7 dingen
Ondanks het feit dat ik nieuwsgierigheid niet zo’n schone deugd vind, volgen we alsnog het stokje van dominiek op: “vertel 7 dingen die men nog niet van je weet…”
1. ik heb een innige passie voor de poezie van de (reeds lang schielijk heengegane) Vlaamse dichter Karel van de Woestijne. Archaïsch als wat, maar dat vind ik er net zo heerlijk aan. Daardoor wellicht niet meer gelezen dezer tijden, maar kon die man werken met ritme en strakke beeldtaal!!! En melancholie vlotjes laten overlopen in stiekeme kinderporno.
o Bralle broeiïng van het schroeiïg-heete haar dat ge als de kromme vlam van eene toortse torschte'; uitdagend dreigement der driest-gedragen borsten; ...
in de modderen man voorafgegaan door:
Omnis quippe caro corruperat viam suam (Genesis 6)
Want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde.
De verscholen (?) pedofilie zit eerder in het gedicht “o kind met bleek gelaat”:
Kind met het bleek gelaat, dat van uw wijde blikken geen liefde in mat gebaar noch in leede oogen ziet, maar in uw zedig kleed uw knieën weet te schikken zóo, dat me te elken male een laaie drift doorschiet: gij zult het nimmer aan mijn vrome woorden weten hoe mijn begeeren om uw kleêren dolen dorst; maar ík draag in me-zelf de wonde, zelf-gereten, waarvan de koortse rilt en davert door mijn borst. Want 'k heb de straffe zélf in 't lillend vleesch geslagen; ik heb een spijt'gen spot gehamerd in mijn brein... - Gij echter, ga voorbij, arm kind, en zónder vragen: ik haat u om dees geert', die 'k minne om deze pijn..
Ik vermoed dat men daarvoor al eens je naam op een pedofielensite gehost in Zuid-Amerika zou durven plaatsen dezer dagen. Maar de lijzig kijkende dichter uit st-martens latem trok zich daar allemaal niet teveel van aan. Fijn vind ik dat.
2. ik heb nog aan zijde-schilderen gedaan. Vraag me niet meer hoe dat zo kwam, maar het kwam zo. Afgesloten periode.
3. er zijn nog haiku’s van mijn hand gepubliceerd in een haiku-omnibusje. Ik zie daar uiteindelijk niet zo erg veel in, in die Japanse kortversjes, wellicht de ritmische beperking (zie 1.) die ik wel fijn vind in poezij. Ik houd heel hard van limericks ook trouwens, maar dat zullen sommige mensen wel al weten, dus daar maken we geen punt van.
4. ik heb een thesis geschreven over categoriënleer in de esthetische beleving op 3 weken tijd in mijn laatste jaar filosofie. Ik kreeg er dan ook zeer magere punten voor, maar we waren erdoor in eerste zit en dat was dat.
5. ik heb nog een konijn doodgeschoten met mijn boog vanuit een boom. Boogschieten als een indiaantje, daar was ik weg van in mijn jonge jaren. Dus in de vroege ochtendschemering kroop ik in een notelaar. Nooit bij stilgestaan dat ik het beest wel eens zou kunnen raken. En dat het niet meteen dood zou zijn. En dat ik dan niet goed zou weten wat te doen. Behalve met angstige oogjes vanuit de boom toekijken hoe het pluizige beestje een korte doodsstrijd voerde terwijl het in de grond gepind zat met een lange pijl. Sindsdien geen beestjes meer geschoten. (behalve bijna per accident een duif met mijn nieuwe yamaha recurve boog 2 jaar geleden – ik schoot voor het plezier recht omhoog (dom idee trouwens, want als je ver schiet dan zie je de pijl niet meer, en kan je die evengoed op je hoofd terugkrijgen) en toen passeerde plots zo’n vlucht duiven. Ik denk dat ik er ééntje in de veren heb geschoten, want het beest verloor even hoogte en koers, fladderde wat vreemd, maar vervolgde toen zijn weg met zijn kameraadjes…
6. soms vrees ik dat het nirvana mij gevonden heeft, zonder dat ik er erg hard naar zocht. Ik kan momenten van volledige stilte in mijn hoofd hebben, waarin ik me bijna niet bewust ben van mijn omgeving, geen gedachten heb en mij wat zwaar voel worden. Fijn kan dat zijn. Ik weet dat nogal wat mensen daarnaar zoeken. Maar soms heeft dat ongelegen bijwerkingen. Zoals steeds minder denken over gelijk wat in het leven, zelfs als dat even nodig blijkt.
7. ik heb nog (alweer in mijn feeërieke jeugdjaren) pompoenen ingespoten met vergif. Samen met mijn broer had ik die dingen geplant aan de straatkant, en als ze rijp waren kwam een onverlaat ze stelen. We hebben ze dan maar vergiftigd. We hadden ook in ons kinderlijk geschrift een bordje gemaakt in karton waarop stond: “deze pompoenen zijn vergiftigd, niet plukken a.u.b.”. Ik had een stil vermoeden dat er wel een volwassene zou denken dat we hem/haar daar niet mee zouden bedriegen. Zoals met verklikkerlichtjes in een auto zonder alarmsysteem. Twee dagen later waren er wat pompoenen weg. Niets meer van gehoord. Tsja…
Gaarne werp ik de stok over de haag van:




2 berichten
[...] Ergernis, Gezondheid, Levensvragen, Mensheid Een tijdje geleden is er een ’stokje’ over mijn haag gegooid. Bij deze zal ik het oprapen en ook 7 dingen over mezelf neerpennen die anderen nog niet weten. [...]
By Stokje « The long-distance transmission of written messages without physical transport of letters on 04.23.09 12:57
[...] stokje mijn richting uitgeworpen gekregen. Het is zelfs een soort van meta-stokje, want het is van JT naar zowel Xtremels als mij gegooid, om daarna van Xtremels ook mijn richting uit te komen. [...]
By 7 dingen stokdinges « Painfully Redundant on 04.24.09 12:17
Leave a comment
Line and paragraph breaks automatic, e-mail address never displayed, HTML allowed:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>