Zeegedicht
In het notaboekje in mijn jas vond ik onlangs nog een gedichtje dat ik een goed jaar geleden schreef voor Michaël. Dat moest een of andere rol krijgen in een radio-uitzending over de zee en de invloed daarvan op filosofen en schrijvers of zo. In ieder geval vond ik mijn poging tot een zwaarmoedig archaïsch gedicht in een neo-Vandewoestijnestijl met extra christelijk doemdenken wel nog grappig genoeg om nog eens door te lezen. Daar komt ‘ie:
Zoals bij’t keerend tij d’ontstuimige golven breken
en walschend neerslaan op het immer dompe zand,
zoo is mijn ziel, met ‘t keeren van de jaren
in golven zware weemoed aanbeland***
Maar als ik, overspoeld door donkr’e dromen
mij smachtend in den branding gooi
dan roept Gij mij, Gij zijt mijn Lichtend Baken,
slechts door Uw licht ontsnap ik aan mijn duist’re kooi.
Het tweede blad van mijn boekje waar de rest van het gedicht hoorde op te staan is jammergenoeg verdwenen geraakt.
Op de achterzijde van hetzelfde blad vond ik evenwel ook nog de start van wat de naïeve lichtvoetige versie van een zee- gedicht had moeten worden:
O zee, o zand, o zilte baren,
bij tijden woest, bij tijden zacht
bemind gewis, maar met gevaren
fonkelend in eeuwige pracht.Wie houdt er niet van fijne schelpen,
verzameld door een kinderhand
…
En daar stopt het dan al, maar ik geniet nog terug als ik terugdenk aan het schrijven van deze gedichtjes, op weg van Kortrijk naar de Dilkom voor een avondlijke zwem.




Geen berichten
Leave a comment
Line and paragraph breaks automatic, e-mail address never displayed, HTML allowed:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>