Professor Zegellak

Ha! Eindelijk wat boekjes van Professor Zegellak in mijn bezit!
De dingen waren niet meer zo goed te vinden. En ik ben een hartstochtelijk fan van Daan Zonderland ( wikipedia). Als kleine jongen kreeg ik als cadeau ooit “De avonturen van Jeroen“, van diezelfde Daan Zonderland (in het echte leven heette de man Daniël Gerhard van der Vat). Zelf een kleine Jeroen zijnde was dat natuurlijk extra fijn, maar de schrijfsels van Daan Zonderland zijn echte aanraders. Ik heb het boek (ik kreeg de omnibus met alle verhalen gebundeld) zeker een keer of 8 gelezen sinds ik het kreeg. Ook van Daan Zonderland heb ik thuis (meegegristuit de bibliotheek van mijn vader) de fijne dichtbundel “Redeloze Rijmen”. Nog zo’n fantastisch boek. Ik denk dat een groot deel van mijn liefde voor taal en poëzie gestoeld is op Daan Zonderland, zeker mijn liefde voor goed rijmend werk dat ook ritmisch in orde zit. En ik ben duidelijk niet de enige die er zo overdenkt.
Ook Hugo Matthysen is onvoorwaardelijk fan. Je kan hem horen vertellen over “Professor Zegellak en Lodewijk Losbol” en het werk van Zonderland in het algemeen op Radio1 (bij Friedl Lesage – over boeken die zijn leven veranderden). Hugo Matthysen vertelt o.a. dat zijn liefde voor rijm en taal in het algemeen (+ vertellen) voortspruit uit de werken van Daan Zonderland.
In de Humo verscheen ook een interview met Hugo Matthysen, die ook vertelde dat Benno Barnard en hij er op de Boekenbeurs achtergekomen waren dat hun gezamenlijke literaire wortels lagen bij Daan Zonderland, en dan met name de boeken over Professor Zegellak. De ontregelende, bizarre humor van Zonderland was zijn tijd waarschijnlijk ver vooruit, want zijn boeken verschenen lang voordat Monty Python op het toneel zou verschijnen.

Bij Moors magazine lees ik ook nog:
Wie de Kulderzipken-televisiejeugdserie van Hugo Matthysen kent realiseert zich onmiddellijk dat het klopt wat Matthysen zegt, want die serie is doordrenkt van de absurdistische sfeer van Daan Zonderland. Dat geldt ook voor de Sinterklaasserie die Matthysen voor de BRT schreef, en die dezelfde knushumor uitstraalde. Liefhebbers van Zonderland kunnen, net als bijvoorbeeld de liefhebbers van de Adriaan en Olivierboeken, meteen beginnen met het glimmend en enthousiast uitwisselen van citaten, en als ze daarmee beginnen kunnen ze daar meestal heel lang mee doorgaan. (“Dus voor die hoed alleluja, of desgewenst hoera, hoera, dus voor die hoed alleluja, of anders gloria!”) Het is een bepaald soort humor die je, denk ik, alleen kunt waarderen als je gevoel voor taal hebt.
Ook op Knack.be verscheen ‘laatst’ een artikel over Daan Zonderland. Ter gelegenheid van de verschijning van de verzamelbundel van zijn gedichten “Er zwom een garnaal door het kattengat” bij zijn 30-jarig overlijden. En ook daar zijn de kritieken lovend.
Ook mee uit de bibliotheek van vader heb ik “Britten, Beesten en Buitenlanders – of hoe in Engeland aan het leven geleden wordt”, onder zijn echte naam Daniël van der Vat gepubliceerd over zijn leven in Engeland waar hij correspondent was voor de Tijd (hij was tenandere getrouwd met een Engelse).

Mijn verzameling Daan Zonderlandboeken is dus weer gevoelig gestegen! De Zegellakboeken heb ik in een ver verleden gelezen (uit de bibliohteek), maar heden in bezit, na ontvangst van een postpakketje uit Nederland, want ze zijn enkel nog tweedehands te vinden. Ik zie er al naar uit om ze opnieuw te lezen, en dan voor te lezen aan de kinderen, zodat ze meteen kunnen delen in het absurdistische maar toch steeds deftig rijmend taalplezier van hun vader.
Tot slot nog de eerste pagina van het eerste Zegellakboek (“… en zijn koekoek”). In al zijn jeugdboeken zet Daan Zonderland die olijke introotjes voorop: “Waarin een koekoek zich dood schaamt en professor Zegellak een kameel uitscheldt”. Die geven zeer kernachtig een hint over de inhoud van de volgende pagina’s. Steeds startend met “waarin…”.

Als dag geen schoon begin is voor een kinderboek!
En omdat er nooit genoeg Zonderland kan zijn nog snel de generaal majoor uit Wenen:
Een generaal-majoor te Wenen
had rode haren op zijn benen.
Hetgeen de stakker zeer verdroot,
daar hij een hekel had aan rood.Er kon geen sprake zijn van verven,
- dit zou de huidskleur slechts bederven -
En scheren was vanzelf verkeerd,
daar zulks de haargroei stimuleert.Hij heeft dus lange kousen moeten kopen
om niet te zeer in ‘t oog te lopen.
Men stelle zich het lijden voor
van deze generaal-majoor !Eerst met het klimmen van de jaren
verdwenen eindelijk zijn haren,
en kon de man ten strijde gaan,
met doodgewone sokken aan.




Geen berichten
Leave a comment
Line and paragraph breaks automatic, e-mail address never displayed, HTML allowed:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>