bezoek aan het medisch onderzoek bij het puntje “andere opmerkingen over de werkplaats”: veels en veels te warm!!! Mijn productiviteit daalt daar schrikbarend van. Zou dat dan in rekening gebracht worden bij mijn beoordeling? Ik vrees ervoor.

De wereld volgens Dale

Dale Carnegie
Ooit gekocht tijdens een uitverkoop van de Kortrijkse Stadsbibliotheek: “Zo maakt u vrienden en goede relaties – de kunst om met mensen om te gaan” van Dale Carnegie (ISBN 90 6057 408 7). Dat zag er zo’n smakelijk boek uit voor een fan van vergane glorie als ik, dat ik het niet kon laten liggen. Binnenkort post is eens de huwelijksregels die ik daarin vond: seksistische humor van de bovenste plank zeg ik je. Maar als opwarmertje een kleine alinea uit het eerste hoofdstuk waar mijn oog op viel. (Ik ga toegeven: ik ben het boek gewoon aan het uitlezen, omdat ik zo verknocht ben aan dergelijke tijdsdocumenten…).

“Wij zorgen ervoor dat de lichamen van onze kinderen, vrienden en employés worden gevoed, maar hoe zelden voeden wij hun geest. Wij geven hun brood, vlees, aardappelen en groenten om er energie uit op te nemen, maar wij vergeten ze de woorden van aanmoediging toe te voegen, die nog jarenlang in hun hersenen blijven hangen nadat zij de heerlijkste maaltijd vergeten zijn”

Nu vraag ik je, waar zou je nog geschreven vinden: “om er energie uit op te nemen”? Zo plechtig en al. Alsof onze kinderen dan met een rituele beweging hun handen voorzichtig op de voedingswaren leggen en er zo de energie uit opzuigen, zonder hun mond te bevuilen aan het eten zelf. En “aanmoediging toe te voegen”. Ik voeg u dit toe: niemand schrijft zo nog en misschien is dat wel een beetje jammer. Ik moet daar altijd meteen bij denken aan de klank van oude brtn-reporters, die zouden zo’n zaken nog gezegd hebben tussen de twee oorlogen in…

Soldaten op tv

De Remels zat vandaag in de inbox: ik mag gaan figureren voor een tv-reeks.
Lijkt me op zich wel fijn, maar of ik daarvoor meteen naar Bornem ga koersen weet ik nog niet meteen. Misschien dat ik mijn tijd nuttiger weet in te vullen door in mijn nest te blijven liggen of mijn dochter te verversen.

Maar misschien zijn er nog wel andere Vlaamsche boerenkerels die graag eens op tv komen: grijpt heden uw kansen!

kyser vd smaak

de info:
Het productiehuis Caviar is momenteel op zoek naar figuraten voor de reeks De Keyser van de Smaak. Wenst u dus wel eens wat anders te doen dan te liggen in uw luie zetel, of te werken op uw luie stoel? Welaan dan! Bel 0479 / 60 79 14 en stel uzelf kandidaat om op donderdag 25/10 te figureren! Daarbij wordt u in een fantastisch handig legerkostuum gehesen en ondergedompeld in die unieke jaren ’30-sfeer. U krijgt daar bovendien een vergoeding voor, evenals een keurige gratis haarsnit. Locatie is ‘Lisele’, kanten van Bornem, Puurs.

De Remels heeft dat al gedaan en die vond dat ferm geestig. Lees op zijn blog zijn wedervaren.

pipsjes

Zondag, ondanks het mooie weer, toch serieus pips rondgelopen. Pijn in mijn hoofd dat het niet meer aangenaam was, geen spatje honger en een zagerige pijn in al mijn gewrichten. Ik voelde me precies een beetje als Vuijlsteke op een betere dag. Om kwart na negen al beginnen opkramen om in bed te kruipen.
Vanochtend mezelf uit bed gesleept om zeven uur en dan in douche. Het ging al wat beter dacht ik zo. Maar tegen dat het mooie kotsende meisje uit bed gelicht, gevoederd, gekleed en na wat spelen in het kinderdagverblijf gedropt was, boenkte mijn hoofd weer als een megadancing vol speedslikkende jumpers. Man, man, man! Maar een mens doet al eens stomme dingen tot meerder eer en glorie van de looncheque en dus reed ik met mijn naar rust en verduisterde kamers snakkend lijf richting bureau. Toen ik op een moment al 5 volle minuten zonder knipperen zat te staren naar mijn scherm en zonder dat er ook maar iets tot me doordrong, besloot ik even een middagpauze in te lassen. Op wandel door de Roeselaarse straten deed mijn gezichtsvermogen weer vreemde dingen. Ik dacht de hele tijd mensen te zien die me wilden inhalen, maar als ik dan keek was er gewoon niemand. Ook redelijk vreemd: mijn blik bleef steeds kleven aan een object waarop mijn oogbollen dan stug gefixeerd bleven tot ik het voorbij stapte waarna het pijnlijk trekkend via mijn ooghoeken uit mijn perifeer zicht verdween.
Verder in de reeks van zaken waarvan ik niet goed weet of ik er trots mag op zijn die me soms wel eens voorvallen op een minder dagje: Opstaan en een half uurtje alles in zwart-wit zien. Zelfhypnose in de badkamerspiegel waarbij ik even een kwartiertje in een parallelle wereld lijk te verdwijnen. Sterretjes en bolvormige objecten in beeld. Een soort van kringen-in-het-water verschijnsel op het ritme van mijn hartslag. Enfin, niets dat zeer doet of zo…

Armoedeval

Dit is nu eens zoiets waar ik echt wat droevig van word. Deze week staat in Trends een kort bericht over de perverse mechanismen die goed beleid straffen in ons land. De Leuvense economen Koen Algoed en Dirk Heremans berekenden in opdracht van het steunpunt fiscaliteit enkele triestige dingen. Stijgt bijvoorbeeld het Waalse bbp (bruto binnenlands product) met 100 euro, dan dalen de Waalse overheidsmiddelen met 0,94 euro. Stijgt het Vlaamse bbp met 100 euro, dan daalt het Waals budget met 2 euro (terwijl het Vlaams budget zelf er maar met 2,75 euro op vooruitgaat). De grote winnaar is natuurlijk de federale overheid, die gaat lopen met de belastingsreturn van de inspanningen die de deelstaten doen om de economie aan te zwengelen.
(Een alternatief bestaat in het Canadees systeem voor gedeelde belastingen samen met een solidariteitsmechanisme , maar dat moet je maar eens in de Trends zelf gaan nalezen…)

Het mooie kotsende meisje

Ken je die bundeling van Herman Brusselmans, het mooie kotsende meisje? Ons dochterje Ilie is nog een beetje jong om het al grondig gelezen te hebben (ze heeft het momenteel trouwens niet zo voor vieze uitgeteerde rokende schrijvers met lang haar), maar ze gaf er gisterenavond wel een erg mooie vertolking van in de living.
Deed me een beetje denken aan die heden circulerende video van het Scandinavische telspelmeisje. Vrolijk spelen en lachen, dan plots BARF-BARF en dan weer gewoon vrolijk verder brabbelen en kwetteren alsof er niets aan de hand was. (Wij hebben er wel geen video van). Gelukkig was ik voor een keer niet wild aan het gooien met mijn dochter boven mijn hoofd, ik zou er proper uitgezien hebben. De eerste -totaal onverwachte- gulp overgeefsel spatte over haar nagelnieuwe Giesswein pantoffeltjes. Ooops, dacht ik nog, snel even dat kind naar de keuken brengen om ze wat op te frissen. Hupsakee; daar vliegt de tweede gulp over de rest van de livingvloer. Even later mist ze ook nog net de wasbak, zodat ook de keukenvloer gezegend wordt met stinkend wijwater. De geur van de half-verteerde brokken vis en tomaat vult in een sneltempo ons huis. Bijna ga ik ook over mijn nek als ik Ilie wat sta af te spoelen in de keuken, voor we ze in haar badje dompelen. De hele nacht zal een geurkaarsje branden in de gang…
Blij dat dat achter de rug is zit dochterlief even later vrolijk een boterhammetje te eten en te spelen met onze sleutels alsof ze gewoon even met haar ogen had geknipperd.

Zo een kleine pleute in huis, ik kan dat iedereen aanraden!

Ik, Ignace

ignace, de missmaker!
Man, man, man, hebben we weer gelachen gisteren. Naar jaarlijkse gewoonte had de Katholieke Universiteit Leuven mij als ex-preses uitgenodigd voor de academische opening van het jaar 2007, campus Kortrijk. Nu moet ik zeggen dat ik daar erg graag heen ga. Als ik er op tijd raak, kan ik zelfs erg genieten van de academische zitting in de schouwburg. De heren professoren die in toga gehuld en met hun betekenisvolle maar toch wat protserige mutsjes waarvan de officiële naam me nu even ontsnapt van de kerk naar de schouwburg komen gestapt, achternagehuppeld door jonkies in jeans en eightiescoupes. De mix van saaie officiële toespraken en redevoeringen en het snelle geschoffel en jeugdig gegibber in de gangen van de schouwburg. Het opgeluchte naar buiten stromen voor de receptie. Het ongegeneerde drinken en schnabbelen tot de bar dichtgaat.

Affijn, wegens vergaderingen in Brussel had ik het officiële gedeelte volledig aan me moeten laten voorbijgaan, maar kon toch nog net tijdig in Kortrijk raken om het laatste anderhalf uur van het drinkgelag mee te vieren. Daarin tot mijn vreugde bijgestaan door radiovedette en conversatie-opvrolijker Michaël. Na wat korte maar fijne gesprekken met de nog aanwezige hoogwaardigheidsbekleders en academische kennissen, raakten we (rijkelijk voorzien van drankbons) aan de praat met de huidige preses en zijn onderdanen-voor-een-jaar. Tom Craeynest ziet er een fijne vedet uit, dat komt wel goed daar in ’t studentenleven op ’t Hoge. Het grootste deel van de drank verdween mijns insziens wel in de kelen van een klein contingent gasten van Lauwe die waren afgezakt naar stad Kortrijk om mee te fêteren met die ene Lauwenaar die dit jaar wél ging studeren aan de KULAK; een gegeven dat zich maar een keer of drie om de honderd jaar voordoet en daarom extra gevierd wordt door vrienden en kennissen van de gelukkige vaandeldrager.

Maar goed, wij dus aan de praat met het jeugdige volkje. Als op een gegeven moment onze vraag wat ze daar allemaal gaan doen aan de universiteit wordt gecounterd door de vraag wat wij eigenlijk doen, antwoorden we beiden laconiek (maar eerlijk) dat we “iets” in de media doen. Dat smeekt natuurlijk om meer, waarop Michaël verklapt dat hij radiojournalist is en er in 1 adem bij vertelt dat ikzelf Ignace Crombé zou zijn. Niettegenstaande het feit dat Ignace een respectabele kalende man van vijftig is en ik een losgeslagen yuppie van 33 wordt dit nieuws goed onthaald. Iedereen heeft wel al eens de naam Ignace Crombé horen vallen. De drijvende kracht achter evenementenbureau Animô en bezieler van Miss Belgian Beauty. Ik zie een aantal gasten enigszins gereserveerd naar me kijken, maar een meisje aan mijn linkerzijde volgt alles met instemmende blik. Waarop ze vragen begint te stellen over missverkiezingen en of ze zelf kans zou maken en zo. Om het nog even verder te drijven trekt de Michaël de discussie volledig over de grens van het geloofwaardige. We dissen samen verhalen op over bloopers van jewelste en over hoe bekende vrt-coryfeeën in het verleden de grootste stommiteiten hadden begaan. (Vuile uitspraken die ik hier geeneens wil/durf te herhalen, stomme misplaatste grapjes en luide scheten op de bühne, waanzinnige valpartijen, ongewenste intimiteiten, etc…) Hoewel we beiden meer dan eens door de mand vallen als we onze lachspieren niet meer kunnen beheersen en ons meermaals moeten afwenden om hardop te lachen met de aangehaalde groviteiten volgt ons publiek gretig alle verhalen. Als Michaël doodernstig uitgebreid verslag doet van de vermeende onstuimige homoseksuele relatie tussen Bart Peeters en Jan Verleyen moet ik toch even snel naar het toilet.

Maar goed, we gaan door op het ingeslagen pad. Als de verhalen zo ongeloofwaardig worden dat er toch twijfel rijst, bevestigt een perskaart onze credibiliteit. Zelf veins ik toevallig geen enkele identificatie op zak te hebben. Als mijn tankkaart van de mediagroep toch gezien wordt in mijn portefeuille, verzin ik een verhaal dat ik daar ook in de raad van bestuur zit en dat zij mijn benzine betalen. Ha, ongelofelijk hoe verhalen over bijverdiensten en ons-kent-ons postjes altijd gretige oren vinden. En wijle maar lachen. Eén klein probleem: het meisje is nu wel erg geïnteresseerd in (deelname in) de volgende missverkiezing. En in werken voor Animô. Want twee jaar geleden had ze ook het galabal van haar school georganiseerd. En ze wou verder in de sector, want dat lag haar wel. En of ze eigenlijk feitelijk een kans zou hebben als ze zich inschreef. Ik daar maar voorzichtig-positief op geantwoord. Niet veel later begint ze haar (blijkbaar perfecte) maten door te geven en krijgen we er in één keer al bij te horen dat ze al eens naakt was gaan poseren voor een modeling-bureau. De grap begint een verkeerde richting uit te gaan. Ik vertel haar nog dat ze zou moeten beginnen met een eigen evenementenbureau in de softporno sector omdat daar zo verschrikkelijk veel vraag naar is en ik daar niet aan kan meewerken wegens getrouwd en een erg koosjer imago (al hoorde ik deze morgen op de radio dat Ignace wel eens zou hebben durven lonken naar Anne-Marie Ilie). Maar dat ik daarvoor elke week aanvragen krijg. En dat ik daar als man niet zo goed munt uit kan slaan, maar dat een vrouw dat erg goed zou kunnen uitbouwen naar mijn bescheiden mening. En dat bepaalde Waalse partijen daar erg grote zwarte budgetten voor over hebben. Roze baletten en btw-ontduiking en blablabla…

Als Michaël en ik besluiten dat de receptie over is (het interessant volk is naar huis en de drank ik bijna op) vraagt ze nog, tegen mijn been aanschurend of we haar niet kunnen naar haar kot brengen. Wink, wink. Ja, lap, daar begin ik niet aan, maar het zet mijn jong frauduleus brein natuurlijk wel aan het denken. Volgens mij bestaat er een eindeloze markt voor voze wellustelingen die op jonge vrouwen jagen. Gewoon even zeggen dat je Ignace heet en hopsakee, in de sjakos! Misschien moet ik wel een soort van Crombé-set commercialiseren. Dan krijg je per post een kartonnen doos met daarin een (plastieken) vleesklak , een opspeldlogo van Miss Belgian Beauty, wat achtergrondinformatie om door de eerste gesprekken te komen en een zelf aanvulbare set identiteitskaarten. Plus een uitgebreide handleiding voor het lokken van argeloze meisjes.

Maat, dat gaat verkopen zie!

Egel 911

Gisteren nog even een laatzomerbarbecue meegepikt. Het prachtige weer smeekte om buitenluchtactiviteiten en dus beantwoordde ik met plezier de oproep van de grote zus. Toen ik na het eten nog wat ronddwaalde onder de notenboom achter in haar tuin, stond ik plots oog in oog met een egel. Een egel die me in een nogal vreemde positie vreemd aankeek. Eerst dacht ik dat ik hem betrapt had terwijl hij stiekem door de afsluitdraad wilde kruipen. De egel hing zo een beetje halvelings door een opening. Al snel kreeg ik door dat het beestje muurvast zat in de ijzerdraad. Hoe lang hij daar al hing te hangen weet ik niet, maar er zaten al flink wat vliegen op en rond, al zag ik het beestje nog ademen en wat trillen met zijn pootjes.

Het loskrijgen bleek ook nog zo geen sinecure. Gezien hij met kop en voorpoten al door de draad was geklommen en met zijn stekels vasthaakte was achteruit duwen geen optie. Ook een zachte maar dwingende duw op zijn poep hielp hem niet vooruit, daarvoor was hij iets te dik. Dat duwen was ook niet iets om met blote handen te doen, want die stekeltjes deden hun werk erg goed. Dus duwde ik nog wat harder met een plankje dat ik wat verderop had gevonden. Intussen keken 2 hulpeloze oogjes me smekend aan, zoals enkel hulpbehoevende egeloogjes kunnen kijken. Dan maar op zoek naar wat extra materiaal. Een kniptang leek niet voorhanden. Uiteindelijk met een steakmes een vierkantje van de draad met veel moeite doorgesneden en omgeplooid en dan met zijn pootjes de egel achteruit losgewrikt.

Het beest draaide zich nog een beetje meer in een speldenkussentje en bleef roerloos liggen, terwijl een tiental vliegen er zoemend overheen kroop. Het zag er niet zo goed uit voor onze stekelige vriend. Dan maar de egel in een emmer gemanouvreerd en over de afsluiting naar onze kant van de tuin gehaald waar ik hem onder een plastic hoesje wat beschermd in de schaduw zette. Zus legde er nog wat slablaadjes bij als eerste krachtvoer.

Halverwege de petanquewedstrijd nog even gaan piepen en tot mijn opperste vreugde was de egel verdwenen. Gezien ik geen grote egelverslindende vogels had zien neerstrijken in de tuin veronderstel ik dat het beestje weer wat op krachten was gekomen en zichzelf een betere schuilplek was gaan zoeken. Mijn tere dierliefhebbende zieltje was weer erg in zijn nopjes…