Klein wonen

   “We zijn gelukkig in proportie tot de dingen die we niet nodig hebben.” - Henry David Thoreau

Een dikke tien jaar geleden kochten we een kleine stadswoning in Kortrijk. De handige ligging bij het station en uitvalswegen, betaalbaarheid en nabijheid van het centrum waren de doorslaggevende factoren. We zijn nog altijd blij met die beslissing, al durf ik wel eens mijmeren over een mooi gelegen villa met grote tuin en speelzolder voor de kindjes. Maar ik bleef overtuigd dat beperkt wonen voordelen met zich meebrengt. Omdat ik merk dat veel mensen interesse hebben in mijn gedachtegang: hierbij een korte schriftelijke neerslag.

 

Kosten

Niet te onderschatten bij aankoop van een woning is de kost. Een kleine woning kost meestal wat minder dan een kast van een villa. Als jong gezin niet te onderschatten. Op langere termijn wellicht minder van belang. Een duurder huis kan je ook duurder doorverkopen. En een nieuwe keuken kost evenveel in een klein huis als in een groot huis. Maar gelijke investeringen brengen waarschijnlijk meer op in een groot huis, dat er dan nog beter uitziet. En gezien het aantal oubollige villaatjes en fermettes dat ik zag de laatste jaren, vermoed ik dat je daar een mooie meerwaarde kan realiseren.

Dan heb je ook nog de kosten van het leven zelf. Een huis moet je verwarmen. En poetsen, en onderhouden en af en toe verven en zo. Groter huis, grotere kosten? Ik zou daar zelf niet zo hard van wakker liggen, maar wellicht scheelt het toch allemaal weer een hoop euro’s. Wat ik zelf wel handig vind bij een huis in het centrum (dat vaak wat kleiner is dan een huis op het platteland) is de verkleinde noodzaak van een (tweede) auto. Vanuit een ecologische reflex gebruik ik weinig de auto. We overwogen even om die zelfs helemaal weg te doen. In ieder geval ben ik met mijn dochter veel sneller per fiets op de muziek- en tekenschool dan met de wagen. En de kindjes sakkeren wel eens op de regen, maar als ik de files zie die de stad in alle richtingen verlammend doorkruisen, dan heb ik snel gekozen.

   “Eenvoud is de ultieme sofisticatie.” - Leonardo da Vinci

Ik moet zeker ook even Bodo vermelden. Door een niet meer te reconstrueren speling van het lot kreeg ik een boekje in handen van zelfverklaard financieel alweter Bodo Shäfer. Naast enkele handige tips om miljonair te worden, die ik helaas alweer vergat, was er ook een hoofdstukje over financiële onafhankelijkheid. Iets in het genre dat als je plots je werk verliest (of beu bent), je niet afhankelijk mag zijn van je loon om te kunnen blijven leven. Toch zeker niet de eerste maanden. Want dan doe je dingen die je niet graag doet en word je ongelukkig en gaat het verder bergaf. In mijn goedbetaalde periode op het hoofdkantoor van de bank die later het hele land aan de rand van failliet zou brengen, zette ik dus genoeg opzij om zeker een jaar spaarzaam rond te komen zonder zorgen. En koos ik voor een klein betaalbaar huisje aan de rand van het centrum. (Ik had in die periode ook een ver familielid dat plots het gevestigde bestaan beu was, zijn bakstenen de schuld gaf van alle ongeluk des levens, zijn huis verliet en ging wonen in een stacaravan zonder zorgen op het domein van welwillende boeren).

    “Less is more.” - Ludwig Mies van der Rohe

En dat gaf rust in mijn bestaan. We namen een krediet op 15 jaar met zeer haalbare maandelijkse afbetalingen. En ik veranderde al meermaals van job als die me niet meer gelukkig maakte. Ik huil al eens stiekem bij het zien van een intrieste film, maar voor de rest ben ik een zeer gelukkig mens.

 

Gemak

In het centrum wonen is echt een gemak met opgroeiende kinderen. Niet alleen fietsen we ze elke dag naar school, er is ook de dansles, de muziekschool, de tekenles, de pianoles, de sport, de knutselklas… We kunnen dat allemaal per fiets doen. En dankzij enkele andere fietsende ouders is dat ook praktisch haalbaar in een handig rotatieschema. Iedere keer als ik door omstandigheden met de auto naar zo’n klasje-in-de-stad moet zie ik er tegenop. Met de fiets niet. Ik veronderstel dat het toch een stuk meer omrijden is als je wat verder van het centrum woont en elke dag die extra kilometers moet doen in druk verkeer.

Ik heb ook de vreugde dat ik dichtbij huis werk heb gevonden. Na omzwervingen in Nederland, Leuven, Brussel en Roeselare ben ik uiteindelijk toch regionaal geland. Nu kan het ook met de fiets. En ja, het regent wel eens. Maar dan denk ik aan de dagelijkse uren file richting Heverlee en dan klaart mijn gezicht weer snel op. Naar huis kunnen op de fiets en precies weten hoe lang je er over zal doen, dat is met een druk familiaal programma toch ook een vorm van levenskwaliteit.

Intermezzo: op een dag werd ik omgereden door een man in zo’n mooi blinkende luxe-jeep. Van de weeromstuit een argeloze fietser van de baan te hebben gereden, sprong hij uit zijn bolide en begon me meteen uit te kafferen. Dat het met al die fietsers toch wel moeilijk rijden was. Ik antwoordde iets in de zin van “als iedereen zou fietsen zou het een stuk veiliger zijn op straat”. Ik kreeg meteen een tirade over me heen dat het voor mij makkelijk was. Dat ik met de fiets kón gaan werken en kinderen afzetten aan school. Maar dat voor sommige mensen het leven veel moeilijker was. De man bleek uiteindelijk van Marke (op ongeveer dezelfde afstand als ik van de schoolpoort) en werkte in Kortrijk (dichter dan ik van mijn werk). Wat zijn geroep toch flink ontkrachtte. Maar wat me vooral opviel was de verdraaide logica. Ik heb in mijn leven bewust gekozen voor minder loon, werk dicht bij huis en een kleinere woning, maar ik blijf ondersteboven gereden worden door SUV’s. Hij kiest voor een dikke villa in een residentiële buurten en een blinkende bolide om die 5 km te rijden maar vindt dat fietsers de mobiliteit hinderen.

 

Filosofisch

Wellicht de allerbelangrijkste reden voor onze kleine woning is de meer filosofische bedenking dat klein leven mooi kan zijn. Je hebt minder plaats om naast elkaar te leven. En minder plaats om vol te zetten. Leen en ik zijn sowieso niet de grootste fan van allerlei prullen en frullen. Maar in een kleiner huis moet je bewust ruimte houden. Elke jaar doen we een toer van het huis met het achterliggende idee dat alles wat weg mag ook weg moet. Dingen die je als drie jaar niet meer gebruikte, bekeek of aandeed ga je de komende jaren ook niet gebruiken, bekijken of aandoen. Er zijn veel spullen die ik met pijn in het hart wegdoe, maar ik heb nog maar zelden spijt gehad dat ze weg waren. Een mens wordt te snel gehecht aan de dingen rondom hem.

    “Als je geest niet door onnodige dingen wordt ondergesneeuwd, dan beleef je het mooiste seizoen van je leven.” - Wu-Men

En net zoals ik werken aan een vol bureau moeilijker vind dan werken aan een proper leeg bureau, vind ik leven in een vol huis stiekem lastiger. Het lijkt wel dat hoe voller je huis is, hoe voller je gedachten zitten. En je steeds minder ruimte krijgt om fris te denken. Een rustig huis geeft me een rustig hoofd.

Ik vind een klein huisje best gezellig. Er moet ruimte genoeg zijn om te leven en elkaar niet constant voor de voeten te lopen. Maar veel meer is ook niet nodig om gelukkig te zijn.

“Het geheim van geluk ligt niet in het zoeken naar meer, maar in het ontwikkelen van de capaciteit om te genieten van minder.” – Socrates

 

Nadelen

Soms droom ik wel eens van een mooi groot huis op het platteland. Met veel ruimte en een grote tuin waar de kindjes kunnen ravotten in de buitenlucht. En extra plaats voor mijn honderden hobby’s. Of toch tenminste een rustig plekje om muziek te spelen en een doe-het-zelf ruimte met goed geordend werkmateriaal.

Maar dan zie ik dat mijn nichtjes met een reuzentuin toch ook meest binnen spelen. Dus neem ik in het weekend mijn kindjes mee naar de zee of een speeltuin of park om te spelen. En gaan ze naar de scouts om wild te ravotten. In onze nieuwe keuken heb ik een kast aangepast als muziek-studio. Klein maar goed georganiseerd. En in de kelder wordt een hoekje omgebouwd tot praktisch knutselkotje.

Waar ik nog het meest over twijfel is de zin of onzin van bijkomende investeringen. Na lang overwegen van de bovenstaande zaken en bezoek van veel te koop staande huizen besloten we toch in ons huisje in de Aalbeeksesteenweg te blijven. En het te verbouwen naar onze wensen. Die kosten zijn intussen opgelopen tot ongeveer de volledige aankoopkost van  het oorspronkelijke pand. Financieel zie ik ons dat nooit recupereren. Want het blijft natuurlijk een klein huis in een drukke straat.  Terwijl iedereen op zoek blijkt naar lelijke fermettes in de rand. Maar het is wel een leuk huis. Dichtbij alles. Goed ingericht, praktisch en rustig. En we zijn er gelukkig.

   “Perfectie bereik je niet als er niets meer toe te voegen valt, maar als je niets meer weg kan halen.” - Antoine de Saint-Exupery

On Stage with … MAURO PAWLOWSKI

Vroeger wist ik nooit zo goed wat ik moest denken van Mauro. Ik zag ‘m overal opduiken maar had er nooit een goed beeld van. Daarna leerde ik de man wel appreciëren voor zijn fijne muzikale ingrepen die ik steeds beter kon pruimen. Op repetitieweekend in Frankrijk voor het eerst zijn Evil Superstars gecovered (Sad Planet). En nog later kreeg ik er steeds meer sympathie voor als ik interviews las en hem bezig zag op podia. Sinds gisteren durf ik me ook werkelijk fan te noemen na zijn erg boeiende en vrolijke passage in Kortrijk.

foto Francois Berland

foto Francois Berland

 

Voor De Kreun kwam Mauro op het podium plaatjes draaien en vertellen over zijn muzikale avonturen. En dat deed hij met zoveel enthousiasme en olijkheid dat ik nog de hele nacht met een glimlach op de lippen heb liggen slapen.

Het werd een wild meanderend verhaal van zijn jeugd in Koersel, hoe de combinatie van lange vakanties en astma hem de tijd gaf om dagen aan een stuk te oefenen op solo’s van Robert Fripp, zijn toerende dagen in het Top-40 orkest, de Evil Superstars, dEUS en vele andere omzwervingen. Progrock in de Ford-fabrieken. Hoe alles altijd precies vanzelf ging. Grimmige verhalen uit de tourbus. Kebab eten met Internationale producers. De rol van verminderde akkoorden in de jaren-90 muziek.

Een inspirerende avond met één van de sympathiekste muzikanten van het land.

 

Google Streetview Kaarten

 

 

 

Vrolijke verrassing deze middag. Ik moest snel ergens heen fietsen, maar kende de weg niet zo goed. Even opzoeken op Google Maps. Net als ik een kaartje wil afdrukken zie ik een keuze voor ‘streetview’. Ik ken streetview van het vrolijk gevels loeren in de Google Maps zelf. Maar nog niet bemerkt bij de routebeschrijvingen printpagina.

Klikken leverde een super makkelijke beeldversie van mijn route op, waarin je telkens een fotootje ziet van elke splitising waar je een keuze moet maken, volledig tot aan de gevel waar je moet zijn. Geweldig!

Dat gaat als volgt:

1. Zoek de weg op van vertrek tot bestemming. Je krijgt dan een kaart met de route op +een beschrijving van de te nemen stappen:

SCRN_GMaps_1_kaart SCRN_GMaps_2_omschrijving

 

 

2. Ook geweldig: kies voor fietsroutes!

SCRN_GMaps_3_fietsBetga

 

 

In streetview kan je al even kijken naar de gevel van je bestemming en natuurlijk ook de hele route mentaal aflopen.

SCRN_GMaps_4_streetview

 

3. Klik op afdrukken

SCRN_GMaps_5_printweg

 

4. En zie: een extra optie Street View!

SCRN_GMaps_6_kiesStrtvw

 

 

5. Dat geeft: een kaart met de route, en daarbij de beschrijving van alle stappen met heldere foto’s per keuzemoment.

 

SCRN_GMaps_7_MapStrtvw

Geweldig toch! Daar word ik nu eens vrolijk van zie. (ik heb ook nog geen GPS op mijn fiets…)

 

Interieur 2012

Dankzij de vriendelijke Jef Jacobs van DM Lights, raakte ik ook dit jaar nog eens op Interieur. Dit jaar hadden we onze jongste ook mee. Nog maar 4 jaar, maar een geroutineerd tester van zit- en ligmeubelen. Fijn dit jaar vond ik de Corso Blue, een blauwe straat dwars doorheen de hallen waar curator Lowie Vermeersch de toppers van het jaar verzamelde. Dat breekt een beetje de hokje-na-hokje sfeer die je anders krijgt met een opeenstapeling van 300 exposanten.

Eigenlijk vond ik de ‘tentoonstellingen binnen de tentoonstelling’ dit jaar sterk. Bijvoorbeeld de future primitives, waar zeven eregasten elk op 60 vierkante meter hun visie over wonen in de toekomst tentoonstellen. Allen uit verschillende disciplines, op zoek naar een gemeenschappelijk iets. Studio Troika stond met een bijna etherische kathedraal met 22 zuilen van licht in de paardenstallen: niet tastbaar, maar wel zeer aanwezig. (ik had er ook nog nooit op gelet dat je licht zo mooi kan verbuigen met lenzen) Ook steeds intrigerend vind ik nomadische concepten, zoals nu van de Nederlandse studio Makkink&Bey waar wonen iets tijdelijks wordt. En zotte caravanetjes.

En natuurlijk de Brusselse ontwerper Alain Gilles niet vergeten, die een centrale plaats mocht invullen op interieur. Vrij knuffelbare meubels met een grote intieme factor. Dat laatste was trouwens over de hele beurs terug te vinden. Waar enkele jaren terug Anna Maria Cornelia nog vrij olijk ging flirten met individuele ruimtes op openbare plaatsen, zag ik op interieur wel erg veel zetels opduiken die de zitter willen afschermen van de buitenwereld. Een akoestische en visuele cocon die je wat meer privacy moet bieden.

En hout. Veel hout. Vooral in rustige natuurtinten. Weg met blinkende materialen en moderne oppervlakken. Wel veel hout dus, warme textielen en gezellige creaties.

Ook de verschillende locaties waren een aanwinst. Bijvoorbeeld de Budafabriek. Nu vind ik die fabriek sowieso al een geweldige aanwinst voor Kortrijk en in zijn concept van creatie ondersteunen en verbindingen leggen een absolute topper. Dit jaar stond er ook een creatief deel van Interieur. Voor mijn geestesoog zag ik de Kotrijkse goegemeente daar binnenkort al zelf hun meubeltjes maken met 3D printers, lasercutters en andere aardigheden van het FabLab. En zie: er was ook een Interieur Bistro, een zogenaamd hybrideconcept. Gezien het uur van ons bezoek hebben we daar enkel een perentaartje gegeten en wat poefzetels uitgetest, maar fijn was het wel. Babbeltje geslagen met een Deens groepje ontwerpers en me gepijnigd afgevraagd waarom die vrouw achter de toog zo’n verbeten kwaaie blik bleef opzetten.

Geweldig ook was de knutselbrigade in de villa van de Budafabriek. Alle kamertjes knusjes gevuld met vaklui die op een authentieke manier dagelijkse objecten tot kunst verhieven. Zo zag ik voor het eerst hoe je porseleinen hebedingtjes maakt met gipsen mallen. Katja Van Breedam gaf daar met veel finesse en liefde voor het vak een demonstratie van. Ik zou wel weken kunnen blijven hangen in zo’n omgeving. Misschien eens kijken of ik daar een kamertje kan huren.

 

 

Workshops, creatie en netwerken

Ik voel dat ik weer zal weten wat gedaan dit najaar. Een tijdje gelden schreef ik me al in voor de reeks workshops van Wisper “Lux Schrijven, zingen, performen” in Gent. Daarin ga ik vanaf dit weekend vier weekends lang werken aan de authenticiteit van mijn stem, songwriting, tekst schrijven, performen, podiumgebruik en présence en zang- en microtechniek. Met begeleiding van David Van den Hende (Divan) en Stefanie Callebaut (SX).

Vier weekends lang bezig zijn met muziek, tekst en podium. Ik heb er wel zin in! Zal weer eens wat anders zijn dan mijn dagelijks kwartier gitaar of piano spelen of de impromptu optredens voor mijn klein mannen (een zeer trouw en enthousiast publiek, daar niet van). Ik was al blij met mijn muzikale vorderingen de laatste maanden (eindelijk eens begonnen om toonladders te leren – intussen de pentatonische majeur en mineur ladders onder de knie op de 5 locaties op de hals van mijn gitaar en zo dus ook wel de bluestoonladder. De natuurlijke, dorische, aeolische etc. zullen voor later zijn), nu nog komen tot duidelijker muzikale inzichten. En ook werken aan mijn latente bedeesheid bij performen. Ik kijk er al naar uit.

Ook muziekcentrum Track* lijkt weer fijne POP-UP sessies te gaan inplannen. In het voorjaar volgde ik al de pop-up rond home-recording met Jurgen De Blonde. Best fijn. Niet alleen inhoudelijk strak, ook de locatie (oude gebouwen radio2) en sfeer van het gebeuren waren prima. Dit najaar zag mijn oog alvast de pop-up “masterclass live-mix met Hein Devos, toch één van mijn muzikale helden uit het Kortrijkse. Fantastisch mixer, DJ en een zeer minzame mens ook nog eens.

En zie, ook de budafabriek gaat via het buda::lab fluks van start met een serie workshops die ik wel allemaal zou willen volgen:

WORKSHOP LASERCUT je eigen grafisch ontwerp, WORKSHOP POLYESTER AND GLASVEZEL, WORKSHOP POLYESTER AND EPOXY: MALLEN, WORKSHOP practical workshop 3Dprinting, WORKSHOP THE MAKING OF MODELS & WORKSHOP THE MAKING OF MOULDS.

Allemaal in die fantastische nieuwe locatie van de Budafabriek aan de Kortrijkse Leie.

Dat het druk zal worden dat najaar 2012. Druk, maar leerrijk en opwindend.

Urban Golf Kortrijk – LOWLANDS CUP 2012

Op 17 juni speelden we de Urban Golf Lowlands Cup 2012. Vrij goed weer, bijna 90 deelnemers en super ambiance. Omdat ik meehielp bij de organisatie van het gebeuren kon ik helaas niet meedingen naar de beker; maar je ziet me toch even een swing plaatsen rond 0:24.

Urban Golf Kortrijk – LOWLANDS CUP 2012 – 17/06/2012 from Airween on Vimeo.

Doe het zelf mini serre in de tuin

In onze tuin is er een afgebakend stuk voor kruiden. Mediterrane kruiden, medicinale kruiden, diverse soorten munt, bloeiende kruiden, bizarre kruiden voor in de keuken. Alles heeft zijn perkje in de “middeleeuwse kruidentuin”. Een naam die groter klinkt dan wat het lapje grond eigenlijk is, maar ik vermaak me met mooi getrimde buxushaagjes en overzichtelijke hokjes met aangepaste verzorging.

Omdat ik graag kook met verse kruiden is een aanzienlijk deel van de kruidentuin voorbehouden voor tuinkuiden. Elk jaar als de lente in gang schiet haal ik mijn zaden boven (van eigen kweek of besteld op het internet) en zet me aan het zaaien. Niets leukers om een warme zondagmiddag door te brengen. Nu, onze tuin wordt geplaagd door allerlei plantenetend venijn, in het bijzonder slakken. Als ik iets gewoon uitzaai, wordt het opgepeuzeld nog voor het blaadjes heeft. Gefrustreerd geroep en gesmeierde naaktslakken zijn daarvan getuige geweest. Een biervalletje zetten lokt alleen nog extra slakken van de buren. Er komen er op een nacht zoveel in te zitten dat er er gewoon weer uit kruipen over elkaars slijmerige lijfjes. Als ik dus kruiden wil in de tuin, dan moet ik dat op een veilige manier doen.

Met een volledig slakvrij ingegraven miniserretje bijvoorbeeld. Alles begint met 3 hoepeltjes in de aarde. Dit wordt de dragende structuur voor de tegen nachtkoude en slakken beschermende folie.

20110328-163203.jpg

Aan één zijde wordt deze folie al goed diep in de aarde vastgezet. Slakken zijn namelijk niet zo erg sterk in het graven van tunnels. Wegens hun zwakke slijmerige lijfjes denk ik zo…
20110328-163217.jpg

Dan worden enkele kweekpotjes gevuld met potgrond en door een onschuldige kinderhand voorzien van enkele zaadjes.
20110328-163228.jpg

waarna de potjes, na zorgzame irrigatie, mooi in het gelid onder de hoepeltjes worden geplaatst. Klaar om onder een beschermend tunneltje te komen.
20110328-163244.jpg

Gezien ik deze tunnel niet elke dag wil openmaken (goed ingegraven tegen de slakken, dus niet zo handig om dit elke dag opnieuw te doen), is er een manier nodig om de naar drank smachtende kwetsbare zaailingen op een eenvoudige manier te voorzien van water. Mijn oplossing is een plastic slangetje dat ik met een nageltje en hamer om de paar centimeter van gaatjes heb voozien (en op het einde afgesloten met een schroef). Dit wonder van moderne irrigatietechniek wordt evenredig over de potjes met zaadjes aangebracht.
20110328-163304.jpg

Aan het andere uiteinde van deze slang zit een dopje van een PET-fles. (PET-flessen lijken wel een cruciale rol te spelen in mijn stadstuin-kweekervaringen). De slang gaat door het dopje (vastgezet door klemming en wat lijm).
20110328-163320.jpg

En dit dopje gaat natuurlijk op een met water gevulde PET-fles. Tadaaaah!!!
20110328-163331.jpg

Als ik nu de fles in een omgekeerde verticale positie in een zelf geknutseld houdertje plaats, dan druppelt het in de hele miniserre lekker verfrissend water.
20110328-163348.jpg

Nu enkel nog de andere zijde ingraven en de serre is klaar voor een geweldige kruidenoogst, die enkele weken later kan worden uitgeplant in de kruidentuin.

‘t Is wreed dat ik hier zo weinig schrijf de laatste tijd

‘t Is wreed dat ik hier zo weinig schrijf de laatste tijd.

Dan denk ik: er zijn zoveel zaken die ik nog moet neerpennen. Maar eigenlijk zou ik eerst die header op de homepage moeten aanpassen, want blijkbaar heeft niemand door dat dat mijn kop is en niet die van Che Guevara. En dan denken ze wellicht dat dit een pseudo-revolutionair blog is of zoiets. Zo”n saloncommunist met roots in een schimmige filosofische opleiding. Maar als ik die header moet aanpassen, dan moet Photoshop in gang gestoken. En als ik dat doe, dan moet ik eerst nog een 10-tal andere grafische projecten afwerken die eigenlijk veel dringender zijn dan een lay-out met een ongewilde zweem van guerrilla.  Misschien ware het ook goed als ik eens wat vroeger naar huis ging na een werkdag. In plaats van op mijn bureau te blijven zitten tot thuis bijna iedereen al in diepe slaap ligt. Dan zou ik ook wat meer kunnen gaan sporten. Al zou mijn buikomtrek met ambitie dat niet ok vinden. Maar ik wel natuurlijk. Zo zijn we een jaar of drie geleden eens begonnen aan de serie “The Soprano”s”. We zijn er nog altijd niet door. Al doen we echt wel ons best; dat lukt gewoon niet. Laat staan dat we nog series kunnen volgen op tv. Nochtans blijkt er wel veel schoons te spelen. Met dwergjes die op mensen hun hoofd kakken en zo. Verheffende momenten. De ziel der mensheid blootgelegd in enkele treffende beelden. ”t Is wreed dat ik hier zo weinig schrijf de laatste tijd.’

Menselijk verdriet

Laatst was ik door (werk)omstandigheden afgezakt naar het Kuurne Shopping Center. Voor het gemak ging ik meteen daarna een hapje eten in de Lunch Garden daar vlak bij. Wat ik daar net at ben ik intussen vergeten, maar ik herinner me nog de brakke smaak van menselijk verdriet die me bij elke hap in de keel brandde. Ik had al moeten vechten om eten te krijgen met warme groeten in plaats van frieten. Toen ik die warme groenten opat verstond ik meteen beter waarom ze me bijna gewelddadigerwijze frieten wilden laten eten. Alles was herleid tot smaakloze schijfjes of staafjes pap in verschillende kleuren. Ik smaakte de tristesse van een grootkeuken waar al van vroeg in de ochtend verhit geroddeld werd. Waar schampere blikken in de rug van minderbedeelde collega”s prikten en levensvreugde was herleid tot een vage herinnering uit een vorige leven. Op een sterk proustiaanse wijze leidde dit me terug tot mijn stage bij de GIB group. Jong en onbezoedeld door slechte ervaringen ging ik in Brussel werken op hun communicatiedienst. Een fijne tijd, waar ik ook wel eens ging eten in zo”n Lunch Garden, omdat personeel van de groep daar (bijna?) gratis kon eten. Helaas niet de zachtzoete smaak van madeleinekoekjes die mij in vervoering brachten. Veeleer een hopeloos trachten nét te goedkoop nét te triestig eten aan de man te brengen. De smaken sprongen nu, meer dan 10 jaar later, weer levendig rond in mijn herinnering. Sommige dingen veranderen niet. Dat houd een mens jong. Binnen tien jaar probeer ik misschien nog eens. Al zag dat menu van In De Wulf er ook niet slecht uit…

Buxus snoeien met een mes – videoverslag

Een tijdje geleden baande ik me een weg naar de compostbak achterin de tuin. De taxushaag schoot met frisse sprieten over het pad. Een halve wildernis in een stadstuintje van ocharme 30m2. Met mijn koksmes nog in de hand gooide ik de groenteresten in de compostbak en knipte toen op de terugweg in ware machete-stijl de doorgang wat breder. Dit lukte niet alleen aardig, het was ook zo fijn dat ik besloot om ook mijn buxus-haagjes met het mes te snoeien in plaats van met een grote tuinschaar (of godbetert zo’n elektrische heggenschaar). Ter lerend voorbeeld:

Openluchtzwembad Kortrijk – Aerial

Vond net een fijne luchtfoto van het openluchtzwembad in Kortrijk van Alesa Dam.

Het Kortrijkse openluchtzwembad werd al gebouwd in de periode 1864-1867 in het kader van de algemene toenemende aandacht voor lichaamshygiëne, en vormde daarmee één van de vroegste “zwemscholen” in Vlaanderen. In de periode 1951-1952 werd het 19de-eeuwse zwembad vervangen door een nieuw openluchtzwembad naar ontwerp van stadsarchitect E. Coigné. Het vormt daarmee een naoorlogse uitloper van het internationale concept van de modernistische “solaria” uit het interbellum. Het ontwerp beantwoordt volledig aan het solarium-typeplan, bestaande uit de twee centrale zwembassins die werden geïntegreerd in de oorspronkelijk 19de-eeuwse zwembekkens, waarrond zich de omringende accommodatiegebouwen als kleedcabines, infirmerie, redderslokaal, technische ruimtes, kassa, cafetaria en bovenliggende zonneterrassen bevinden, die grotendeels het uitzicht uit de jaren 1950 hebben behouden. Het geheel is uitgewerkt in een functionele, eenvoudige en kwalitatieve architectuur. Het solariumconcept adapteert hierbij de principes van het modernisme: openheid, licht, lucht, gecreëerd door de lage opstelling van aaneengesloten gebouwen rondom de bassins, met typerende architecturale kenmerken (o.m. zonneterrassen, luifels, pijlers) en materiaalgebruik (glas,baksteen, beton). De ene vleugel die midden de jaren 1970 werd afgebroken voor de toevoeging van een ligweide, doet geen afbreuk aan het concept en later toegevoegde elementen zijn uitgevoerd in dezelfde architecturale vormentaal en materialen. Het “Stedelijk Zwembad” te Kortrijk is een zeldzaam voorbeeld van het doorleven van een 19de-eeuwse zwembadsite tot op vandaag, gelieerd aan de hoge contextwaarde van de zeer typerende ligging naast het kanaal Bossuit – Kortrijk, bepaald door de aanvankelijke noodzaak van nabijgelegen watervoorziening. Het naoorlogse openluchtzwembad is representatief en herkenbaar als laat voorbeeld van het solariumconcept uit het interbellum, met een gaaf ensemble van omringende accommodatiegebouwen rondom de twee bassins. Foto genomen na sluitingstijd. Anders stond ik er zeker op. Zeker.

Zonne-energie

Bij deze de eerste post geschreven met een iPhone die volledig werd opgeladen met zonne-energie.

(powermonkey)

BP morst koffie

Kijk zie, een stukje sarcastische humor rond het olielek in de Golf van Mexico bracht vreugde in mijn ietwat somber gestarte dag:

Het geeft me altijd hoop als ik zie dat er altijd mensen zijn die zelfs in de droevigste situaties nog humor weten te produceren.

Kies-inertie

Wat ik altijd een beetje vreemd heb gevonden bij verkiezingen is het vaak ongefundeerde, maar toch fel verdedigde kiesgedrag van mensen. Als ik praat met mensen die ik ken of tegenkom krijg ik dikwijs de indruk dat 85 van hen stemt op de partij waarop hun ouders stemden zonder dat ze echt weten waarom ze daar nog op stemmen (en die ouders hebben hun stem meestal nog mee van de kansel of het achturenhuis of zoiets). Als ik dan een beetje pook en koter en vraag naar waarom ze precies stemmen voor een bepaalde partij krijg ik o zo zelden een antwoord dat gelinkt is met concrete partijpolitieke standpunten. Meestal vage antwoorden als “dat is de enige progressieve partij” (wat progressief dan betekent is minder duidelijk), “er zijn al veel te veel migranten” (als je vraagt naar een cijfer – nooit een onderbouwd antwoord), “ik vind dat die dat goed doen” (wat hebben ze al precies gerealiseerd, geen concrete antwoorden), …

Gezien ik meestal al de partijprogramma’s opvraag bij alle partijen om op het gemak door te lezen (geeft je een beter beeld van hun standpunten dan die domme foldertjes in brievenbus en je kan er later fantastisch mensen mee ondervragen, niet in het minst excusstruusjes en zo die je op de markt of festiviteiten tegenkomt), kan ik vaak wel mensen wat tegenvoorbeelden geven waarom ze om de opgegeven redenen net niét voor die partijen zouden mogen stemmen. Discussies die steevast eindigen in “”maar ja, ‘t is toch nog iets anders dat ik bedoel…”.

Geestigste voorbeeld van zo’n onwillig denken hoorde ik laatst in de gang. Twee gasten hadden de stemtest gedaan (van de standaard dacht ik). Eén kwam bij de NVA uit, terwijl het een zelfovertuigd socialist is. Fantastisch vind ik dat. 30 vragen invullen over thema’s uit je leefwereld en dan uitkomen bij een partij die je eigenlijk hoort te verachten. Met het te verwachten antwoord: jamaja, ik ga toch voor de socialisten stemmen, ik ben daar meer voor.
ahem…

Urban Golf Kortrijk #1

Urban golf is een minder elitair broertje van golf. Het speelterrein is geen kortgeknipte green, maar het grijs van de stad. De doelwitten zijn bomen, banken, vuilbakken. Er wordt daarom gespeeld met zachte(re) balletjes die geen schade kunnen berokkenen en iets minder ver vliegen.

Gisteren sloegen doorheen enkele parken van Kortrijk een 70-tal spelers putten in het gras en balletjes in vijvers en fonteinen. Uit enthousiasme voor het initiatief van Bob en zijn kompanen liep ook ik door Kortrijk met een golfclub in de hand. 9 “holes” waren uitgestippeld van het Gebroeders Van Raemdonckpark (3 hofsteden) via Marie-Joséplein, St-Janskerk (zonder oehoe), de Korenbloem, het Plein, en het Begijnhofpark.

De afstanden waren soms wat kort voor mijn naar snelheid snakkende swing, maar het was zeker een herhaling waard! Bart Noels maakte er een fijn beknopt video-verslag van dat de sfeer mooi weergeeft. Je ziet meteen ook af en toe uw immer toegenegen filosoof/golfer in beeld verschijnen, onder andere met een -al zeg ik het zelf- prachtig kort shot naar de vlag (al zie je daar enkel mijn schoenen)…

 

Lente op het speelplein

Ilie en Rein vieren uitbundig de lente op het speelplein om de hoek.

4 Years. Go.

Ik liep laatst tegen het initiatief van “4 Years. Go” aan. Op hun site starten ze een campagne om de wereld binnen 4 jaar te veranderen. Niet vanuit geweldig lobbywerk, maar vanuit de overtuiging dat we al alle kennis en kunde hebben om de wereld tot een mooiere plek te maken, maar dat het ons gewoon tekortschiet aan de collectieve wil om er ook iets aan te doen. Niet wachten op iets of iemand om het voor ons te veranderen, maar er zelf meteen aan beginnen werken. Hoe kleinschalig ook. Om zo een positief kantelpunt te scheppen om de collectieve ambitie van de mensheid aan te wakkeren.

Er is geen groots plan. Wel een grootse gedachte. En een centraal punt dat onderzoekt hoe je als individu of organisatie het beste  je steentje kan bijdragen. Ik vind het mooi. Zonder teveel wijzende vingertjes. Bekijk alvast hun video:

 

Schreef ik de dagen mijn God die ik moest zijn

Op 25 april kan je naar de voorstelling van “Schreef ik de dagen, mijn God die ik moest zijn”. Een lange titel, die nogal goed het onderwerp kadert: het leven, de liefdes en het lijden van PAC-man Peter Arthur Caesens. Proper versneden in scènes, shots, dagboekdelen, hoofdstukken , fragmenten en handige overzichtslijstjes.

pac

Peter Artur Caesens is iets als een levende legende. In een ver verleden leerde ik hem kennen als bibliothecaris. In welke hoedanigheid hij me als 14-jarige die de jeugdboeken van het wijkfiliaal had uitgelezen maar doorverwees naar Dostojewski, Kundera en Nietzsche. Gelukkig is de blijvende psychologische schade beperkt gebleven.

Later bleef hij op de radar met zijn waanzinnige “eco-cynisme projecten” als “Kras Kras. Plas Plas”, de salons van de ondergrondse cultuurregimenten en de verkeersbevrijding van de grote markt van Kortrijk vanuit het ongerijmde. Er ging ook een groot politiek denker aan hem verloren na onderlinge partijstrijd. Misschien niet meteen een denker die je graag in je studiebureau of je living houdt als huisdier, maar eerder een socratische luis-in-de-pels met onvermoede oprispingen en node prikkels. 

Hedentendage leidt hij een uitgebreid project dat het bibliotheekwezen wil afhelpen van zijn snobistisch jasje dat enkel “goede literatuur” wil bijhouden. Zijn ABIB groeit rapper dan voor mogelijk gehouden en hij kan niet snel genoeg panden bijkopen om de van vernieling gespaarde literatuur te stockeren.

Maar bovenal is hij ook een getormenteerde ziel met een missie. Vertwijfeling sloeg op een gestructureerde manier gaten in zijn bestaan en meermaals keek hij met scherpe blik en harde analyse naar de vernieling die hij zelf in gang zette. Ter lering van het nageslacht (en vooral zichzelf) noteerde hij plichtsbewust zijn cynische overpeinzingen, nachtelijk gekanker en misogyne galspuwingen. Want de vrouw is een curieus dier in de zoo van Caesens hoofd. Een erotisch curiosum dat hij met verafgoding voedert, zelfs als het al gemeen hard in zijn hand bijt.

De dagboeken werden gebundeld en ongeredigeerd uitgegeven door 3-werf. En leidden zo tot onderzoeksvoorwerp van Michaël Janart. Andragogisch vorser met theaterplannen. Die nu, als afstudeerproject aan het Stedelijk Conservatorium van Kortrijk, een toonmoment inlast van zijn stuk over Caesens. Met begeleiding van Cathérine Vansteenkiste en met coaching van Jos Verbist van Theater Antigone.

Zondag 25 april om 17u in muziekcentrum Track (Conservatorium) in Kortrijk.

Gaat dat zien!   (blote vrouwen inbegrepen)

27 februari 1993, zaterdag. De lijst met alle mogelijke redenen om mij af te wijzen is opgemaakt in het klad op een oude envelop. ze bevat voorlopig 6 fysieke argumenten en 13 aspecten aan mijn taalgebruik en levenshouding…”

Carglass vertraagt

Sterretje in de voorruit. Even een Carglass afspraak inboeken dus. Omdat ik een moderne mens ben telefoneer ik niet maar kijk ik op internet of ik iets kan inplannen één dezer. Carglass heeft een heldere site met een zeer vlotte wijze om een afspraak te maken. Dat is fijn, want je ziet wel wat anders op het web. Nog beter: als je een vraag tot afspraak inlevert, dan bellen ze je binnen het uur terug om het juiste tijdstip door te geven voor je bezoek daar.

Of toch, dat was de bedoeling. Want éénmaal ik op “bevestig” heb geklikt krijg ik meteen een autoresponder mail terug die zegt:

 

Beste klant

 

Door de extreme drukte die we nu meemaken is het onmogelijk om u binnen het uur terug te contacteren om uw afspraak definief vast te leggen. We willen u heel graag verder helpen en bellen u zeker terug. Hou er alleen rekening mee dat de wachttijd om u te

rug te contacteren momenteel kan oplopen tot één dag.     

 

Onze oprechte excuses hiervoor.

 Oeps, dat is al iets helemaal anders… Dan vraag ik me meteen af of er wel periodes zijn die niet getuigen van “extreme drukte” en je binnen het beloofde uur antwoord krijgt. Pas op, ik ben nog steeds blij dat ik meteen een update krijg om mijn verwachtingen bij te stellen, maar toch, dit voelt een klein beetje als een goedkoop truukje…

Ahornstroop

Als je bijna twee weken niets anders drinkt dan citroensap en ahornsiroop dan ga je al eens kijken hoe ze die siroop eigenlijk maken. Op de flessen staat een indiaan met een soort gootje aan een esdoorn te slurpen. Misschien lopen er zo een honderdtal indianen rond om het sap uit de bomen te zuigen om dan in een container weer uit te spuwen of zo.

In het echt is het toch weer iets anders… Er wordt inderdaad gewerkt met sap van de esdoornboom. Dat wordt dan langzaam uitgekookt tot een dikke stroop. Om uiteindelijk één liter houdbare stroop te krijgen, is veertig tot vijftig liter dun sap nodig, ongeveer de hoeveelheid die een volgroeide Esdoorn per jaar produceert. Als je bedenkt dat een esdoorn 40 jaar oud moet zijn om afgetapt te kunnen worden en vervolgens slechts één liter stroop geeft, dankan je je voorstellen dat er reusachtige wouden moeten zijn om het sap in grote hoeveelheden te winnen en wat voor afstanden de paardesleeën afleggen om het sap te verzamelen.

Die paardesleeën werden toch lang gebruikt in het verzamelen van ahornsap. Een slee reed dan van boom tot boom om daar de met sap volgelopen emmertjes uit te gieten in een grote bak. Als die vol was ging het dan naar het grote kookvuur.

Moderne Ahornstroop-farms maken gebruik van pijpleidingen waar het sap gedurende de winningstijd via een trechter direct indruipt. Het buizensysteem brengt het sap naar ’pompstations’ bij de ovens waar het in grote reservoirs ook vandaag de dag nog boven houtvuur wordt ingedikt. Vaak zuigt men het hele systeem vacuüm om de stroom van het sap te bevorderen. Ocharme de eenzame indiaan die zijn nietsvermoedende lippen aan dat trechterjte zet…

Zo heb je weer wat geleerd via het internet vandaag. Parate kennis over ahornsiroop kan onvermoed van pas komen tijdens de volgende dorpsquiz of familiefeesten.