Buxus snoeien met een mes – videoverslag

Een tijdje geleden baande ik me een weg naar de compostbak achterin de tuin. De taxushaag schoot met frisse sprieten over het pad. Een halve wildernis in een stadstuintje van ocharme 30m2. Met mijn koksmes nog in de hand gooide ik de groenteresten in de compostbak en knipte toen op de terugweg in ware machete-stijl de doorgang wat breder. Dit lukte niet alleen aardig, het was ook zo fijn dat ik besloot om ook mijn buxus-haagjes met het mes te snoeien in plaats van met een grote tuinschaar (of godbetert zo’n elektrische heggenschaar). Ter lerend voorbeeld:

Schreef ik de dagen mijn God die ik moest zijn

Op 25 april kan je naar de voorstelling van “Schreef ik de dagen, mijn God die ik moest zijn”. Een lange titel, die nogal goed het onderwerp kadert: het leven, de liefdes en het lijden van PAC-man Peter Arthur Caesens. Proper versneden in scènes, shots, dagboekdelen, hoofdstukken , fragmenten en handige overzichtslijstjes.

pac

Peter Artur Caesens is iets als een levende legende. In een ver verleden leerde ik hem kennen als bibliothecaris. In welke hoedanigheid hij me als 14-jarige die de jeugdboeken van het wijkfiliaal had uitgelezen maar doorverwees naar Dostojewski, Kundera en Nietzsche. Gelukkig is de blijvende psychologische schade beperkt gebleven.

Later bleef hij op de radar met zijn waanzinnige “eco-cynisme projecten” als “Kras Kras. Plas Plas”, de salons van de ondergrondse cultuurregimenten en de verkeersbevrijding van de grote markt van Kortrijk vanuit het ongerijmde. Er ging ook een groot politiek denker aan hem verloren na onderlinge partijstrijd. Misschien niet meteen een denker die je graag in je studiebureau of je living houdt als huisdier, maar eerder een socratische luis-in-de-pels met onvermoede oprispingen en node prikkels. 

Hedentendage leidt hij een uitgebreid project dat het bibliotheekwezen wil afhelpen van zijn snobistisch jasje dat enkel “goede literatuur” wil bijhouden. Zijn ABIB groeit rapper dan voor mogelijk gehouden en hij kan niet snel genoeg panden bijkopen om de van vernieling gespaarde literatuur te stockeren.

Maar bovenal is hij ook een getormenteerde ziel met een missie. Vertwijfeling sloeg op een gestructureerde manier gaten in zijn bestaan en meermaals keek hij met scherpe blik en harde analyse naar de vernieling die hij zelf in gang zette. Ter lering van het nageslacht (en vooral zichzelf) noteerde hij plichtsbewust zijn cynische overpeinzingen, nachtelijk gekanker en misogyne galspuwingen. Want de vrouw is een curieus dier in de zoo van Caesens hoofd. Een erotisch curiosum dat hij met verafgoding voedert, zelfs als het al gemeen hard in zijn hand bijt.

De dagboeken werden gebundeld en ongeredigeerd uitgegeven door 3-werf. En leidden zo tot onderzoeksvoorwerp van Michaël Janart. Andragogisch vorser met theaterplannen. Die nu, als afstudeerproject aan het Stedelijk Conservatorium van Kortrijk, een toonmoment inlast van zijn stuk over Caesens. Met begeleiding van Cathérine Vansteenkiste en met coaching van Jos Verbist van Theater Antigone.

Zondag 25 april om 17u in muziekcentrum Track (Conservatorium) in Kortrijk.

Gaat dat zien!   (blote vrouwen inbegrepen)

27 februari 1993, zaterdag. De lijst met alle mogelijke redenen om mij af te wijzen is opgemaakt in het klad op een oude envelop. ze bevat voorlopig 6 fysieke argumenten en 13 aspecten aan mijn taalgebruik en levenshouding…”

Mobistar en Iphones

apple-iphone

Door zeer fijne wendingen van het lot bevond ik me enige dagen gelden in de Mobistarshop in Kuurne Ringshopping. Vraag me niet hoe ik daar terechtkwam, wel wat ik er ging doen. Informeren naar een Iphone met name. Ooit had ik een Mobistar postpaid abonnement, maar heden ben ik al enige jaren tevreden klant van Base. Niet naar de zin van de Mobistarmannen (en vrouw).

Ik weet ook niet precies hoe dat komt, maar in die telefoonshops kan je maar moeilijk ontsnappen aan van die gladde Ronnies als verkoper. Zo een beetje een kruising tussen een onverkwikkelijk glimlachende malafide tweedehandsautoverkoper en een opgeschoten ingeneursstudent met babyface en melksnor. Een dodelijke cocktail van grenzenloze eigendunk en gladjanuspraat met een moeilijk serieus te nemen uiterlijk. Vaak ook met een van vader geleend kostuumjasje dat triestig over hun schriele lijfje is gedrapeerd en een lelijke das die “SLA MIJ!” schreeuwt.

Ik heb best al veel fijne en te vertrouwen telefoonverkopers gesproken die me ook goed geholpen hebben, maar zoals je kan raden was er in de shopping mall zo’n meewarige paling aan het werk. Nadat zo een gastje mijn moeder bijna een 70-euro-per-maand telecomabonnement kon laten tekenen terwijl ze enkel 7 euro wilde bijvullen op haar prepaid kaart (ook bij Mobistar trouwens), ware het niet dat ik in de achtergrond rondscharrelde in de winkel en het enigszins verdacht vond dat ze plots een overeenkomst moest handtekenen om 7 euro op haar tegoed te plaatsen ben ik dus extra op mijn hoede. Ik geef ook toe dat ik er wellicht wat verneukbaar uitzag met mijn niet geschoren vermoeide gezicht en vooral mijn muzikale das -aandenken aan kerstmis en een vreugde voor de kinders- om de hals. Maar daarom moeten ze het nog niet proberen.

Om een lang wordend verhaal enigszins in te korten: volgens die pipo moest en zou ik een Mobistar-abonnement nemen bij een Iphone.  Anders zou de telefoon 1) niet werken, 2) niet geactiveerd kunnen worden, 3) gegarandeerd problemen geven en 4) me jaarlijks honderden euro’s extra kosten bezorgen, want de Iphone zou met zijn eigen willetje alles saboteren. Tenzij ik minimaal 30 euro per maand ophoestte voor hun Iphone-bundels.

Tegen mijn beter weten in begon ik daar toch een beetje te zweten. Gedorie, misschien had ik het allemaal wel verkeerd opgezocht, of waren de regels veranderd. Ik ga wat in disussie en zeg dat ik meerdere mensen ken die een Iphone hebben zonder Mobistar. En dat hun telefoon wél werkt, zonder extra kosten. Kon niet zijn, dan hadden ze zeker een extra abonnenment dat nog veel duurder was en logen ze tegen mij. Ook mijn argument dat ik de 3G-diensten in eerste instantie niet ging gebruiken, maar de Iphone als (nogal dure) telefoon ging gebruiken met fantasische mogelijkheden over mijn wifi-netwerk thuis en kantoor en niet noodzakelijk in de auto wilde internetten stuitte op onbegrip. Want (dixit PJ van de Mobistarshop van Kuurne Shopping center) enkel grote onnozelaars kochten een Iphone om er mee te telefoneren. Kwam waarschijnlijk net terug van een cursus “omgaan met klanten, de basis“. Werken over wireless netwerken zonder 3G-abonnement zou onmogelijk zijn.  Het toestel zou toch, achter mijn rug, elke 5 minuten contact maken met een 3G-netwerk en me zo dus honderden euro per jaar kosten aan extra’s.

Het kereltje begon me zo mateloos te irriteren dat ik de winkel schielijk verliet. Meteen een paar mensen opgebeld die dus wel een Iphone hebben zonder 3G-pack van Mobistar (noch van Proximus/Base). Geen vuiltje aan de lucht. De Iphone zal wel proberen om te connecteren met netwerken (bijvoorbeeld een hotspot van een bibliotheek of café of je netwerk thuis) wat me logisch en zelfs wenselijk lijkt want daartoe is het toestel ontwikkeld, maar als je 3G niet activeert gaat het ding ook niet uit zichzelf op 3G-netwerken. (Ik dacht trouwens dat Base geeneens een 3G-netwerk heeft, dus ik zou niet weten waar het ding zou connecteren). Voor de zekerheid ook nog even geconsulteerd met een verkoper van een andere winkel en mijn vermoeden bleek juist: de gladjanus van de Mobistarwinkel probeerde mij er dubbel en dik op te leggen (en ze hadden daar al meerdere weggelopen klanten over de vloer gekregen). Niet alleen mist hij daardoor een verkoop van een duur toestel (ik vermoed dat ze daar ook targets voor verkoop opgelegd krijgen), maar pist hij me ook serieus tegen de benen. En ik houd niet van urine op mijn benen, en al helemaal niet die van iemand anders.

Ik ben dus nog even terug geweest naar het jonk (helaas voor hem was hij net aan de praat met klanten die ook vragen hadden over de Iphone) verteld dat ik niet gediend was van zijn leugens noch zijn ik-weet-het-toch-wel-beter-zeker techno attitude (één van zijn argumenten was trouwens: ik werk hier in de winkel, dus ik zal het wel beter weten zeker? -*ahem*). Toen hij gebaarde dat hij me niet zag heb ik gevraagd of hij zijn volgende klanten ook in hun gezicht ging voorliegen. Ongemakkelijk om zich heen kijkend zei hij tenslotte: ik ben efkes bezig hier.

Ik had niet veel zin (of tijd) om er verder veel energie aan te besteden, maar als u binnenkort (die mannetjes blijven in mijn ondervinding nooit echt lang ter plaatse) nog naar de Mobistarshop in Kuurne moet: blijf alert!
(voor degelijker advies kan u trouwens steeds terecht bij het ook in dat winkelcentrum gelegen PhoneHouse)

Johnny Thys heeft het gezegd!

 Laatst kregen we een pakje uit Amerika. Of toch bijna, de post kwam langs tijdens de werkuren en stopte een briefje in de bus dat er een pakje bij hen te vinden was. Het was zo’n schielijk dun velletje dat het, eens in onze drukke garage gevallen, even aan onze aandacht ontsnapte. Toen we het wel onder ogen kregen, zagen we dat we nog een week hadden om het op te halen. Ruim voldoende zou je zo zeggen, maar helaas paste dat niet zo goed in onze agenda. Zefls hun vrij lange openingsuren tot 18u zijn niet altijd haalbaar voor ons. Die week konden noch Leen noch ik zo even over en weer naar de Post voor het pakje.

Geen probleem denk je dan, we bellen gewoon even naar het postkantoor in Kortrijk en vragen om het nog wat langer bij te houden, of het bij onze ouders af te leveren. Helaas pindakaas! Je kan niet rechtstreeks bellen naar postkantoren. Je kan enkel spreken met de helpdesk in Brussel die je niet willen doorverbinden met Kortrijk, en die vanuit Brussel ook je probleem niet kunnen/willen oplossen. Oeps…

Als ik dan 1 dag te laat toch speciaal vroeger vertrek van mijn bureau en zo reeds om 17u25 in het aangegeven postkantoor ben wacht me nog meer tandengeknars. Om te beginnen staat er een groep wachtenden voor mij waar de Boomerang in Bellewaerde zelfs op een topdag in volle zomer jaloers op kan zijn. Ik trek een ticketje, want de snelbalie voor afhalen is niet open. Na een dikke twintig minuten wachten (na een kwartier besluiten ze toch hun avondonderonsje te onderbreken en nog een tweede balie te openen), stap ik vol verwachting naar het loket. Volg even mee:

“Ah moa ja, menjirre, dat is wel moa tot histern é!”
“ja maar toen kon ik hier niet zijn, en misschien is er nog niets gebeurd en is het pakje hier nog”
“Tzit verzekers in ergens in de kast, maor der staat ip tot histern, dus ist tot histern”
“uhm,  kan je niet kijken of het hier niet meer is?”
“nink, der stoat ip tot histeren, dus magta nie”
“Ja, wat ik wel jammervond is dat we jullie niet telefonisch konden bereiken om te vragen het nog 1 dagje langer te houden”.
“Ja, kweetet, moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist”.
“In Brussel”.
“Ja, Johnny Thys eit da zelve beslist. Wunder vindn da woak jammer moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist”.
“Maar het is wel niet zo handig…”
“Ja, kweetet menjirre, moa me kunnn doa nietnt an doen. Da wierd in Brussel beslist. Ammewunder zelve willen belln noarn ander kantoor kumme da woak nie”.
“Ah, Johnny Thys”.
“Jaat, Johnny Thys”
“En wat gebeurt er nu met dat pakje?”
“Ze goan dat terugsturen naar den afzender”
“En kan dat niet gestopt worden en terug in circulatie komen”?
“Nint, me kunnn doa nietnt an doen. Da es in Brussel beslist”.
“Dus vertrekt het weer naar Amerika, terwijl het hier nog in de kast ligt, omdat het in Brussel beslist werd? Daar moeten toch uitzonderingen zijn als er op kosten kan bespaard worden”
“Nint, mèn doa niet in te zeggen. Da es in Brussel beslist”.

Een half uur verpild (plus transport) voor een bureaucratische show. Merkelijk gefrustreerd loop ik naar buiten. Correctie: probeer ik naar buiten te lopen. Want de deuren zijn gesloten. Terug naar de kassa (nog eens braaf aanschuiven zit er nu echt niet meer in).

“Ah, ja, me doen de deuren dicht, want anders kommn der hjèllentid nieuwe hastn binn!”
“Jullie zijn toch open tot 18u?”
“Jammaja, anders moetn me nog langer werkn”
“Zeg dan gewoon dat je open bent tot 17u45 en werk af tot 18u”
“”Tja, tis azzo. Da es in Brussel beslist, we kunn da niet an doen”.
“En mag ik dan alsjeblief naar buiten?”
“Ge goat een bitje moetn wachtn. We doen de deurn dicht en latn de mensn ma butn per tiene! ”
“Dat meen je niet!”
“jaja, ge goat moetn wachtn wi”
“AAARRRGGHHH!!”

Dus nog bijna tien minuten wachten tot we met 10 waren (want zo snel werken ze nu ook weer niet) eer we er uit mochten. Dat er in die wachtperiode 3 keer iemand van het personeel tot bij ons kwam om door de glazen deur naar buiten te roepen dat het gesloten was (ondanks de geafficheerde openingsuren) zonder de deuren voor ons te willen opendoen getuigt volgens mij van kwade wil. Of ongekende stompzinigheid. Weet ik veel, het zal wel weer in Brussel beslist zijn. Door Johnny Thys persoonlijk…

Dikwerf schaamte op de post!

We seem to have misplaced our igloo – EP review (Science will bring us toghether)

Foto door Jaan Meert

Foto door Jaan Meert

Na  de EP-voorstelling van “We Seem To Have Misplaced Our Igloo” in de Kreun in Kortrijk, kocht ik die EP meteen van een gewillige groupie achter een tafeltje. Een paar dagen vergat ik de cd uit mijn jas te halen. Maar toen ik heb in de cd-speler gooide was ik meteen overtuigd.

Waar de live-voorstelling soms wat zompig klonk, getuigt de cd van een evenwichtige maar goed gemikte frisse kracht. Voor een debuut-EP is de mix sterk. De opener “Hearts” maakt me meteen blij (ik zou er misschien enkel de wiebeldewiebel electrodingesintro vanknippen). Stevig poppy nummer, met de op het optreden al gehoorde strakke staccato gitaarlijnen en punchy baslijnen. Mooie tweede stemmetjes en vocale afwisseling. En een prachtige lead-stem ook. Zeer internationaal en dragend waar ik wel meer van wil horen! Jammer dat dit precies niet tot op de radio raakt…

“Monsters” opent ook strak en kan plezieren. Wellicht sterkst om live te brengen op podium. In de koptelefoon klinkt het nogal ‘gevuld’, als dat al een term is die daarvoor gebruikt mag worden. (bedoeld wordt: minder afwisseling doorheen de song en intensiteitsverchillen + misschien een spoor of drie teveel gebruikt omdat ze beschikbaar waren). Maar zeker een krachtig, aansprekend nummer.

Track drie “Rubik’s Revenge” knalt verder met een strak ritme en wat Britpop aandoende stuwende  zanglijnen (ik denk aan bijvoorbeeld Arctic Monkeys en Bloc Party) en een fijne gedistortieerde bas die het geheel wat Goose-glimmer geeft. Na een aangebouwd zachter akkefietje gaat het over in “”Clap!Shake!Stun!”. Opnieuw een zeer feestelijk ritme waarbij je moeilijk kan blijven stilzitten. Een instant meezingertje. Opnieuw gelardeerd met coole rifjes en duwende bas. Strak! Misschien kan er nog een sterker refreintje bovenop? De strofes hebben precies de meeste kracht. Opnieuw sterk.

“Science will bring us together” kan me iets minder bekoren, wat ons bij het laatste nummer van de EP brengt: “Snow”. Een gezapig instrumentalleke dat rustig voortkabbelt als een bijna bevroren beekje in een dromerig  sneeuwlandschap. Wel leuke geluidseffecten.

Al bij al een sterk (semi)-debuut dat doet uitkijken naar verdere ontwikkelingen van de groep.

Hiroaki Umeda – Next Kortrijk

Hiroaki Umeda

In het kader van het Next Festival (Eurometropool Lille-Kortrijk) gaan kijken naar Hiroaki Umeda. Zonder erg veel verwachtingen binnengetreden in de schouwburg, maar vol enthousiasme weer buiten gekomen. De jonge Japanse danser speelt met een mix tussen dans en installatie. Hij danst solo op een verder volledig leeg podium. Op de achtergrond een videoprojectie van flitsende strepen licht, gesynchroniseerd met een geweldadige harde en industrieel aandoende soundtrack van voornamelijk ruis en geratel waarmee hij een eigen, lichtjes ongemakkelijk makend universum weet te scheppen met een eigen reliëf, ruimte en diepte.

Hiroaki Umeda is een compacte danser met een erg scherpe focus in zijn bewegingen. Daarmee gaat hij erg vlot over van subtiele stilte naar een compleet losbreken buiten zijn eigen grenzen. Zijn bewegingen hebben een virtuositeit die je als toeschouwer stil maakt. Hij mixt als een radicale deconstructivist een meer traditionele Japanse stijl met hedendaagse bewegingen uit breakdance en hiphop (popping). Waar ik in veel voorstellingen van moderne dans vaak een basis-arsenaal aan bewegingen zie terugkeren in andere volgorden of lichtjes aangepaste uitwerkingen, verrast Umeda mij met een radicaal uitgepuurd en bijzonder fris bewegingsarsenaal.

Ik wou dat ik een fractie van zijn lichaamsbeheersing en flexibiliteit had!  In twee stukken van elk een 20-tal minuten was ik volledig fan van deze danser. Wat een kracht in beheersing. De door zijn stuk uitgedragen sfeer was niet bepaald optimistich of opvrolijkend te noemen, maar dat kon mijn vrijdagavond niet meer stukmaken.

Een aanrader!

We seem to have misplaced our igloo – EP release @ De Kreun

Op een onheilspellende dag (vrijdag de 13e) stelde “We seem to have misplaced our igloo” hun EP voor in de nieuwe zaal  van de Kreun te Kortrijk. Een mens zou zich voor minder een oude zak beginnen voelen tussen al dat jong gepeupel dat hun muzikale helden kwam aanmoedigen, maar ik ben toch blij dat ik gegaan ben.

Zo zag ik nog eens de nieuwe  concertzaal (nogal klein en donker vond ik zo – maar wel perfect geïsoleerd) wat K-Town buddies en natuurlijk de inuit-gasten zelve. Een korte set (nog niet zoveel nummers vermoed ik) maar We seem To Have Misplaced Our Igloo stond er wel degelijk. Staccato britpop-achtige gitaarriffs, strakke en creatieve drumlijnen en retecool stampende lijnen op de basgitaar. Qua podiumpresence zit er nog wat nood aan groei in. In de nummers die ik persoonlijk best vond trok Kjelle wel vol enthousiasme vanop zijn bas het podium en de zaal in actie. Vanop de gitaren fijne beheerste melodiën maar een iets minder overtuigende presence. Rustiger nummers dreigden zo ook wat verloren te gaan in een net niet strak genoeg ingespeelde set. (Het geluid in de zaal stond ook een beetje zompig vond ik – en dat maakt alles moeilijk natuurlijk).

Laat ons hopen dat ze nog een paar van die flukse nummers bijeenschrijven voor een full-cd en aansluitende bestorming van de festivalpodia. Want het zit er zeker in! Go Go Igloo!

Kijk en geniet zeker zelf ook even van “Rubiks Revenge”, live in de Kreun (als je oplet kan je even mijn haar zien rechts op de video)

Ondertussen in september

Veel zwemmen in het mooiste bad van West-Vlaanderen

Veel zwemmen in het mooiste bad van West-Vlaanderen België

Rein speelt Winnetou

Rein speelt Winnetou

Ilie verkent het Pajottenland per pony

Ilie verkent het Pajottenland per pony

Allerlei heerlijks consumeren bij KoffieQueen en SweetPrince

Allerlei heerlijks consumeren bij KoffieQueen en SweetPrince

Lange discussies voeren met dochter Ilie over de diepere semantische lagen in haar verder evoluerende kunstwerkjes

Lange discussies voeren met dochter Ilie over de diepere semantische lagen in haar verder evoluerende kunstwerkjes

Met dochter Ilie repeteren voor denkbeeldige circus-shows

vader en dochter repeteren voor denkbeeldige circus-shows

Reins truukjes met de diabolo worden steeds indrukwekkender

Ook Reins truukjes met de diabolo worden steeds indrukwekkender

wat opera meepikken (Aida in kasteel Ooidonk)

wat opera meepikken (Aida in kasteel Ooidonk)


Nog nooit zoveel plezier gehad met Ikea-kasten als in september (en er ook nog nooit zoveel ineengestoken)

Review – Clerckies – bis

Eind juli ging ik even een hamburger happen bij Clerckies. Met een kleine bespreking hier achteraf. Ondertussen nog eens terug geweest voor de noodzakelijke dubbelcheck (en voor de goesting natuurlijk). En wederom was het perfect gebakken allemaal. Zie volledig verslag met extra foto’s hier.

De man met zijn grill

De man met zijn grill

burger

burger in het rode mandje

burger_binnen

binnen in het broodje: yummie!

Dogwalker naar Top of the Pops

dogwalker2

Als sinds 2005 staat Dogwalker op diverse festivals en podia en dat met hun bijzonder melodieuze poprock-songs. Dogwalker speelde o.a. het voorprogramma van Sarah Bettens (K’s Choice) en De Kreuners. Dat zegt toch iets.

David Poltrock (ook aan het werk bij Tom Helsen, Lemon, Hooverphonic, …) zag Dogwalker optreden en trok met de band naar de befaamde Jet studio in Brussel voor het betere opnamewerk. Resultaat: de single “Summer has gone” die na een erg mooie zomer precies op tijd komt!

dogwalker

Frontman van Dogwalker is de onvolprezen Nikolaas Debusschere, schoolvriend en medemuzikant in illustere groepen uit het verleden. Een man met een prachtige stem en bezeten door muziek. Je ziet hem zelden in zijn vrije tijd zonder zijn Taylor-gitaar of bas om de nek, waar hij dan ook de fijnste riedeltjes uithaalt. Leuvense amigo Joris De Ceuster hanteert de gitaar en doet dat goed (en won daar meermaals prijzen en vermeldingen voor op rockrallies en wedstrijden). Hij blijkt ook een fijne stem te hebben en neemt daarmee de backingvocal honneurs waar. Egwin Ponette (en kerel met meer gitaren dan een doorsnee muziekhandel) vult verder snedige gitaarlijnen aan. Op keyboard/synth vinden we Tom Brusselmans (die ik persoonlijk wat minder ken, maar die ook uit straf muzikaal hout is gesneden) en de ritmische grooves worden verzorgd door de doorgewinterde drummer Gino Claeys.
(Persoonlijk mis ik natuurlijk Captain Flippezz; de man die desgewenst een metronoom kon verslaan in ritmes; maar dit terzijde. Pete Best heeft indertijd ook de kans gekregen…)

Hieronder een kort filmpje waar je ze aan het werk ziet tijdens de opnames. Zo zie je even de muzikanten en hoor je meteen ook het nummer “Summer Has Gone”:

Dogwalker heeft een fijne site, alsook een itunes-account. Gaar daarheen en doe ze een plezier!

Temptation Carwash

Ik moet ooit jetons van de verkeerde carwash gekocht hebben vrees ik. Meestal rijd ik zo’n straat in waar je na het droppen van een jeton zelf aan de slag moet met de schuimlans en hogedrukspuit. De auto is dan proper en ik een beetje nat rond de enkels. En als ik ze niet vergeten ben, dan droog ik de ramen nog streepvrij met een zeemvel. Maar daar houdt het op.

Vandaag zie ik echter in de mailbox dat het allemaal ook een tikje extraverter kan. Blijkbaar bestaat er iets als “Temptation Carwash”. Wat de ongetwijfeld strenge en ingewikkelde spelregels zijn weet ik niet maar uit het fotoverslag maak ik op dat een bende schaars geklede pitspoezen met schuim, water en lichaam zichzelf nat maken en de auto proper. En de natste poes wint een fles champagne en eeuwig medelijden.

asperge me spermate te et inquinabor

asperge me spermate te et inquinabor

Eens zien of ik daar met mijn jetons terecht kan…

Review – Dell’Anno

Samen met het korten van de zomerdagen vieren we elk jaar eind augustus onze huwelijksverjaardag. Elk jaar gebeurt dit in de traditionele trouwkledij (een extra reden om toch niet al te veel te verdikken tijdens het jaar) met de kerkelijke getuigen. Meestal zoeken we een fijn restaurantje uit en bespreken daar het voorbije jaar en het leven in het algemeen.

Dit jaar viel ons ook op (niet zo verwonderlijk gezien de titel van dit stukje) de nieuwe Kortrijkse Parel Dell’Anno. Hoewel Leen en ik niet zo erg veel volgen op tv, hebben we toch ongeveer alle afleveringen van “Mijn Restaurant” gezien. (meestal in uitgesteld relais via de DVD-recorder). En meteen fan van dat Knokse nijdig baaske met de gouden papillen en zijn bevallige gastdame.

dellanno

Na eerdere deerlijk mislukte pogingen om er te eten (reservaties en familieconnecties ten spijt) liep ik er tijdens het verlof eens binnen. Er waren wat aanpassingswerken aan de hand, en hoewel het restaurant gesloten was vond ik toch nog met enig geluk de man met de boekingsagenda. Na mijn vriendelijke smeekbede werd “volzet” een spatie naar beneden geschoven en konden er nog 4 gelukkige mensen bij.

De bewuste zondag verschenen we klokslag acht uur in trouwkledij (en zichtbaar zeer hongerig) aan de deuren van de oude dekenij te Kortrijk.

Aan de poorten van de hemel

Niet veel later zaten we gezellig aan een tafeltje voor vier, met een glaasje prosecco de kaart te bestuderen en te wachten op het wachthapje. Die studie viel geweldig mee, want je kon enkel het menu kiezen, met telkens 2 opties.

dellanno_02

Zelf ging ik voor de tonijn, de snoekbaars en de rossini. Met aangepaste wijnen.

Intussen bestudeerden we de ietwat ‘lekker fijn huiselijk CASA-achtige’ opstelling met olie en zo.

dellanno_03Ons verwonderend over het hoe en waarom van het frietzakje, kregen we tegen de tijd dat onze aperitief op was het verwachte hapje:

dellanno_05

Mijn jeugdig maar sterk door passages van Hegels rechtsfilosofie getormenteerd geheugen is hier wat vaag geworden. In het bekertje rechts zaten erg lekkere noordzeegarnaaltjes (ik schuif garnalen normaalgezien meteen opzij), met iets kruimeligs bij en een sorbetje van komkommer (yummie!). Links zult u het net als ik visueel moeten puzzelen: een koekje met een lekkere  carpaccio van mozarella met zongedrooge tomaat en basilicum. Vlot naar binnen allemaal; en de smaaknieuwsgierigheid gewekt!

Tijd voor het voorgerecht.

dellanno_06

Ik neem over uit het menu: Atlantische tonijn met langoustine ‘Guilvinec’ (appel / jonge spinazie / limoen / courgette / selder). Mannekens was dit lekker! De tonijn was prima met die spinzieblaadjes, maar de echte ster was die langoustinebereiding rechts. Begeleid met een fijn wit wijntje waarvan ik door afwezigheid van de fles op tafel geen foto heb, maar die me vrolijk verraste met  mij onbekende druivenrassen met een frissig en licht koppig keitjes-smaakje.

Intussen zijn we al een tijdje in de avond gevorderd. Net als indertijd in de serie is het eten uitmuntend, maar moet de hongerige vierder wel even kunnen wachten op het volgende hapje. Maar geen kwaad woord: we hadden immers alle tijd van de wereld en konden zo ongeremd filosoferen over het leven (behalve de rechtsfilosofie van Hegel, want daar ben ik toch flink wat van vergeten). Ondertussen schenkt de immer sympathiek lachende Brecht ons zonder veel terughoudendheid af en toe wijn bij. Moeten wachten op de keuken kan zo zijn voordelen hebben.

Wat verder zorgt een schijnbaar zatte vrouw voor wat hilariteit en afwisseling. Lallend en roepend zit ze op een barkruk aan het onthaal joviaal te doen en weigert het pand te verlaten, ook al heeft ze geen enkel plan om er iets te eten. Gaëlle, die speciaal voor ons haar examenvoorbereidingen met een avond onderbreekt, krijgt het zwaar te verduren. Sympathiek inspreken op de in opvallende kleuren gehulde licht-obese vrouw werkt niet echt als gehoopt. Zeker niet wanneer die laatste met een doffe plop op de grond kletst en daar snikkend blijft zitten. Haar man probeert de farce nog enkele keren te ontmijnen, maar zelfs als hij met hun twee kindjes binnenkomt om met een emotionele smeekbede haar naar buiten te lokken, krijgt hij zo te horen een leeg glas naar zijn hoofd. Ik houd wel van moeders die hun kinderen het goede voorbeeld geven wat betreft niet opgeven in het leven en gaan voor wat je wil. De scène eindigt een klein uurtje later met twee politieagenten met kogelvrij jasje die de dame willens nillens buitenwerken. Een zucht van verlichting gaat door het restaurant.

Dellanno_10

En zo zijn wij bij onze main course aanbeland: Snoekbaars ‘Ijsselmeer’ met dooierzwam, kappers, selder en risotto. (Twee tafelgenoten genoten van een kipje, maar daar is geen fotomateriaal van, enkel smakkende appreciatie).

dellanno_07

Ook hierbij kan ik niet anders dan een krachtige ovatie geven. Peter Goossens zou onder meer blij zijn met de perfecte cuisson, structuurcontrasten en smaakassociaties. Heerlijk hapje, alweer begeleid door een mij onbekende maar daarom absoluut niet onbeminde witte wijn. (De rechterbovenhoek van mijn bord ziet er op de foto een klein beetje uit alsof projectielspuwend lid van het keukenpersoneel het al eens had opgegeten, maar in het echt was die associatie een stuk minder present).

Zo gaan we langzaam door naar middernacht en ons dessert: ik nam de Rossini met peer, ravioli en raketsla. Niet meteen een zoetig afsluitertje, maar wat een smaakbom! Een Italiaanse blauwaderkaas met ook nog eens rucola, dat kon niet missen in een heftig smaakpalet. Jawadde…

dellanno_09

Sommige mensen waren niet voor zo’n spitante afsluiter te vinden en laafden zich aan de wijngaardperzik met amandelen en ander lekkers. Ook dat ging er (hier zelf letterlijk) zoetjes in.

dellanno_08

Tijd dus om mijn visakaart de schrik om het hart te jagen en onderweg naar de deur nog snel een fotootje te maken met radioster Michaël, tv-ster Brecht en liefdesster Leen.

img_9968

Niet zoveel later eindigde een fijne avond op de sympathieke Vlasmarkt met een straf warm brouwsel van Bar Oscar en een gezellige wandeling door de warme avond huiswaarts.

Dell’Anno: ge moet dat zeker eens proberen!

Ontmoeting op Paulusfeesten

Tijdens mijn omzwervingen aan de Vlaamse kust om mijn fijne Kite (Libre Vampyr 4.0) even lucht te geven en uren tegen de golven in te springen op een bijna verlaten strand stopte ik ook even op de Paulusfeesten in Oostende. De Paulusfeesten is makkelijk één van de fijnste festivalletjes in ons land. Volledig gratis met goede groepen en zonder veel pretensie. Woensdagavond na een grillworst en een kriek blijven hangen voor de ‘hellbilly’ country van Bob Wayne en zijn ‘Outlaw Carnies’ op het Boudewijnpleintje.

Zwaar gesmaakt! Ik ben steeds te vinden voor dit soort van mixes van country, rockabilly/bluegrass/motörhead/…
Doet me wat melancholisch terugdenken aan onze phychobilly minnende Han; ooit onze drummer bij The Specs. En wie zie ik daar plots vanuit de bar met een stel pinten naar de eerste rij afzakken? Han hemzelven. Even twijfel ik of het wel Han is. Maar zijn zwarte jas met op de achtergrond een grote foto van Elvis met daaronder “Elvis – World Tour 2007″ nemen alle twijfel weg. Dit is de kerel waar ik zoveel fijne momenten mee beleefde in zijn tot leefruimte/repetitiekot omgebouwde stacaravan in de tuin. Glorietijden waar ik eens wat meer over moet neerpennen, maar heden volstaat mijn vreugde hem te hebben teruggevonden!

Specs - met Han Verlinde op drums - ergens eind jaren 80

Specs - met Han Verlinde op drums - ergens eind jaren 80

Review – Clerckies

clerckies

Laatst met de Radio2 vedette en fellow culinair tester Michael een burger gaan happen bij Clerckies. Eerlijk gezegd wist ik niet eens dat Kortrijk een hamburgerrestaurant rijker was, maar na positieve ervaringen in de States en Gent, was ik wel benieuwd. Voornamelijk omdat ik de kwaliteit van burgers in McDonalds of Quick niet echt zo fantastisch vind. (Vooral smaak en textuur van de lapjes vlees).

Toen we enkele maanden geleden door Chicago en omstreken toerden, was een van de geneugten de vers gemaakte en met veel liefde gebakken burgers in de vele burgerrestaurants en baancafé’s die je daar vindt. Vaak zo dik dat je ze als Europeaan niet eens tussen je kaken kreeg zonder verrekking, en vaak ook zo groot dat ik de enige van ons gezelschap was die ze met enig gemak binnenwerkte. Benieuwd dus naar de nieuwe aanwinst in Kortrijk.

chicago_burger

Schrijver dezes rekt zijn bekje in Chicago

Het logo en de inrichting van de zaak deden bij mij meteen een zekere twijfel toeslaan. Een vreemde mix tussen low-fi burgerrestaurant en een seventies loungeclub, met een duidelijk balansvoordeel voor het eerste. Het logo leek wat karig afgewerkt, maar soit, dat zal wel de bedoeling zijn. Via een redelijk gruizig ingangetje (typisch ouder appartementshalletje), kom je binnen een een spartaans aangeklede eetzaal met hoog tegen de muur oprijzende rode zetels in de bekende setting van een treincoupé met 2 naar elkaar gerichte zetels met vaste tafel tussenin. De wanden zijn overschilderd geruit tasso-papier (ben ik de enige die daar een tikkeltje nerveus van word?) Op de tafel rode plastic bakjes met papieren servetjes. Benieuwd en op mijn hoede kijk ik naar het aanbod.

De man met zijn grill

De man met zijn grill

De keuze aan burgers is naar mijn mening vrij beperkt: een burger met de huissaus, een cheesburger, een onion burger en een chickenburger. Tot meer en eerder glorie van het onderzoek bestel ik twee burgers: kaas en kip. Michaël neemt een huisburger en de uiburger. De bestelling wordt aan de counter opgenomen door een lieve vrouw, waarvan ik vermoed dat ze de moeder van de griller/eigenaar is. Alles zou vers bereid zijn, ook de frietjes.

Redelijk snel verschijnt onze bestelling aan tafel. De burgers zijn verpakt in een papieren zakje en worden geserveerd in zo’n graalijk plastieken schaaltje.

mandje

Maar het gaat in de eerste plaats om de smaak en die is waarlijk goed. De cheeseburger heeft de kwaliteit van een vers gemaakte hamburger. Geen uitgebakken of 6X opgewarmd flapje verdriet, maar een heerlijk sappige burger in een stevig broodje met frisse groentjes.

burger
burger_binnen

De Chicken bestaat niet zoals vaak uit vermalen kippen-afval maar er liggen 2 perfect gebakken dunne kippenfiletjes tussen mijn broodje. De Clerckies saus ligt me wat minder: serieus zoet barbecuesausje met voor mij te sterke uiensmaak. De drankjes komen in blik uit de frigo. In een burgerrestaurant vind ik dat perfect. Ik gruwel van die mini 20cl flesjes drank en ik vermoed dat menig burgereter graag een slokje meer heeft. (Al hoop ik dat de Amerikaanse 1 liter bekers met veel ijs nog niet meteen ingang vinden in ons land).

Zeker een fijne ervaring. De burgers smaakten inderdaad lekker vers en ook de frietjes waren vers en lekker. De inrichting kan volgens mij nog wat sterker (thematischer doorwerken naar “Amerikaanse films”?). Ik zal er niet elke dag eten (mijn weegschaal verbiedt me helaas dergelijke excessen), maar ik keer er zeker nog terug voor een lekkere snelle hap die eens geen pizza of chinees is.

Update dd 2/8/9 er is ondertussen blijkbaar ook een facebookpagina voor Clerckies!
Update dd 22/9/9. Ik heb wat extra foto’s toegevoegd aan de tekst! Een kort gesprek met de eigenaar leerde me hun bijna obsessieve drang naar de perfecte burger kennen. Clerckie zelf (zie foto boven) staat elke ochtend rond 5 uur op om in zijn aterlier verder burgeronderzoek te doen. Kan het vlees nog beter (daar ter plaatse 2X dagelijks vers gemalen), zit de saus goed, wat kan de volgende burger worden?… Altijd mooi om mensen met passie voor een vak te zien.

Toeristisch Kortrijk Onvindbaar

Vreemd stukje over het pijnlijke bezoek aan Kortrijk door een Londonse accountant. De man rijdt af en toe van London naar Brussel en terug. Als hij wat tijd vindt bezoekt hij iets in ons land (meestal gaat hij wafels met aarbeien in Brugge). Had toevallig iets op tv gezien over Henry VIII en het paleis dat die in Kortijk bouwde. Op basis van de getoonde foto van “Palace of Coutrai” wilde Paul wel eens dat paleis bezichtigen. Vorige week dus naar Kortrijk.

Kortrijkzanen kunnen al hun adem inhouden: de stad ligt al meer dan een jaar volledig open en van A naar B is vaak een helletocht langs putten en graafwerken. Daarbij komt ook dat er net Paasfoor was, waardoor alle (reeds vrij schaarse) mogelijke parkeerplaats verdwenen is. Het relaas is er dan ook naar: de man zoekt een uur lang naar de toeristische dienst (nu handig verstopt in het begijnhofpark bij het nieuwe 1302 museum). Daar vallen ze compleet uit de lucht rond dit paleis. En diep teleurgesteld en gefrustreerd vertrekt de man weer uit Kortrijk kom er nooit meer terug te keren. Jammer maar verstaanbaar. De wafelhandelaars in Brugge zien hun vertrouwde klant terug vanaf volgende week.

The extensive roadworks in the centre of Kortrijk, the absence of of any knowledge of a Tourist information Office by the locals, and a single, errant sign that sent me to the old market square, were not going to stop me from finding it. The mission was becoming “find the Tourist information Office” as opposed to “find the Palace of Courtrai“. I continued my search by car and found another couple of “Dienst Toerisme” signs which had been doctored to remove the arrow, because the route was currently barred by the town centre roadworks. Thus ensued the “driving around in circles” episode that we have all done from time to time.

Next time, I will go and have waffles and strawberries in Brugge. I will not be going back to Kortrijk. I have been to small towns in remote parts of Mexico which understand tourism better than Kortrijk. There are no tourists in Kortrijk, because Kortrijk has no idea what tourists are looking for – does your business know what your customers want?

Volgens mij bestaat dat “paleis van Kortrijk” niet meer, maar het blijft natuurlijk een nare ervaring voor de man. Misschien moet ik hem eens inviteren voor een kort bezoek.

Professor Zegellak

professor zegellak en zijn koekoek...

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!

De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.

Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.

In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

jeroen en de zilveren sleutel

Bij Moors magazine lees ik ook nog:

Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.

Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.

Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

professor zegellak's eiland

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.

Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Daan Zonderland - Professor Zegellak en zijn koekoek pagain 1

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!

En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:

Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.

Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.

Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !

Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.

Freaky Age

foto joris van molle

Gisterenavond even snel over en weer geweest naar Demorock op ‘Hoge in Kortrijk. Daar was een battle van 3 plaatselijke bands voorzien, waarvan de winnaar 500 euro kreeg (vroeger placht dit een ticket te zijn richting opnamestudio – maar stijgende kosten schijnen daar anders over te denken). Die winnaar bleek Captain Compost.

Ik was deze keer voornamelijk afgezakt om even de jongens van Freaky Age te monsteren. Had ze ooit gevraagd om te komen spelen op De Manager van het Jaar, maar ze zagen dat toen niet helemaal zitten. Streetcred en zo…

In het PHTI kwamen ze blijkbaar wel met plezier langs. Er was eigenlijk zielig weinig volk voor zo’n -toch wel al grote- groep. Ik gok een man of honderd. Maar dat was het ergste niet. Diezelfde honderd man waren daar blijkbaar voor een mij verder onbekende reden die niet zoveel met muziek leek te maken te hebben. De helft stond met zijn rug naar het podium tijdens alle optredens. Beetje pinten drinken en wat praten met de buddies. Beetje receptiesfeer op een ontspoorde trouw waar iemand probeert te speechen en niemand luistert.

Maar daar lieten de mannen van Freaky Age zich allerminst door afschrikken. Vanaf de eerste seconde strak in het ritme, prachtig op elkaar ingespeeld en met vol enthousiasme alles gevend. Zo’n band, een mens zou daar heimelijk jaloers van worden. 18 jaar intussen, al een beetje overal gestaan waar een band kan staan in België. Nog een heel leven voor zicht. Muzikaal stevig in hun botten. Geen pretentie.

Strak viertal, echt waar!

Schrokkers

Ken je dat, zo van die beelden van hongerige mensen die zo snel mogelijk hun eten in hun mond proppen? Ik schets even het kader: we zitten halverwege een film en één of andere ongelukkige heeft honger. Veel honger, want na een schipbreuk / opsluiting / vervolging (schrap wat niet past) heeft hij/zij al een poosje niets te bikken gehad. Meestal zien we nu ook sfeerscheppende en karakteruitdiepende té dik aangebrachte laag schmink die ellende en verwaarlozing dik in de verf moeten zetten. Desgevallend aangevuld met lange rafelige fake baarden en verwilderd haar. Het is meestal ook een beetje donker. Misschien een flakkering kaarslicht of een flikkerende tl-lamp in een uitgewoond huis…

Hoera: de ongelukkige heeft eten gevonden/gekregen. Nu volgt altijd een variatie op volgende beeld. Om het gevoel van uithongering extra te benadrukken begint de persoon in kwestie nu zo snel mogelijk het voorradige eten in zijn mond te proppen en zonder veel kauwen in te slikken. Nogal vaak met de grauwe handen uit een geïmproviseerde houten kom. En met het nodige gemors en gesmak.

Ik word daar altijd ongemakkelijk van. Niet omdat ik geen hongerige mensen verdraag, of propere tafelmanier verwacht van mensen die ik niet ken. Vooral omdat ik dat een ridicuul beeld vind. Dat is volgens mij een soort ready-made beeldtaal voor honger, net zoals de slimme slechterik in B-films bijna altijd schaak speelt om te laten blijken hoe slim hij wel is en sigaren rookt (geknipt met protserige sigarenknipper) om cultivatie uit te stralen. Ik zie absoluut geen reden om zo snel mogelijk die kom uit te fretten. Stel dat die mens in die film achtervolgd wordt door een roedel flink uit de kluiten gewassen wolven in een Siberisch bos en met 8 seconden voorsprong een lekkere gebraden hindebout vindt aan een verlaten vuur, dan zou ik het nog geloven als hij zo snel mogelijk zijn mond en zakken volpropt alvorens schielijk zijn weg te vervolgen. Of als hij in een Zimbabwaanse gevangenis in een cel zit met 70 Afrikaanse bodybuildende gangsters, waar 1 trog voorzien is waar iedereen kan uit eten. OK, dan je je dan moet haasten om iets van de brokken mee te grissen, dan kan ik verstaan.

Maar wat zitten al die schipbreukelingen / opgeslotenen / vervolgden op hun eentje alleentje te schrokken alsof er een bende Zimbabwaanse wolven achter hen aan zit in een Siberische gevangenis? Zever zeg ik u. Niet alleen zouden ze hun maag kapothelpen met dat geschrok, er is geen enkele reden om zo snel te eten. Behalve een gehoopte extra miserabele dimensie voor de regisseur. Knippen die handel.

Normaal overdenk ik dit soort dingen enkel snel als ik weer eens zo’n film zie, en houd ik mijn mening voor mij (en mijn vrouw die er ook niet aan ontsnapt, gezien we meestal samen kijken). Maar vorige week las ik in De Standaard het artikel over “Gevangenissen als concentratiekampen”. In Zimbabwaanse gevangenissen inderdaad. (Zonder wolven).

Een man staan met ontbloot bovenlijf in de tuin van een gevangenis, zijn ribben zijn zo te tellen. Uitgemergelde gevangenen zitten in cellen die alleen uitgerust zijn met dunne matrassen en lakens. Het ‘menu’ is herleid tot een kom maïspap per dag, die de gevangenen traag opeten – alsof ze te uitgeput zijn om het voedsel naar hun mond te brengen.

Dat trekt er al meer op. Als je waarlijk uitgeteerd bent door de honger denk ik niet dat je je bekommert om de snelheid waarmee je je eten in je mond brengt (nog steeds abstractie makend van wolven en bodybuildende gangsters). Wellicht eerder om de efficiëntie. Geen spatter maïspap verloren laten gaan is dan de boodschap. Maar huur een film over een Zimbabwaanse gevangenis en je ziet gegarandeerd een eenzame gevangene die na een hele dag lusteloos wachten in zijn ondergekakte cel plots kwiek opveert als met een kom maïspap brengt en die als een spreekwoordelijke wolf rechtstreeks in zijn keelgat ramt zodat hij daarna weer lekker 24 uur lamlendig kan wachten op de volgende pot eten. Maar de documentaire in Zimbabwe is gefilmd door verborgen camera’s door de gevangenen zelf. Het leven zoals het is.

Zo, blij dat dit even gelucht is…

Afrika! Afrika!

Dit weekend op uitnodiging van de onverantwoord interessante krant De Standaard gaan genieten van Afrika! Afrika!

Het waren daar meteen Afrikaanse temperaturen in die tent op Turn en Taxis. Gelukkig hadden we nog een berlijnse bol kunnen bemachtigen op het brunchbuffet, zodat we zonder al te grote honger de show konden bekijken.

En show werd gegeven. Tientallen zwarte medemensen gaven het beste van zichzelf voor een volle tent gegadigden. Gelukkig probeerde de organisatie niet al te politiek correct te zijn, zodat we zowel moderne breakdancende zwarte gangstertjes met basketbal als traditionele stamhoofden in strooien rok de revue passeerden. Heerlijke slangenmensen die de meest waanzinnige kronkelingen en onmogelijke stretches uitvoerden. Torens van acrobatische troepen, die soms vierhoog op elkaars schouders stonden zonder verdere steun. Ritmische dansen en straffe muziek. Het was daar goed in Afrikaans Brussel!

Gelukkig was het over de middag ingepland, anders had ik ’s avonds zeker niet kunnen slapen van die sexy kontschuddende negerinnetjes met een uithoudingsvermogen om u tegen te zeggen.

U.

Video voor zij die geen ticket hadden:

Trailer van de show:

En het kunstje met de tennisracket:

Zondagskrijgers

Ik meen me nog de donkere herfst te herinneren waarin ik voor het eerst de mean lean fighting machine Mario leerde kennen. Ik vermoed dat ik via BZY het nieuws kreeg dat er een initiatie ninjitsu zou worden georganiseerd in het JOC te Kortrijk. Met een sociale ondertoon. Niet alleen elkaars gezicht vertimmeren, maar ook leren hoe je in het leven staat. Hoe je reageert op dingen die op je afkomen. Vanuit welke realiteit je daar stond. Ik herinner me niet meer helder of het specifiek gericht was op de opgegroeide kroost van kansarmoedegezinnen, maar ik dacht dat er zoiets aan vast hing. In ieder geval waren er genoeg kerels uit de rand van de maatschappij aanwezig op het appel.

Ik was er heengegaan om ervoor te zorgen dat er toch genoeg volk was voor dit initiatief. En natuurlijk vooral omdat vechtsport me altijd al sterk had geïnteresseerd. Zeker aikido en ninjitsu. Functionele vorm, energetisch werken, sport, … De setting was sprekend. Een slecht verlichte zaal in het jeugdontmoetingscentrum met een hardstenen vloer. Een bende randgevallen als medestrijders, waarvan het grootste randgeval de leraar bleek te zijn. Kaalgeschoren kop, ingevallen wangen en uitvallende tanden, intense blik en een rafelig afgewassen zwart jasje. Mario De Groote. Ik voelde me een beetje in een paramilitair opleidingskamp voor probleemjongeren. Gelukkig had ik wat vriendjes meegebracht. (more…)